JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE ENGELENZANG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ENGELENZANG

8 minuten leestijd

Als een machtig Amen klinkt de kerstzang op de Kerstboodschap.

De Zoon van God is geboren; mens geworden, vrijwillig. Een nieuw begin en nu ook met een goed eind (Calvijn).

Het Kindeke ligt wel hulpeloos in de kribbe, maar als het beloofde vrouwenzaad zal Hij de strijd aanbinden en satans kop vermorzelen. De overwinning is zeker.

„En van stonde aan was er met de engel een menigte des hemelse heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere .zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen." De engelen zingen, omdat de Zaligmaker is geboren. Dit is het begin, maar niet de hoogste openbaring van Zijn heerlijkheid. Christus gaat van krib naar kruis, door dood, hel en graf tot de overwinning. En is nu aan de rechterhand Gods gezeten. Straks zal Hij de luister van Zijn volkomen heerlijkheid ontvangen. Dan zullen engelen en mensen instemmen met het lied: „Ere zij God!" Doch dan in een andere volgorde.

Hier staan de herders nog met een gesloten mond. Eenmaal zal er zijn de volkomen verlossing met de nieuwe hemel en aarde. Christus is de volkomen Zaligmaker. Eenmaal is er het nieuw paradijs. Dan zal er heerlijke samenzang zijn. Gods kinderen zullen niet met een gesloten mond meer staan, maar het nieuwe lied zingen, volkomen, zonder enige wanklank. Dan zullen de engelen meezingen, maar de gekochte en verloste Kerk des Iieeren zal dan vóórzingen: „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw dierbaar bloed."

Ere zij God

In de kribbe ligt nu de tweede Adam om te herstellen, wat wij in de eerste Adam verloren hebben. Ontsloten wordt nu de grote verborgenheid, hoe met behoud van Gods deugden zondaren zalig worden. God wordt door God verzoend!

Als de Zaligmaker brengt Jezus nu het hoogste geluk. Wat is dat? Hoor, de engelen uit de hemelen zingen het vóór. Op de aarde zal het ook worden gezongen; ook door ons?

De hemelzangers heffen het hoogste lied aan. „Ere zij God in de hoogste hemelen." Anders kan het nooit echt waar zijn: „vrede op aarde, in de mensen een welbehagen." God is aan Zijn eer gekomen door de diepe vernedering van die dierbare Borg, Die daar ligt in de kribbe. Hoe straalt hier uit de Wijsheid van God in het bedenken hiervan en de Almacht van God in het werken en schenken van Zichzelf in de Zoon van Zijn liefde. Diep is de ver-

wondering van de engelen. De zaligheid gaat van God uit, Die Zichzelf in het vlees openbaart in Bethlehems stal en daar ligt in doeken gewonden in de kribbe.

Welk een schone volgorde in dit lied. Eerst wordt het gezongen: „Ere zij God in de hoogste hemelen." Mogen wij dit diep heilgeheim ook leren! Dat de zaligheid uit God is. Dat ons hoogste geluk ook eerst in God ligt! Wat wordt dan door Gods Geest die eer van God ons op de ziel gebonden en hoe diep verloren gaan we ons dan toch kennen in het heilig recht van God. Welk een genade van God om de deugden van God boven ons eigen behoud te beminnen en God lief te krijgen boven alles. De zaligheid is niet allereerst, dat ik behouden word, maar dat God aan Zijn eer komt. Om dan ook alles in onszelf te verliezen en alles in God te mogen vinden. Die God is onze zaligheid!

Die God handhaaft Zijn eer en zorgt voor Zijn eer. Daarom ligt het Kindeke in doeken gewonden in de kribbe, als de Zaligmaker der wereld. Wat in het paradijs verloren is en nu voor de mens onmogelijk geworden is, het wordt weer hersteld door dat Kindeke. Jezus is Zijn Naam; Hij is de Redder in nood, de Behouder des levens.

Dat zal ook eenmaal de heerlijkheid uitmaken, .dat God zal zijn alles en in allen.

Echt Kerstfeest is het toch dan, wanneer wij als doelmissers, eerrovers van God, door Zijn genade weer God mogen bedoelen, al is het dat dit nu nog zo ten dele is. Eenmaal zullen allen, die God vrezen, klein of groot, God eeuwig mogen groot maken. De engelen zijn niet gevallen en zij verheerlijkten alzo de ere Gods. Zal dan elk, die God vreest, hen niet overstemmen!

Mijn God, U zal ik eeuwig loven, Omdat Gij 't hebt gedaan.

Vrede op aarde

Wat Volgt er nu uit als God aan Zijn eer komt? Dan is het vrede. Daarom gaat dit lied verder. „Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde." Waar God aan Zijn eer komt, daar is het vrede!

