HEEFT DE KERK EEN BOODSCHAP VOOR HET MAATSCHAPPELIJK LEVEN?
De kerk staat midden in de wereld. De opdracht die de Heere Jezus aan de discipelen gaf is niet verouderd, nergens opgeheven, maar is noig even aktueel als toen de Heere de hierboven aangehaalde woorden sprak. De kerk heeft een roeping en taak ten opzichte van de wereld waarin zij leeft en is.
De vraag kan echter gesteld worden, of dit nu alleen geldt voor de kinderen van God in hun persoonlijk leven, of ook voor de kerk in haar ambten en in de prediking. Met andere woorden dient in de prediking van het Woord en in het optreden van de kerk naar buiten in haar ambten een boodschap gebracht te worden voor het maatschappelijk leven?
Een modern antwoord
Merkwaardig is dat de gestelde vraag door de aannangers van de moderne theologie (beter misschien is te spreken van de nieuwe theologie) volmondig met ja wordt beantwoord. Zo zelfs met ja wordt beantwoord, dat de kerk daar zelfs geen andere boodschap heeft, dan de boodschap voor de maatschappij. De nieuwe theologie, die het zicht op de verzoening door Christus verloren heeft, althans een geheel andere inhoud eraan gegeven heeft, stelt de medemenselijkheid centraal. Deze stroming die wijd om zich heengrijpt, richt zich op het hier en nu. Het koninkrijk van God is tijdelijk en aards geworden, naar joodse snit. Gerechtigheid, het centrale woord uit het evangelie, waarin samengevat is het zaligmakend handelen van God in Christus met de zondaar, wordt derhalve gevuld met begrippen zoals: bevrijding, demokratie, emancipatie, feminisme en vooruitgang en dergelijke dingen meer. Maatschappelijke ideologieën (niet zelden treffen we het marxisme aan) vullen het woord gerechtigheid. Geloven is in die opvatting: handelen, strijden en gerechtigheid doen. De mens is de bondgenoot van God, en samen bouwen mens en God aan het koninkrijk van God, dat puur aards is.
Vanzelf moet vanuit deze onschriftuurlijke gedachtengangen de prediking opgaan in het brengen van een politieke boodschap. Want waar ontmoet je God volgens deze theologie? Dorothee Sölle, een moderne theologe uit Duitsland, schrijft dat Christus in de naaste aanwezig is. Prof. Kuitert schreef: „In het leefbaar maken van deze wereld ontmoeten we Jezus, de Verzoener en Ontstoorden"
Leefbaar maken van deze wereld betekent armoede bestrijden en onderdrukten bevrijden. De kerk wordt een aktiecentrum
van waaruit men bevrijdingsbewegingen ondersteund (wereldraad van kerken), apartheidspolitiek bestrijdt, kernenergie en kernwapens verwerpt. Wat krom is wordt recht gepraat en wat zonde is wordt goedgekeurd. Homofilie wordt verdedigd en voor abortus en euthanasie heeft men een theologische fundering.
Is dit het antwoord?
Hebben we een boodschap voor de maatschappij? Ja, natuurlijk zegt de nieuwe theologie. Zou men die boodschap wegnemen dan houden we geen boodschap meer over. Een kerk die niet meer het lot van armen en onderdrukten zich aantrek is geen kerk meer. Deze prediking is echter gericht op het hier en nu van de mens; ziet de mens, ook de kerkmens, niet meer in zijn diepste nood. Daarom is er ook geen oproep tot (bijbelse) bekering en tot geloof, in de zin van de Schrift. De mens moet daar wel verkommeren. De gemeente van God wordt niet samengeroepen om te luisteren naar een maatschappij-kritisch protest, een aktualistische prediking waar het wereldnieuws aan de orde wordt gesteld. De gemeente komt samen onder de dienst der verzoening, onder het Woord der verzoening (2 Kor. 5 : 18 - 21).
Bijbelse boodschap voor de maatschappij
Het is duidelijk dat we die kant niet op moeten gaan. Maar wat dan wel? Heeft de kerk een boodschap voor het maatschappelijk leven?
Wij zijn zo gauw geneigd om de kerkdienst en de prediking te beperken tot het ene nodige: de werkingen van Gods Geest in het volk van God. Natuurlijk is de prediking voluit bediening der verzoening, waarin al de werken Gods tot zaligheid aan de orde moeten komen. Het werk van de Vader, de Zoon en van de Heilige Geest. Voluit moet gepredikt worden al de raad van God, met de klemtonen op zonde en genade.
