LICHT IN DE DUISTERNIS
Het kerstfeest bepaalt ons bij de vervulling van het door Jesaja geprofeteerde messiaanse heil. Hij heeft geprofeteerd': et volk, dat in duisternis wandelt zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelfde zal een licht schijnen... want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijn schouder en men noemt Zijn Naam: onderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (Jes. 9 : 1 en 5). In de volheid des tijds zond God Zijn Zoon, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen die onder de wet waren, verlossen zou en zondaren de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden (Gal. 4:4). Gods Zoon heeft onze natuur aangenomen om in die natuur te lijden en te sterven. Daardoor heeft Hij de weg gebaand dat zondaren de welverdiende, eeuwige straf kunnen, ja zullen ontgaan en wederom tot genade kunnen en zullen komen. Gods Zoon is ons vlees en bloed deelachtig geworden, opdat Hij door de dood teniet zou doen degene, die het geweld des doodis had'— dat is de duivel — en verlossen zou al degenen, die hun leven lang met vreze des doods aan de dienstbaarheid onderworpen v/aren (Hebr. 2 : 15).
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (Joh. 1 : 14). In het Woord was het Leven en het Leven was het licht der mensen (Joh. 1:4). Komende in de wereld verlicht Hij als het waarachtige Licht een ieder mens (Joh. 1:9).
Als de hoogste profeet heeft Hij ons de verborgen raad Gods verklaard. Hij heeft ons ondierwezen aangaande de weg waarin door ons vrede met God: an, ja zal worden verkregen nl. door het geloof in Hem, in gehoorzaamheid aan Hem. Wat een verborgenheid is het voor mensen die, gebonden zittend in schaduw van de dood omdat zij God vergaten, tobben over de vraag hoe zij ooit met God, Die van Zijn Recht geen afstand kan doen en de zondaar tijdelijk en eeuwig moet en wil straffen, in een verzoende betrekking kunnen worden hersteld. Als het Licht der wereld heeft Hij betuigd: k ben de weg en de V^T'aarheid en het Leven. Niemand komt door de Vader dan door Mij (Joh. 14 : 6). Door Zijn bloed heeft Hij een verse en levende weg geopend waardoor God tot ons kan komen in genade en wij door Hem de toegang tot God hebben zouden door Zijn Geest als een Vader (Ef. 2 : 18), Die gaarne vergeeft en mild geeft. De Heere Jezus liet Zijn licht schijnen in de duisternis. Die duisternis was in de tijd dat Hij op aarde was, over de gehele wereld verspreid. Het door Hem verspreide Licht is via Zijn Woord ook tot ons land doorgedrongen. Nog steeds schijnt door middel van Zijn Woord het Licht in de duisternis. Via prediking, evangelisatie en zending laat de Heere Zijn licht schijnen over allerlei soorten mensen. Wat een voorrecht is het om met dat licht beschenen te worden, maar... tevens wat een verantwoordelijkheid. Wij lezen in Joh. 1 : 5: n het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. En in Joh. 3 : 9 luidt het: n dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Zij verkozen het leven in eigengerechtigheid en ongerechtigheid boven het leven in het Licht. Zo is het ook met ons van nature.
Wij leven in een na-christelijk tijdperk. Wij leven in een donkere tijd. Wij wonen in een land van de schaduw des doods! Velen zeggen: ie zal ons het goede doen zien? „Verhef Gij, o Heere het Licht Uws aanschijns", zij en blijve ons gebed. Hij geeft licht in blinde ogen (Joh. 9). „Zijn v\7ij dan ook blind? " vroegen de Farizeeërs. Jezus zeide: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: ij zien, zo blijft dan in uw zonde." Door Zijn Woord en Geest geeft liij licht over de vraag wat de enige troost is in leven en sterven (zondag 1 H.C.). Hij geeft ook licht over de vraag: oe kom ik er aan? (antw. 2 H.C.). Hij heeft gezegd: , Ik ben het Licht, in de wereld gekomen, opdat een iegelijk die in Mij gelooft in de duisternis niet blijve (Joh. 12 : 46). Er staat niet dat de navolgers van Hem niet in duisternissen zullen
kcmen. Ook voor hen zijn de dagen der duisternis vele, wanneer moet worden ingeleefd wat onze zonden teweegbrachten. O, dat gebonden zijn in schaduw van de dood... willen vluchten en nergens heen kunnen... dat voortgedreven worden zonder een weg der ontkoming te zien. Dan kunnen wij ons niet behelpen met wat kunstlicht van spitsvondig geredeeer. De Heere is echter geen land van uiterste duisternis. De zoekers van Hem, de navolgers van Hem Die sprak: Volg Mij", zullen in de duisternis niet blijven. Hij trekt uit de duisternis. God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus (2 Cor. 4 : 6). Roemt Gods Kerk. Wat een ruimte en troost ligt er dan óók voor ons in Jesaja's woorden: en Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijn schouder. Dan noemen wij Zijn Naam met ootmoedige, blijde en dankbare harten: onderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Hoe zalig is het in dat licht te mogen wandelen. Dat licht is wonderbaar licht. Het verandert de schaduw des doods in vrolijk levenslicht. Dat licht is ook door ons te verkrijgen. De Heere wil het uit genade schenken. Niemand heeft zich het waardig gemaakt of kan zich het waardig maken dat dit heillicht opga in ons hart. Christus is gegeven tot een Licht, ja tot het Licht voor zondige schepsels. Dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, waarvan ik de voornaamste ben (1 Tim. 1 : 15). Niemand'wordt uitgesloten van de nodiging, ja het bevel tot het Licht te komen. Hij is geboren voor zondige mensen. Hij is gegeven aan zondige mensen. De heerschappij is op Zijn schouder om zondige mensen vrij te maken van de dood en ons te doen leven. Niemand zegge: at is voor mij niet weggelegd. Christus bedriegt ons niet als Hij tot ons zegt: olg Mij en leef. Terwijl gij het Licht hebt, gelooft in het Licht, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn (Joh. 12 : 36).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980
Daniel | 28 Pagina's