„WIJ ZIJN MEER VOOR HET LEVEN DAN TEGEN ABORTUS”
VRAAGGESPREK MET
Ben Zijl, 34 jaar, voorlichter van de V.B.O.K., vader van zes kinderen, lid van de Gereformeerde Gemeente te Boskoop.
Margreeth Sonnenberg, 29 jaar, maatschappelijk werkster in dienst van de V.B.O.K., volgde de part-time opleiding aan de Gereformeerde Sociale Akademie.
Het is vrijdagmorgen 14 november. Na even zoeken vinden we in Amersfoort Arnhemseweg 17. Het. bord' „Dienstencentrum Vereniging ter Bescherming, van het Ongeboren Kind", zegt ons dat we aan het goede adres zijn.
Op dit landelijk centrum van de V.B.O.K. werken zeven mensen vóór het leven. Een voorlichter, twee maatschappelijk werksters, een groepswerker, twee administratief medewerksters en een part-time direkteur.
Het werk van de V.B.O.K. wordt niet gesubsidieerd, maar geheel betaald door de leden van de vereniging. Gelukkig is dit mogelijk door het steeds stijgende ledenaantal. Waren er in 1976 3200 leden, nu zijn het er 16.000. „Maar we zijn er nog niet met dit aantal", zegt Ben Zijl, de voorlichter van de vereniging. „Nu kunnen we het werk aan, maar als er geen leden bijkomen en de financiële mogelijkheden dus niet uitbreiden, moeten we de noodtelefoon stopzetten. Dat zal gaan ten koste van de hulpverlening, dus ten koste van mensen in nood."
Met Ben Zijl en Margreeth Sonnenberg (maatschappelijk werkster) hebben we een gesprek over het werk van de V.B.O.K.
Kun je ons iets vertellen over de aanleiding tot het oprichten van de vereniging?
Ben: Onze vereniging, die opgericht is in 1971, kwam tot stand doordat in die jaren abortus min of meer vrij gegeven werd. Er stonden allerlei wetswijzigingen op stapel. Vooral de eerste jaren hebben we ons in verband met deze wetswijzigingen gericht tot de leden van de Tweede Kamer. Later zijn we begonnen om de hulpverlening op gang te brengen. We kunnen wel met ons allen tegen abortus zijn, maar er moet toch iets tegenover gesteld worden, vonden we. De hulpverlening lukte in het begin niet zo omdat we vanuit een landelijk centrum werkten. Maar met name de laatste vier jaar is de hulpvraag sterk gestegen, vooral ook door de aktiviteiten van de plaatselijke werkgroepen in den lande. Op dit moment hebben we zeventig werkgroepen.
Het funktioneren van de werkgroepen is belangrijk voor jullie werk. Hoe komt zo'n werkgroep nu tot stand?
Ben: Eerst kwamen de werkgroepen meestal tot stand doordat mensen, die het belang van dit werk inzagen, bij elkaar gingen zitten en met elkaar probeerden wat te doen. Nu we een groepswerker hebben (Wil Kok) zijn er meer mogelijkheden om dit werk uit te breiden. Regionale bijeenkomsten zijn belangrijke aanknopingspunten voor hem om nieuwe werkgroepen van de grond te krijgen. Wanneer er een groepje van een man of zeven gevormd is, gaat Wil met deze men-
sen studeren op de problematiek rond het ongewenst zwanger zijn en op de gevolgen die dit, kan hebben. Een lijst met vijfenzeventig vragen wordt besproken en in de meeste gevallen wordt er kontakt opgenomen met de plaatselijke huisartsen om daar, zo nodig, een beroep op te kunnen doen.
De doelstellingen van de vereniging zijn duidelijk gericht op preventie (voorlichting) en Judpverlening. Hoe funktioneert dit binnen het geheel van jullie werk en binnen de werkgroepen?
Ben: We zijn meer vóór het leven dan tegen abortus en als je voor het leven bent, ben je uiteraard tegen abortus. Dit proberen we in onze voorlichting op scholen en verenigingen en voor allerlei instanties duidelijk te maken, We laten zien dat het leven begint bij de konseptie en dat we met een ongeborene om moeten gaan als met een mens. We weten dat we onze buurman ook niet mogen doden, al is hij soms lastig. Een ongeboren kind is een mens. Het heeft evenveel recht op leven als ieder ander. Voorlichting wordt door mij gegeven, maar ook wel door de werkgroepen, in sommige gevallen doen we het samen. Voordat de werkgroep echter voorlichting gaat geven worden ze hierin eerst door ons getraind. We oefenen met ze en gaan de eerste keren ook mee, tot ze zover zijn dat ze het zelf kunnen. We gebruiken voor onze voorlichting meestal een film of een diaserie die de ontwikkeling van de mens laat zien vanaf de konseptie.