Als we echter de prediking opvatten als alleen betrekking hebbend op het innerlijke leven, dan versmallen we evenzeer de prediking en denken we niet in de lijn van de Schrift. Heel duidelijk laat onze catechismus horen dat het leven uit genade alléén niet tot het innerlijke beperkt blijft, maar naar buiten komt in het openbare leven. De tucht van het Woord gaat over heel het leven.
Zo hebben de profeten van Israël in de Naam van de Heere gesproken van het leven van Israël als volk. Zij spraken woorden van diepe ernst over de zonden van het volk. Zij lieten het licht vallen op bijzondere gebeurtenissen in het volksleven. Aardbevingen, grote droogten, politieke dreigingen, misoogsten werden gezien in het licht van het Woord en van de verhouding tot de Heere. Bewogen oproepen tot bekering en wederkeer gingen uit.
Zo deden de apostelen, zo deden de kerkvaders uit de oud-christelijke kerk. Zo deden ook de mannen van de Nadere Reformatie, de zgn. oude schrijvers, mannen uit de 17e eeuw, die als profeten midden in het volk en midden in hun tijd stonden. Wie bijvoorbeeld prekenbundels van Smytegelt onder ogen krijgt, ziet dat deze Middelburgse predikant zich richt tegen volkszonden, regenten tot de orde riep, "op een grote droogte een preek hield, over een storm, zelfs op een gebeurtenis als een kermis, die in Middelburg gehouden werd. Het brede terrein van het leven, met al zijn facetten kwam aan de orde. Anderen gaven in hun geschriften raadgevingen voor het ekonomische leven, voor het politieke leven en de handel. Een heel bekend voorbeeld is de predikant Udemans met zijn Geestelijk roer van het koopmansschip.
En ik denk aan de grote reformator Calvijn te Genève. Hij heeft als geen ander beleden dat er geen enkel gebied was dat aan God onttrokken mocht zijn. Daarom wilde hij vanuit het Woord overheid en volk voorlichten op allerlei gebied. Maar dan vanuit het Woord en vanuit Gods wet, en niet tegen het Woord en niet tegen
de wet, zoals nu gebeurt met de nieuwe theologie. Wat een uitwerking heeft het werk van Calvijn en Farel gehad in Cenève. De prediking en de kontakten met de — niet altijd even gemakkelijke — overheid hebben hun vruchten gedragen. De tucht van. het Woord werd op het openbare leven van Genève gelegd.
En zo moet de kerk altijd maar weer vanuit de Schrift een boodschap brengen voor het maatschappelijke leven. De Schrift kent ook maatschappij-kritiek. Maar dan deze dat de tucht van het Woord op het maatschappelijk handelen wordt gelegd. God heeft recht op het leven, op heel het leven. De verandering waar de kerk toe moet oproepen is niet de vernieuwing van de nieuwe theologie, maar de bekering van het hart en van daaruit ook van het maatschappelijk leven. Zeer konkreet heeft de prediking vanuit de Schrift de zonden aan te wijzen, en op te roepen tot wederkeer. En zeer konkreet heeft de prediking de lijnen vanuit de Schrift te trekken. Dat is geen. aktualistische prediking, waarin de nieuwtjes of het grote nieuws op de kansel worden gebracht. Dat nieuws is toch meestal weer achterhaald voor het op de kansel komt. Daarvoor komt de gemeente niet in de kerk. Maar wel een aktuele prediking, dat wil zeggen een prediking waarin het licht van het Woord valt over het dagelijks leven.
