JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ACHTEROM- EN VOORUITZIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ACHTEROM- EN VOORUITZIEN

10 minuten leestijd

Terugblik

Nog slechts enkele dagen en 1980 is ook weer voorbij!

Wat is er in het achterliggende jaar weer veel gebeurd. In ons persoonlijk leven, in onze gezinnen, in de kerk, ja ook in het land-en wereldgebeuren.

In de laatste weken van het jaar is het de gewoonte om eens achterom te zien. Ook als bondsleden is het goed om dat te doen, om eens na te gaan wat er werd gedaan. Niet om daarbij op onszelf te wijzen, want het is de Heere Die ons lust en kracht gaf het werk te doen, zowel op de plaatselijke vereniging als in het bondsbestuur.

Op uw vereniging

Plaatselijk waren er de wekelijkse vergaderingen, of zoals in veel gemeenten de gewoonte is één maal per twee weken. Op veel plaatsen zal er een bijbelgedeelte besproken zijn, of zullen er wellicht goede gesprekken zijn geweest naar aanleiding van een gelezen meditatie (Het onderzoek van Gods Woord krijgt toch wel de nodige aandacht? ). Er zal heel wat gewerkt zijn, vaak luisterend naar diegene die voorleest. Zowel in besloten kring als met belangstellende gemeenteleden zijn er jaarvergaderingen gehouden en jaarlijkse verkopingen zijn georganiseerd.

Er zijn verenigingen die sprekers hebben uitgenodigd om in hun gemeente de nodige voorlichting te geven over zending, evangelisatie, gehandikaptenwerk of iets dergelijks. Er is heel wat geld afgedragen aan de Zending, of andere kerkelijke doeleinden. Hopelijk is ook de onderlinge band er door verstevigd.

Vanuit de bond

Vanuit het bondsbestuur zijn eveneens heel wat aktiviteiten ontplooid. Verschillende daarvan hebt u al in het jaarverslag kunnen lezen, maar het kan geen kwaad om het nog eens te herhalen.

Er was een bondsdag in „de Doelen", een huishoudelijke vergadering in de kerk te Utrecht, er waren twee presidentesvergaderingen en drie regionale vergaderingen. Velen van u gaven blijk van belangstelling. Er werd goed geluisterd naar hetgeen er is besproken.

Weet u het nog: de vraag van de presidente: moeten we niet veel meer onze noden aan de Heere voorleggen?

Weet u het nog: ds. Bac in 's Gravenpolder op 27 maart: De Heere geeft vaak zegen in tegenspoed. Ds. Hakkenberg op de bondsdag: Houdt in gedachten dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt.

Zijn wij Christus zalving deelachtig en door een waar geloof in Hem ingelijfd? (ds. van Haaren). Hebben we deze vraag naast ons neergelegd of mogen we met Andreas zeggen: „Wij hebben gevonden" (ds. Boogaard).

Weet u het nog wat dhr. van Bochove in Nunspeet (22 mei) gezegd heeft over „De laatste dag"?

En weet, u nog wat Lydia Vins ons gevraagd heeft op de huishoudelijke vergadering in september j.1.? „Gedenkt de gevangenen alsof gij mede gevangen waart" (wat hebben we ervan terecht gebracht? ).

Dankbaarheid mag er zijn voor de vakantieweken die mochten worden georganiseerd: negen voor en met gehandicapten en vijf voor gezinnen, echtparen en alleenstaanden. Dankbaarheid-vooral voor de wijze waarop deze mochten verlopen.

In „Daniël" waren er de „Pagina's voor Haar" met bondsnieuws en bezinning, terwijl via het Lektuurfonds een helpende hand werd geboden bij de zinvolle vulling van de verenigingsavonden.

Als bondsbestuur moesten we ook dit jaar weer de leden van de Tweede Kamer benaderen over de abortuswetgeving.

Hoewel we blij mogen zijn, dat we ook dit jaar weer de kracht en gezondheid' hebben ontvangen om het werk te doen, moeten we ons beschaamd afvragen of we er Gods eer mee bedoeld hebben. Als we onszelf kennen, weten we dat alles te kort is geweest. Maar dan mag er ook de verwondering zijn dat de Heere, ondanks alles, ons werk nog wilde zegenen.

