KONFLIKT
DEEL II
Boven, ieder op weg naar de eigen kamer om te leren, vroeg Wil: „Waarom doe je toc: h zo naar tegen moeder? Wat kan jou die schoolavond toch schelen, joh! Ik ga toch ook niet? "
„Dat moet jij weten. Ik ga wel. En doe maar niet of jij zo'n heilig boontje bent."
De deur sloeg achter haar broer dicht. Met tranen in haar ogen zocht ook Willie haar kamertje op. Ze had, in een dwarse bui, een poosje terug haar haar kort laten knippen. Ze zou nooit vergeten, wat moeder toen zei: „Wat ben ik nu blij, dat je vader dit niet heeft mee hoeven maken. Dit verdriet is hem in ieder geval bespaard gebleven."
Snikkend had het meisje beloofd, haar haar weer te zullen laten groeien. Nee, niet mooi, dat Hans haar dat nu weer voor de voeten gooide...
Ze begon aan haar huiswerk, Eigenlijk wilde ze nog vragen, of Hans haar met een scheikundevraagstuk wilde helpen. Maar ze zou er nu zelf maar proberen uit te komen. Als haar broer zo'n bui had......
Hans zocht in zijn boekentas. Eerst zijn agenda. Tsjonge, er stond heel wat op voor morgen...
Hij probeerde zich in een wiskundevraagstuk te verdiepen, kwam er niet uit. Bah, het lukte niet. Steeds cirkelden zijn gedachten om de schoolavond. De lui op school waren er allemaal druk mee, liepen rollen te leren of liedjes in te studeren.
Hem lieten ze erbuiten.
„Jij komt natuurlijk niet, hè? " hadden er al een paar aan hem gevraagd. Moest je die neerbuigende toon dan horen...
„Nou, misschien wel hoor. Ik zal nog wel eens zien, " had hij dan los-weg geantwoord.
Het leek hem toch wel leuk, zo'n avond. Er eens even uit.
Hij mocht toch ook wel eens wat.
„Mijn vader en moeder en allen die over mij gesteld zijn."
Goed, maar je moeder kon toch wel eens kortzichting zijn, hoor.
Volgende vraagstuk... Zou dat lukken? , , Ik wil niet, en daarna berouw hebbende, ging hij heen."
„Ik wil wel, en daarna berouw hebbende, ging hij niet."
Hè bah, wat een gedachten. Die moest hij nu eens van zich afzetten. Hij zou eerst die rip voor Frans er maar eens instampen.
De wiskunde lukte niet. Beneden zich hoorde hij moeder in de keuken.
„Dat hebben we aan God beloofd." Hij spitste zijn oren. Wat hoorde hij? Er rinkelde glaswerk Zo, moeder maakte scherven...
Maar., , hé! Wat was het nu akelig stil... Ruimde ze het niet op? Het blééf stil... Ineens sprong hij op... één en al onrust. Met drie sprongen was hij beneden.
Moeder lag in de keuken, „Wil!" schreeuwde hij naar boven. Zijn stem sloeg over van angst. Vader al weg... nu moeder?
Wat zag ze akelig wit... Maar moeder sloeg de ogen al op. Ze glimlachte.
„Schrik maar niet hoor." Ze kwam overeinl. „Ik was ineens een beetje duizelig."
Ja ja, een beetje...
Wil nam haar bij de arm en zette haar op de bank.
„Blijven zitten hoor. Ik ruim het wel even op en dan drinken we eerst koffie."
De schoolavond was voorbij.
Hans was thuisgebleven.
Waarom? Hij zei het niet, praatte er niet over.
Die avond lag moeder lang geknield voor haar bed. Ze bad voor haar jongen., die het zo moeilijk had. Er was dankbaarheid in haar hart, dat de Heere hem nog weerhouden had. Er waren zoveel jongens en meisjes, die maar doorgingen. Die zich nergens meer wat van aantrokken. Haar jongen was toch niet beter.
Ze smeekte of de Heere beslag op zijn jonge hart zou willen leggen. Een uitwendige gehoorzaamheid was wel groot, maar het was niet genoeg. Zelfs de rijke jongeling miste nog het voornaamste... Het was, alsof ze een ogenblik haar kinderen aan Gods voeten mocht neerleggen.
„Heere, ik kan ze niet bewaren, ik kan ze niet opvoeden. Vat Gij ze als een Vader bij hart en hand."
Genem.uiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980
Daniel | 28 Pagina's