De vrede op aarde is weggenomen. Deze wereld is een toneel van ellende, van twist en tweedracht. Wat is daarvaxi de oorzaak? De oorlog met God.

„Ere zij God!" Want God heeft vrede gemaakt. Van dat Kerstwonder moet wel worden gezongen. Van Gods vriendschap tegenover de vijandschap van de mensen. Het is niet door ons, ook nooit om ons. Dat is enkel om Jezus wil, Die daar ligt in de kribbe en straks hangt aan het kruis. Zodat God weer aan Zijn eer komt. Vanwege de oorlog der zonde zal Hij van God tot een vloek worden. Zo wordt Hij tot een zegen en biedt Hij uitkomst bij de diepste nood: hoe krijg ik een genadig God?

„Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde." Waar dat Kind leven mag in het hart en God weer gediend en geëerd en gevreesd' wordt. Ware vrede, altijd en overal waar Jezus is en Zichzelf openbaart aan het hart. „Want Hij is onze vrede!"

Nu is er toekomst. Een eeuwige vrede op aarde zal deze Vredevorst brengen. Want eenmaal zal er een aarde komen zonder zonde, omdat Hij de dood overwint en Gods toorn stilt. Dat is de ware bevrijding.

't Rechtvaardig volk zal welig groeien Daar twist en wrok verdwijnt, Zal alles door de vrede bloeien, Totdat geen maan meer schijnt.

In de mensen een welbehagen

„Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen." Gelukkig worden hier niet bedoeld mensen van goede wil, of die een welbehagen in God hebben. Want die is er niet één.

Hier wordt nu gezongen voor mensen, in wie God een welbehagen heeft. Tot Zijn eer! Dat is het grote wonder. Wanneer? Als wij niet anders meer kunnen

deen dan een hoger beroep op het welbehagen van God. Omdat we van onszelf niets meer overhouden dan toorn en vloek en oordeel. En omdat we tegenover God geen enkel recht meer op enig goed kunnen laten gelden.

Het is om er stil van te worden. God neemt redenen uit Zichzelf, tot de eer van Zijn grote Naam.

Welbehagen! Wat dit wil zeggen? Er is nu nog hoop voor de diepst gezonkenen. Want God maakt de allergrootste zondaren zalig in Hem., van Wie Hij Zelf getuigt: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in welke Ik Mijn welbehagen heb." Zijn genade is overvloeiend en allesvervullend.

Dat is tot Gods glorie, tot Zijn eer. Zijn welbehagen in mensen. De engelen zingen het hoogste lied van Gods verkiezende liefde. Daar zit spanning in. Zalig worden dat gaat zomaar niet. Het hoog-, ste geluk is niet vanzelfsprekend, evenmin voor iedereen.

Welbehagen! Dat beperkt, want „het is niet desgene, die wil, noch desgene, die loopt, maar des ontfermende Gods." En dat stelt ook zo oneindig ruim, want het wil tegelijk zeggen: het kan nog voor iemand, die alles verloren heeft en die het zelf nooit meer goed kan maken. „Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt."

„In de mensen een welbehagen." Er moet niets bij en er mag niets bij. Dat is diep vernederend en tegelijk echt hoop gevend. Want er behoeft ook niets bij. „Ere zij God in de hoogste hemelen." Zalig worden het is alles van het begin tot het einde alleen Gods werk, tot Zijn eer. Daarom is deze Kerstzang een lied zonder eind. God wordt verheerlijkt. Dat is het hoogste geluk. Dat is de Kerstzegen.

Heerlijk zij God in Hem, Die heerlijk is als de volkomen Zaligmaker. En Die alles heerlijk maakt en belooft: „Ziet, Ik maak alle dingen nieuw."

De v/ereld gaat voorbij met al haar begeerlijkheid.

De geboren Koning is een eeuwig Koning en aan Zijn Koninkrijk komt geen eind. Hij Zelf staat er voor in, dat er zal zijn een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Heerlijk klonk het lied der engelen. „Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen."

Mag je die Kerstzang echt verstaan?

Het brengt het ware geluk, nu en straks. Anders weet je niet hoe arm je eigenlijk bent. Zonder God, dat is zonder hoop. En in oorlog met God, dat is verloren !

Smeek die God, tot Zijn eer, dat je het dan ock niet eens langer in je nachtelijk duister zult kunnen houden. Die Vrede-Koning kun je niet missen. Hij roept uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Er is toch niets rijker, dan met de allergrootste verwondering uit te mogen roepen: „Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave!"

Deze Kerstzang is door de engelen voorgezongen, Het klinkt nog schoner, wanneer het wordt nagezongen over de verlossing van jezelf.

Gezegend Kerstfeest. „En gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980

Daniel | 28 Pagina's

DE ENGELENZANG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980

Daniel | 28 Pagina's