De manier van deze boodschap
De kerk heeft dus een boodschap voor het maatschappelijk leven. Een boodschap waarin het Woord een. lamp is voor de voet en een licht op het pad. Wij bereiken daarmee wèl de gemeente die opkomt, maar komt zo'n boodschap nu ook verder! Want als de kerk een licht is in deze wereld, een stad op een berg, dan mag de korenmaat van kerkmuren dit licht toch niet wegnemen. Als we nog even denken aan de oude schrijvers, dan was het voor hen in dit opzicht eenvoudiger, omdat zij met één kerk van doen hadden. En we moeten ook niet vergeten dat de regenten de kerkdiensten bijwoonden. Er was een direkte aanspraak tot de regenten mogelijk. De meer genoemde ds. Smytegelt presteerde het een boetepreek te houden tegen de regenten van Middelburg die een nieuwe belasting wilden invoeren. Aan het einde van de dienst, waarin dit plaats vond, weigerde deze profetische figuur echter om de zegen te leggen op het volk dat deze belasting, niet betalen wilde! Het vrijuit spreken tot de overheden zal wel een van de redenen zijn geweest, dat Smytegelt later weer zegt, dat de regenten zo slecht in de kerk komen. Bovendien was er een levendig verkeer ook tussen de stedelijke overheden en de kerk. We kunnen bijvoorbeeld lezen in de boeken van dr. Evenhuis: Ook dat was Amsterdam, dat de kerk regelmatig met de overheid, overlegde en ook omgekeerd. Dat het nu zo heel anders is, ontslaat de kerk niet van haar taak om vanuit het 'Woord voorlichting te geven. Wij kunnen dat niet afdoen, door deze taak aan een politieke partij over te laten. Hoezeer wij blij zijn een partij te mogen hebben waar vanuit het Woord gesproken en gedacht wordt, toch is dat niet de kerk, vertegenwoordigd in haar ambten. Wij hebben ook een deputaatschap bij de Hoge Overheid, waarvan de leden telkens door de Generale Synode worden benoemd, en die in voorkomende gevallen haar stem bij de overheid laat horen. Ook dat instituut is een kanaal waardoor de boodschap van het Woord door de kerk gebracht wordt in het publieke leven. En toch, ook dat is nog niet genoeg. De kerk heeft een profetische roeping in deze
wereld. Zij is en behoort te zijn een stem des roepende in de woestijn: bereidt de weg des Heeren en maakt recht in de wildernis een baan voor onze God.
Dit gaat te meer klemmen, als door anderen het Woord en de tucht van het Woord v, ^ordt losgelaten. Waar men het Woord buigt naar de gangbare gedachtengangen en ontwikkelingen. Wij leven in een tijd van ontkerstening en van verwereldlijking. De geesten die in onze maatschappij de boventoon gaan voeren sluipen allengs overal binnen. We kunnen ze niet buiten sluiten met het dichtdoen van onze huisdeur. De Heere Jezus heeft gezegd, toen Hij sprak van de laatste dagen: Waakt! En dat heeft niet alleen een ieder van ons persoonlijk te doen, maar ook als kerk. Zij moet dit doen met grote ernst, zeker daarin dat zij met klem en kracht vanuit het Woord waarschuwt en voorlicht en oproept tot wederkeer naar de getuigenissen van de Heere. In prediking en geschrift, in levenswandel en in onderwijs heeft de kerk getuige te zijn van Hem, die in een gebreken wereld vol zonden en ellenden het Licht is. Wie Hem volgt zal in duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.
Het Woord, dat uitgedragen wordt, is krachtig om wonderen te doen. Niet de begaafdheid van de prediker, maar de kracht van het Woord zal het doen. Waar het getrouw gebracht wordt, daar zal het door de kracht van de Heilige Geest een kracht Gods tot zaligheid zijn.
Doordenking van de problemen
Het vraagt de inzet van de dienaren van de kerk en de leden van de kerk om vanuit de Schrift de lijnen naar het maatschappelijk leven te trekken. De Bijbel is volkomen, maar dat wil niet zeggen dat het een handboek is, waarin wij voor alle zich nieuw voordoende problemen en ontwikkelingen zo maar een pasklaar antwoord hebben. Om de boodschap voor het maatschappelijk leven te vinden en te verwoorden is ernstige bezinning nodig: op het Woord en studie van het Woord. Vragende zullen we de Schrift moeten benaderen, biddend cm de verlichting van de Heilige Geest. Wie echter bij het Woord leeft, en uit het Woord leeft, zal zeker de antwoorden ontdekken die de Heere geeft. Hij zal vanuit de Schrift de hoofdlijnen ontdekken die de Heere voor het leven geeft. En die verouderen nooit. Want het Woord is levend, niet zoals dat onlangs beweerd werd omdat de interpretatie van het Woord telkens veranderd, maar omdat het het eeuwige Woord van de levende God is, dat altijd nieuw blijft en krachtig is. Dan heeft het ook een boodschap voor een moderne maatschappij. Bovenal de boventijdse boodschap van het evangelie, dat het een getrouw woord, en aller aanneming waardig is, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980
Daniel | 28 Pagina's