Het kan geen kwaad om eens achterom te zien naar alles wat mocht worden gedaan, maar noodzakelijker is het om te letten op alles waarmee de Heere ons heeft omringd. Zijn zorgende hand was dagelijks over ons. Ook in het verdriet en de zorgen. De Heere slaat immers niet uit lust tot plagen? Ook dat diende tot ons nut. De Heere besteedt niet alleen zorg aan ons lichaam maar veel meer nog aan onze onsterfelijke ziel. Hij heeft geen lust in onze dood, maar daarin dat we ons zouden bekeren en leven. Daartoe werden we niet alleen zondag aan zondag geroepen en gewaarschuwd maar dagelijks. Elke keer als we de Bijbel openslaan, maar ook als we horen over ziekte, sterven en tegenslagen zijn dat waarschuwingen en roepstemmen.

Tel uw zegeningen

In een van onze vakantieweken was eens een verstandelijk gehandicapte jongen die niet kan spreken en totaal verzorgd moest worden. Hij kan echter wel neuriën. Het vers dat hij ons steeds liet horen was: „Tel uw zegeningen, tel ze één voor één." Wat kunnen wij daar veel van leren. God Die alles bestuurt, wil ook deze jongen gebruiken om ons te leren onze zegeningen te tellen. En daar zijn we zó maar niet mee klaar. Hoeveel psalmen zijn er niet gedicht waarin de weldaden en de wonderen des Heeren worden vermeld om het volk Israël te doen gedenken? En alles wat geschreven is, is tot onze lering geschreven. Als Israël tot gedenken wordt aangezet, dan geldt dat ook voor ons!

Komen wij er wel eens aan toe om terug te blikken op al die gunstbewijzen? Elke minuut die we leven is immers genade! We hebben niet anders dan de dood verdiend. Behalve het terugblikken is het ook nodig om vooruit te zien.

Advent

Ook advent heeft te maken met vooruitzien. Het is het verwachten van de komst van Christus als Zaligmaker.

Durven wij vooruit te zien? Of verwachten wij alles van onszelf, van ons godsdienstig leven? Of wellicht verwachten wij niets, hebben wij geen Zaligmaker nodig, omdat we onszelf niet als zondaar kennen, als één die de rampzaligheid heeft verdiend. Vraag dan of de Heere u aan uzelf wil ontdekken, want ook voor ons komt er een einde aan de genadetijd.

Advent is niet het uitzien naar de kerstdagen om de gezelligheid of omdat we graag over de geboorte van de Heere Jezus horen preken.

Het is het verwachten van de komst van Christus als onze persoonlijke Zaligmaker. Een verwachten in het geloof, wetend dat Hij Die het beloofd heeft, getrouw is, Die het ook doen zal.

Zoals wij vrouwen vaak zo druk bezig zijn om ons huis met bezemen te keren, om alles opgeruimd te hebben voor de feestdagen, ja om het te versieren, zo zijn ook velen van ons bezig om ons aangenaam te maken voor de Heere. Maar Hij werd niet in een paleis geboren en in een mooie wieg gelegd. Er is voor Hem geen plaats in een opgepoetst hart, bij iemand die zich nog zelf weet te redden, maar hongerigen heeft hij met goederen vervuld en rijken ledig heengezonden.

Kennen wij onszelf al als een rampzalige? Dan hebben we een Zaligmaker nodig. Voor hen is de Heere arm geworden. Houdt dan maar moed en blijf de Heere verwachten en hoop op Zijn onfeilbaar Woord.

Kerstfeest

Wellicht hebt u die dit leest al kerstfeest gevierd, heeft de Heere al verlossing teweeggebracht en een hoorn der zaligheid opgericht. Wellicht heeft Hij ook voor u die harige schedel geveld en wilde woning bij u maken, omdat Hij de nederigheid van Zijn dienstmaagd heeft aangezien. Wat past het dan om in verwondering stil te zijn en met de herders in aanbidding neer te knielen voor Hem, Die ook voor u als de Immanuël de verbroken gemeenschap met God wilde herstellen.

Maar wat nodig is het dan ook anderen te vertellen over die wondere geboorte en over Hem Die zich ook in uw hart wilde openbaren, zoals Groenewegen in één van zijn verzen:

O, Gij schoonste aller mensen, Hemelluister, godlijk schoon, Zijt het voorwerp aller wensen, Gods geduchte grote Zoon.