Margreeth: De werkgroepen doen ook mee aan de hulpverlening, Zij plaatsen in een regionaal of plaatselijk blad een telefoonnummer, de zgn. noodtelefoon. Voordat het echter zover komt hebben wij goed met ze doorgesproken wat dat inhoudt. Er meet altijd iemand aanwezig zijn bij de telefoon. Omdat dit niet altijd 24 uur op een dag mogelijk is, raden wij aan ook het telefoonnummer van ons dienstencentrum te plaatsen. Hier is altijd iemand bereikbaar.
Wordt er veel van deze mogelijkheid gebruik gemaakt?
Margreeth: Ik kan niet zeggen dat er veel van deze mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, wel regelmatig. Vooral 's avonds, zo tegen tien, elf uur. Dan lijken de problemen groter en komt men eerder tot de vraag om hulp.
Wanneer er naar ons dienstencentrum gebeld wordt, luistert degene die de telefoon aanpakt. Uitpraten lucht vaak al op. Als het nodig is belt één van de maatschappelijk werksters terug voor een afspraak. Wanneer iemand werkelijk in paniek is gaan we er natuurlijk direkt naar toe. De telefoontjes die bij de werkgroepen binnenkomen worden doorgebeld naar ons. Per geval wordt bekeken wie er naar toegaat. Of iemand van de werkgroep óf een maatschappelijk werkster.
Ik kan mij voorstellen dat jullie nogal een hoge drempel hebben hier, als pelijk werksters. Blijkt dat in de praktijk ook zo te zijn?
Margreeth: Ja, dat is inderdaad zo. Iemand in nood belt sneller „zomaar een vrouw" dan een maatschappelijk werkster. De vrijwillgsters zijn vaak huisvrouwen die zelf een gezinnetje hebben en weten wat het betekent zwanger te zijn. De werkgroepen, en ook wij, krijgen vaak hulpaanvragen via huisartsen en leerkrachten. Gelukkig is er in de werkgroepen ook sprake van deskundigheid. Er zitten vaak maatschappelijk werksters in, vroedvrouwen, artsen en in enkele gevallen een advokaat.
Via de V.B.O.K. is er ook de mogelijkheid voor een zwanger meisje, dat niet thuis kan blijven, om in een gastgezin geplaatst te worden.
Voor vrouwen en meisjes die ongewenst zwanger zijn is er de mogelijkheid dat ze hun kindje na de geboorte afstaan aan een adoptiegezin. Komt dat dikwijls voor?
Margreeth: Ik werk hier nu twee maanden en ik heb het twee keer meegemaakt. De een is er gelukkig anders over gaan denken, maar de ander is nog steeds een afstandskindje. We werken er wel aan dat moeder en kind bij elkaar blijven. Als dat absoluut onmogelijk is, moeten we de Raad van Kinderbescherming inschakelen.
Hoe kunnen jullie er in bemiddelen dat het kind in een gezin komt dat een soortgelijke opvoeding waarborgt als het milieu waaruit de moeder komt?
Mar.gre.eth: Dat is heel moeilijk. We krijgen wel een gezinsschets en de Raad van Kinderbescherming zegt dat ze absoluut rekening houden met de wens van de moeder, maar we hebben er totaal geen kontrole op. In mijn brieven aan de Raad schrijf ik altijd dat we graag de Chr. Geref. Voogdij vereniging ingeschakeld zien. In de meeste gevallen houden ze daar rekening mee. Van. die vereniging weet ik nl. dat ze op dezelfde lijn zitten als wij en dat ze zoveel mogelijk aan onze wensen zullen voldoen.
Is het voor jullie als christenen niet moeilijk om binnen een algemene vereniging als het V.B.O.K. te werken?
Ben: In een algemene vereniging moet je elkaar de vrijheid laten om vanuit je eigen standpunt te werken. Om elkaar die ruimte te geven is weieens moeilijk, maar we moeten de doelstelling in het oog houden. Algemeen moet niet verward, worden met neutraal, humanistisch, onkerkelijk. Algemeen wil zeggen dat je elkaar vanuit verschillende levensbeschouwingen op één punt vindt, nl. Bescherming vanaf de konseptie!
Margreeth: Ik denk dat iemand in nood, die onchristelijk is, sneller om hulp vraagt bij een algemene instantie dan bij een. christelijke. Onze taak is in eerste instantie hulp verlenen. Daarnaast kunnen we vanuit onze eigen levensovertuiging wijzen op God.
Hoe laat de vereniging haar stem horen bij de overheid?
