TIJD
Toen Luther de overbezette agenda van zijn vriend Melanchton zag, schreef hij erbij: „Jij gaat dood; jij hebt geen tijd om te luieren voor God." Het zal jullie duidelijk zijn dat Luther dat heel serieus bedoelde. Melanchton had geen tijd om te mediteren, te luieren dat is te bidden. Het ene uur reigde zich aan het volgende, zo-ging het met de dagen, de weken, de maanden en met de jaren.
Velen van ons hebben met hetzelfde manco als Melanchton te maken. De tijd die we uittrekken voor bijbellezen, overdenking van het gelezene en het gebed, is vaak een sluitpost van de dag. Meestal te kort en vaak te mee om echt met volle aandacht bezig te zijn en „stille tijd" te houden. Misschien wil je het wel doen, maar „het vlees" is zwak. Soms slaap je al en word je met een schok wakker. Nu we het jaar onzes Heeren 1880 bijna afsluiten is het goed om ons nu het nog kan (genadetijd), te realiseren, dat de Heere recht heeft op de tijd die Hij ons Zelf gegeven heeft. Paulus schrijft in Efeze 5: Wandelt als wijzen, de tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn en verstaat welke de wil des Heeren zij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1980
Daniel | 28 Pagina's