Al mijn liefde is Hij waardig, Duizenmaal en nog veel meer. Tot Zijn dienst ben ik volwaardig, *k Buig mij voor Zijn voeten neer.

Toen Simeon de Heere Jezus in zijn armen mocht nemen kon hij zeggen: „Nu laat Gij Heere uw dienstknecht gaan in vrede." Toen ging hij weer vooruit zien. Voor die tijd verwachtte hij de vertroosting Israëls, dat is de komst van de Messias in Wie alleen troost te vinden was. Maar nu kan hij zich verheffen boven de liefde voor het leven en de vrees voor de dood. Het is een vaarwel aan deze wereld.

Maranatha

In een van de laatste verzen van het boek Openbaring zegt de I-Ieere Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is: Ik kom haastiglijk! En mag ons antwoord dan zijn: Ja, kom Heere Jezus! ?

Of voelen wij ons zo thuis in de wereld dat wij de wederkomst van de Heere uit onze gedachten bannen, omdat Hij komt om de aarde te richten. Betekent dat voor ons een veroordeling, een eeuwige rampzaligheid?

Die wederkomst zal voor Gods volk de heerlijkste dag zijn, maar een vervloeking voor hen die de Heere Jezus Christus niet liefhebben.

Leer dan acht te geven op de grote zaligheid, die Christus ontsloten heeft voor dieponwaardigen. Ga de kant van lijdelijkheid en zorgeloosheid niet op door te zeggen: „Wat kan ik er aan doen? ", maar gebruik de middelen die de Heere ons heeft gegeven: bid, want de Heere wil er om gebeden zijn; luister naar Zijn woord, want het geloof is door het gehoor; onderzoek de schriften, die van Hem getuigen en belijd en laat de zonden, want aan die zal bermhartigheid geschieden. Maar bovenal vernedert u onder de krachtige hand Gods, want Hij zal Zijn hand tot de kleinen wenden.

Weet gij niet tot Hem te komen? Vraagt het Jezus als Profeet! Waarom zoudt gij voor Hem schromen, daar Hij zelf uw dwaasheid weet? Gaat u aan Zijn voeten zetten, Wilt steeds op Zijn lering letten, want Hij leert dat 't harte raakt. Hij geeft lessen, Hij geeft lessen die de zielen wijzer maakt..

Jaarwisseling

't Oude jaar is nu verdwenen, En vergaan die schone tijd En zo gaan de jaren henen, 't Eindigt in de eeuwigheid. Velen zijn gegaan verloren, eeuwiglijk vervreemd van God, Beter was het nooit geboren, Als zo een rampzalig lot.

En wij mogen nog beleven, zo een schone vindenstijd. Laat ons prijs en ere geven, God zo vol van goedigheid. Prijst de Heere met gezangen, Geeft Hem eer en roem en lof, Zou God nu geen dank ontvangen, Wij genieten dankensstof.

Zalig volk die in het oude jaar, die keuze hebt gedaan, Wie het eeuwig nooit berouwe, eeuwig zal 't wel steeds gaan; Laat de tijd nu vlugger lopen, Sneller als de vlugge reên, Die op 't eeuwig leven hopen, treden zo gerust daar heen.

Eeuwig Koning, die aan jaren noch aan tijd gebonden zijt, Wilt U aan ons openbaren, dan werd al Uw volk verblijd; Laten velen zijn geboren, in Uw Sion tot Uw eer; Zoek ze op d'ie zijn verloren, och ontferm U lieve Heer'.

Laat een jaar van zegeningen, voor ons nu eens zijn bereid, overstroomt Uw lievelingen met Uw goedertierenheid; Laat eens leven uit de doden, onder Uwe kind'ren zijn. Sier met heil Uw hemelboden, dan zal 't volk recht blijde zijn.

Doet ons Sions heil aanschouwen, in het nieuw begonnen jaar. Weer van ons de smart en rouw, Uw gena ons lang nog spaar, Laten velen weêrgeboren, in dit jaar zijn toegebracht. Red een volk geheel verloren, Dat op Uw genade wacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980

Daniel | 28 Pagina's

ACHTEROM- EN VOORUITZIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980

Daniel | 28 Pagina's