BOEKBESPREKING
GEWAPENDE VREDE
Prof. dr. J. Douma schreef in de serie „Ethisch kommentaar" (Uitg. Ton Bolland, prijs ƒ 16, 90) een uitstekend boekje: „Gewapende vrede", een titel die aangeeft dat de problematiek van oorlog en vrede niet simpel lig-t. Uit de schijnbaar tegenstrijdige titel blijkt dat de schrijver weinig moet hebben van geforceerde oplossingen, als zou hier op aarde de vrede op kortere of langere termijn verwerkelijkt kunnen worden. Dr. J. Douma is wat dit betreft te nuchter om te geloven dat de mens met alleen maar vredesbedoelingen rondloopt. Hij is vooral ook te bijbelvast om daarin te geloven! Uit zijn 16 stellingen, die hij hoofdstuksgewijs uitwerkt, blijkt wel, op welk een juiste wijze hij de Schrift laat spreken.
Stelling 4: erwijl uit de Schrift blijkt dat er tot het einde van de wereld oorlogen zullen zijn (Matih. 24 : 6, Openb. 6 : 20), is daarmee niet gezegd dat uit deze voorspelde Dtand van. zaken een norm voor ons handelen valt af te lezen. Gods wil des besluits is nog niet Zijn Vi^il des bevels, Gods oorlogen zijn nog niet onze oorlogen (zie mei name in Openb.). De Schrift kent geen verbod van oorlogvoering, maar maakt wel duidelijk dat oorlog en bloedvergieten niet als gewone verschijnselen aanvaard mosten worden (Joz. 1 : 13; 1 Kron, 28 : 3; les. 2 : 2 vv; Micha 4 ; 1 vv). De vrede die er voor ons is in Christus, moDt doorwerken tussen de mensen en de volken (Matth. 5 : 9; Gal. 3 : 28; Ei. 2 : 14 vv).
Stelling 5: erwijl de christen geen kwaad met kwaad mag vergelden (Matth. 5 ; 38 v. 43 v; 1 Petr. 3 : 9, 13 : 18), is daarmee nog niet gezegd dat de overheid het ook niet mag dosn. Wat de christen kennelijk als partikulier persoon niet mag — wraak oefenen (Bom. 12 : 19) —, is aan de overheid opgedragen: Zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem die kwaad bedrijft" (Rom. 13 : 4).
Prof. Douma houdt rekening met de bijbelse notie van de zonde. De mens is in wezen zondig en slecht en daarom heeft hij overheidsgezag nodig om hem in toom te houden. Bij de pacifist komen we zulke gedachten niet tegen. In het algemeen gaan zij uit van het goede in de mens. Dat uitgangspunt is echter verkeerd, en ze zullen al gauw op een dwaalspoor terechtkomen, al doen hun uitspraken sympathiek aan en beloven zij positieve dingen.
Houdt de op de Schrift gebaseerde zienswijze van dr. Douma nu in dat hij in het negatieve blijft? Welnee! Zijn grondtoon is positief: het doel is vrede. Overigens heeft de Navo eenzelfde doelstelling voor ogen. Maar bij dr. Douma komt daar een dimensie bij. Vanuit de vrede die er is in Christus, zal deze ook doorwerken tussen mensen en volkeren. Een christen heeft dan ook de vrede na te jagen, ook al lijkt het een onbegonnen zaak zich voor de vrede in te zetten. Ook in dit opzicht geldt: het gebed van een rechtvaardige vermag veel.
Ook aan de problematiek van de kernwapens besteedt prof. Douma ruime aandacht, waarbij hij de Navo niet afschildert als „de agressieve bruut" of „het zwarte gevaar", maar als een organisatie die probeert het evenwicht te bewaren in de wereld. Bepalend voor de politiek-strategische verhoudingen is volgens de Navo nog steeds het machtsevenwicht tussen de beide grootmachten, een evenwicht dat vooral berust op hun strategisch-nucleaire strijdkrachten. Hiermee kunnen zij na een verrassingsaanval zo terugslaan dat de gevolgen daarvan voor de tegenstander onaanyaardbaar zijn. De Navo beoogt hiermee oorlog en dus ook het daadwerkelijke gebruik van kernwapens te voorkomen. Iemand schreef eens: het voornaamste argument ten gunste van kernwapens is dat de atoomparaplu ons in ieder geval nog in vrede doet wonen. En schrijft prof. Douma: het zal ons als schuld aangerekend worden als we de nog aanwezige vrijheid met, name m.b.t. de kerk onnodig prijsgeven.
Met instemming wil ik nog graag het volgende uit zijn slothoofdstuk citeren, om aan te tonen dat dr. Douma goede tonen aanslaat: „De kerk mag wel danken voor de vrijheid die zij in het westen bezit, al is het zeker ook haar taak te bidden voor de afwending van een wereldbrand, voor vorderingen op ontwapeningskonferenties en voor terugdringing van elk oorlogsgeweld."
Anderen vertrouwen op de wapens zelf. De kerk moet belijden dat het slechts middelen zijn die zeker zullen falen als Gods lankmoedigheid met deze wereld ten einde is. Verder moet de kerk aan de wereld de weg wijzen die niet naar een betrekkelijke vrede voert maar naar een blijvende. Zij wordt niet veroverd en zij behoeft niet verdedigd te worden. Zij wordt geschonken in een stad die uit de hemel nederdaalt en haar poorten niet meer behoeft te grendelen (Openb. 21 : 25).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1980
Daniel | 28 Pagina's