ANTWOORD AAN WERKENDE JONGEREN
Het ligt voor de hand dat je het vorige artikel met gemengde gevoelens gelezen heht. Misschien heb je jezelf er in herkend. Misschien ben je geschrokken van sommige opmerkingen en vraag je je af waarom dit in Daniël opgenomen is.
In ieder geval zul je moeten toegeven dat het eerlijke antwoorden zijn. Zó wordt er gepraat door werkende jongeren, helaas ook door jongelui uit de Gereformeerde Gemeenten. Wie dit niet wil weten doet als een struisvogel die zijn kop in het zand steekt om het gevaar niet te zien.
In dit artikel wil ik op het vraaggesprek reageren, in de eerste plaats naar de werkende jongeren zelf toe. Ik kan niet overal op in gaan, maar moet me tot de hoofdzaken beperken,
Is geld zo belangrijk?
Toen ik het vraaggesprek las, viel het me op dat velen van jullie geld toch wel erg belangrijk vinden. Er wordt in gezegd dat je werkt om daarmee geld te verdienen en dat als er bezuinigd moet worden, ze eerst maar naar anderen moeten gaan Van dat geld kun je patat en pils kopen, een brommer betalen, kleren kopen, een horloge met wekker en datum, met vakantie gaan, later een auto kopen en misschien wel een huis......
Eigenlijk heb je nooit geld genoeg. Maar als het einde van je leven aanbreekt kun je niets meenemen. Wat ben je arm als het je er alleen maar om te doen is, zoveel mogelijk geld te verdienen.
Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat je geen geld mag hebben. Maar hecht er toch niet zoveel waarde aan. Helaas geven veel van onze ouders het verkeerde voorbeeld door zoveel aandacht aan een mooie auto of een nieuw huis te besteden.
Als je een baan zoekt, kijk dan niet in de eerste plaats naar wat je verdient, maar of het een leuke job is, waar je met een gerust geweten je werk kunt doen.
En dan die bezuinigingen op de jeugdlonen, Zijn die nou echt zo laag dat er niets meer af kan als iedereen moet inleveren? Heb je wel eens gehoord wat iemand die ƒ 100.000, — verdient moet inleveren? Weet je eigenlijk wel hoeveel gulden jij minder krijgt? Volgens mij valt het allemaal best nog wel mee.
Gelukkig heb ik ook gelezen dat er onder jullie zijn die wel begrip voor de bezuinigingen hebben.
De kerk en je werk
De antwoorden op de vraag hoe je als jongeren van de kerk je moet gedragen op je werk, hebben me het meest aan het denken gezet. Is het waar dat het in de omgang met je kollega's helemaal niets uitmaakt of je nu naar de kerk gaat of niet? Behoeven ze dan helemaal niet te kunnen merken dat je moet leven zoals de Heere dat wil?
Natuurlijk zijn degenen die niet naar de kerk gaan niet slechter dan wij, maar wel anders! En waar zouden ze dat dan aan moeten kunnen merken?
Niet in de eerste plaats aan je woorden, of het moest zijn dat je niet meedoet met vloeken. Belangrijker is dat ze het kunnen merken aan je daden. Als je niet hard meelacht als er een schuine mop verteld wordt , als je wel leuk gekleed bent, maar niet uitdagend en volgens de allerlaatste mode. Het is geen schande als je niet zoveel van popmuziek afweet , als je niet weet wie er kampioen geworden is , als je niet meeschreeuwt dat het belachelijk is dat de direkteur twee keer per jaar met vakantie gaat. Integendeel!
Welke taal gebruik je? Hoe praat je als jongen over meisjes en als meisje over jongens? Wat doe je als er gevloekt wordt?
Aan dat alles moeten je kollega's kunnen merken dat je naar de kerk gaat. „Ja maar", zeg je misschien, „ik durf niet".
Dat kan ik begrijpen! Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat ik ook niet weet of ik het wel zou durven als ik in jullie plaats stond. Als ik dan denk aan al die plagerijen die er het gevolg van kunnen zijn als je ergens niet aan meedoet Het is al meermalen gebeurd dat iemand weggeplaagd is.....
Durf je niet ? Dan mag ik je wijzen op de Heere. Hij kan en wil helpen en zal dat ook doen als je Hem bidt. Hij kan en wil en zal in nood volkomen uitkomst geven.
Daarnaast is het ook zo belangrijk om
thuis met je ouders, op de catechisatie en op de jeugdvereniging er over te praten hoe je op je werk volgens de Bijbel moet leven en hoe je het moet aanpakken dat anderen zich niet aan je ergeren.
Beste jongelui, ik heb geprobeerd te reageren op enkele dingen uit het vraaggesprek. Ik hoop dat jullie tot nu toe meegelezen hebben. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik nog niet veel artikelen geschreven heb, waar ik het zo moeilijk mee gehad heb, als dit stuk. Want ik voel best aan dat ik makkelijk praten heb vanuit het bondscentrum. Jullie hebben met de praktijk te maken. Ik hoop dat het niet overgekomen is alsof ik jullie nu eens de les wil lezen. Ik heb geprobeerd naast jullie te gaan staan en zo samen te luisteren naar wat de Bijbel zegt ook over ons gewone leven.
Tenslotte nog een opmerking voor ouders en ouderen die over de schouders van werkende jongeren hebben meegelezen. Ik hoop dat u een indruk gekregen hebt van de leefwereld van deze jongeren. Het interview heeft ons veel te zeggen. Hoe komt het dat jongeren zo materialistisch zijn? Hoe komt het dat ze niet weten hoe je als kerkelijke jongere herkenbaar moet zijn? Hebben wij het goede voorbeeld gegeven? Is er wel gebed, juist voor deze jongeren? Hebben we wel genoeg aandacht aan hen geschonken? Of hebben we meer belangstelling voor hen die een hogere opleiding (gehad) hebben? Moeten wij ons de antwoorden op de laatste vraag in het interview ook aantrekken? Lopen juist werkende jongeren niet groot gevaar om van de kerk los te geraken? Het is niet onderzocht, maar zullen van de 820 jongeren die de afgelopen vijf jaar onkerkelijk geworden zijn, niet velen juist uit deze groep komen?
Het is moeilijk, maar laten we ons inspannen om hen beter bij de gemeente en ons jeugdwerk te betrekken. Het zal goed zijn als er in het jeugdwerk een bezinning op gang komt hoe we werkende jongeren kunnen bereiken. De Heere kan geringe middelen zegenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980
Daniel | 28 Pagina's