Ben: Door regelmatige kontakten laten we merken dat we er zijn. Met name bij het huidige wetsvoorstel zijn er verschillende brieven vanuit de vereniging verstuurd. Er is ook tegen de werkgroepen gezegd: Mensen, schrijf zoveel mogelijk persoonlijke brieven. Dat maakt indruk en tijdens de behandeling werd ook gezegd dat er zoveel brieven ontvangen zijn.
Eerder in ons gesprek kioam ter sprake dat de vereniging samenwerkt met de Chr. Ger. en de Ger. Vrijgemaakte Voogdijvereniging. Werken jullie ook samen met andere organisaties die ook op dit terrein bezig zijn?
Ben: Er zitten mensen van onze vereniging in het Nederlands Comité, dat is het overlegorgaan van alle pro-life (voorhet-Ieven) organisaties in Nederland. Verschillende akties doen we samen, zoals laatst het verzamelen van handtekeningen. Wij doen ook aan hulpverlening voor verschillende instellingen die zelf geen hulpverleningsapparaat hebben.
Waarom zijn er eigenlijk zoveel verschillende pro-life organisaties in Nederla.nd?
Margreeth: Iedere organisatie heeft zijn eigen aksenten. Wij klimmen bijvoorbeeld niet in een hijskraan of staan niet met spandoeken bij Bloemhoven zoals de stichting „Recht zonder onderscheid". Deze stichting doet' bijvoorbeeld, veel aan protestakties-, waar wij niet zoveel aan doen. Welk meisje wil geholpen worden door iemand die gisteren in de krant stond met een groot spandoek?
Op initiatief van het Ref. Dagblad is nog niet zo lang geleden een nieuwe stichting ont-
staan. Wat vinden jullie van deze oprichting?
Ben: Ik geloof dat alles v/at gedaan wordt op het gehied van hulpverlening toegejuicht moet worden. Alles wat vóór het leven gebeurt is alleeia maar positief. We vinden het wel jammer dat hier een nieuwe stichting voor in het leven geroepen moet worden. Ik hoop dat het overleg nog uitbreidt. Daar waar je samen kunt werken, moet je ook samenwerken.
Margreeth: Aan onze kant staat er niets in de weg om samen te werken. Als er een beroep op ons gedaan wordt, door welke organisatie ook, zijn wij, als werkers, altijd bereid om alles te doen, als de khënt maar geholpen wordt!
Het werk dat door jullie vereniging gedaan wordt, op het dienstencentrum en binnen de werkgroepen is erg mooi en o zo nodig. Maar wat kunnen wij, als jongeren, vóór het leven doen? Hoe kunnen wij dit vjierk steunen?
Ben: Eigenlijk zou iedereen die tegen abortus is, lid van onze vereniging moeten zijn. Zet ledenwerf akties op in jullie gemeente. Hoe meer leden we hebben, hoe meer mensen geholpen kunnen worden. Als er een werkgroep is in jullie buurt, werk er aan mee. Wanneer er geen werkgroep is, help dan mee aan het oprichten hiervan. We hebben juist jongeren nodig! Waar een werkgroep is, stijgt de hulpverlening. Wanneer je op school een werkstuk moet maken, doe het dan eens over het ongeboren kind en wat daarmee samenhangt en stel bij de leraar maatschappijleer, biologie of godsdienst voor dat wij komen met een film of diaserie. Ook stukjes in de schoolkrant kunnen een positief gesprek op gang brengen. We willen jullie op alle mogelijke manieren helpen. Een telefoontje aan ons dienstencentrum (tel. 033 - 620244) en we staan voor jullie klaar!
Ik wil vooral tegen jongeren zeggen: wees zuinig op jezelf en op anderen, God heeft ons onze gevoelens gegeven, maar Hij geeft tegelijkertijd de eis om er verantwoord mee om te gaan. We hebben de gave gekregen om onszelf te beheersen. Je ziet vandaag om je heen een geweldige verschuiving in het denken en handelen rond sexualiteit.
Margreeth: Als je jong bent moet je je juist realiseren dat het gaat om één van de mooiste dingen die God ons na de zondeval nog gelaten heeft. Hij keert zich altijd tegen je als je er onverantwoord mee omgaat. Praat er over met elkaar, in positieve zin. Praat er over in jullie gezin en op de vereniging, 't Gaat immers om menselijk leven, 't gaat om jezelf!
Ben en Margreeth, heel hartelijk bedankt voor de tijd' die jullie hebben willen nemen voor ons om iets te vertellen over jullie werk. We hopen dat veel lezers zich op zullen geven als lid van de V.B.O.K, Laten we niet alleen tégen abortus zijn, maar laten we met elkaar de hand aan de ploeg slaan vóór het leven, vóór het maaksel van Gods hand!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1980
Daniel | 28 Pagina's