HIJ WAS EEN SADIST ...
God is de Bron van het leven. Hij onderhoudt, bewaart, regelt en leidt het.
Doodslag, moord is een schending van Gods werk, een aanslag op Hem. Want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt (Gen. 9 : 6). Dus wie de mens doodt, schendt het beeld van God. Doden is ook een aanslag op Zijn bestuur, Zijn recht en Zijn leiding. De dood is een straf op de zonde. Gods straf. „Ten dage als gij daarvan eet..." Wij mogen geen rechter over elkaar zijn, want dan treden we in de plaats van God en in de plaats van de overheid. Zij is immers Gods dienares. Zij mag namens God met de dood straffen. „Zij draagt het zwaard niet tevergeefs". Een vraag: ls zij nu het zwaard wel tevergeefs draagt, is de overheid dan nog wel Gods dienares? Als zij deze bevoegdheid niet meer gebruikt, wat dan?
De wortel van de doodslag is nijd. Lees zondag 40 van de I-Ieidelberger Catechismus maar. Nijd leeft in ieder mensenhart. Daarom zijn wij allen schuldig t.a.v. het zesde gebod. Schuldig omdat de wortel van het kwaad in ons is. Gods algemene goedheid die verspreid ligt op al Zijn werken, weerhoudt ons om tot „de daad" over te gaan. In de evangelisatie gebruiken wij niet graag de term: „algemene genade". Onder randen buitenkerkelijken heb ik ervaren dat het van „algemene genade" maar een kleine stap is naar „algemene verzoening". Daarom gebruiken we liever de term: „algemene goedheid".
In sommige mensen komen de zaden van boosheid meer naar de oppervlakte dan bij anderen het geval is.
Ik heb een jeugdvriend gehad die tot „de daad" is overgegaan. Wij waren nog maar jongens van een jaar of zes, toen ik op een vrije woensdagmiddag mijn vriend met een dikke knuppel een kippenren zag forceren. Hij sloeg links en rechts om zich heen zodat de witte hoenderveren in het rond stoven. Er brandde een onheilig vuur in zijn ogen. Toen ik het wilde verhinderen, kreeg ik er zelf van langs. Zijn hobby was kwellen en martelen.
Bij het ouder worden werd het steeds erger met hem. Op zestienjarige leeftijd moest hij reeds de gevangenis in. Hij was een schrik voor zijn bewakers. De oorlog van '40 - '45 kwam. Hij was één van de eersten die dienst nam bij de duitse „Waffen SS" (Schutz - Staffel). Dit wat zijn ideaal! Naar hartelust kon hij nu ongestraft moorden. Beestachtig hield hij huis onder de politieke gevangenen. Hij was sadistiser en wreder dan welke duitse SS-er ook maar kon zijn. Hij beukte de gevangenen waar hij ze ook maar raken kon, alleen uit lust tot kwellen.
Lange tijd heeft hij aan het oostfront tegen de Russen gevochten. Hij haalde het „ijzeren kruis met briljanten", één van de hoogste onderscheidingen. En geloof maar dat hij heel wat moorden heeft moeten doen om deze onderscheiding te verdienen!
Wonder boven wonder kwam hij heelhuids uit de oorlog thuis. Totaal verhard. Geen spoor van blijdschap dat hij zijn familie terug zag.
Al gauw werd hij gearresteerd omdat hij de vijand geholpen had. Jaren van opsluiting doofden zijn moordlust echter niet uit. Totaal verbitterd kwam hij vrij. Zette zijn oude leven voort. Er was niet meer met hem te praten. Hij dronk vreselijk.
Op een donkere eerste kerstdagavond kreeg hij ruzie met een oudere man. Hij trok zijn dolkmes en stak toe. De man heeft nog maar kort geleefd. Kort na zijn arrestatie is mijn jeugdvriend aan een vreselijke ziekte gestorven. Tijdens zijn sterven kwamen al zijn bedreven misdaden op hem af. Vreselijk om zo te sterven. Zonder God geleefd, zonder God gestorven.
Is er onderscheid tussen hem en ons, jongens en meisjes? Welnee, het is alleen Gods algemene goedheid als wij voor deze zonde bewaard worden. Laat ons gedurig gebed zijn: „Was, reinig mijn gemoed van mijn verborgen zonden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1980
Daniel | 28 Pagina's