JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HOE HARD KINDEREN VROEGER MOESTEN WERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE HARD KINDEREN VROEGER MOESTEN WERKEN

7 minuten leestijd

In dit nummer van Daniël is een bijlage opgenomen over het vormingswerk voor werkende jongeren. Je moet minstens tien jaar naar school gaan voor je mag gaan werken. Sommigen vinden dat fijn, anderen niet. Er is echter een heel andere tijd geweest. In de vorige eeuw moest je veel eerder aan de slag. Kleine kinderen moesten zelfs gaan werken. In geschiedenisboeken heb ik een paar voorbeelden voor jullie opgezocht.

Op cle garenspimierij in Moordrecht

Het is een mooie zomermorgen in 1855, 's morgens om vijf uur. De zon is net opgekomen.

Door de straten van. Moordrecht, een dorpje in de buurt van Gouda, loopt een man. In zijn armen draagt hij een jongetje van een jaar of vijf. Het slaapt nog half.

De vader gaat de werkplaats van een spinner binnen. Bij een rad zet hij het jongetje neer. Dan komt de spinner aanlopen. Het is een ruwe man. Hij snauwt het jongetje toe dat hij moet draaien. Van dit snauwen wordt het jongetje pas goed wakker. Hij kijkt bang en met afgrijzen naar het grote wiel voor hem. Hij gaat op een bankje zitten en begint aan het wiel te draaien, 't Is geen zwaar werk, maar wel eentonig. Als hij even vergeet te draaien. schreeuwt de spinner hem toe dat hij op moet letten en door moet gaan.

Eindelijk is het middag. Een korte pauze. Eten krijgt het kind van zijn baas. Het bestaat uit een bord rijst zonder iets erbij. Daarna gaat het draaien weer door. Uren lang. 's Avonds is er weer een pauze. Dan krijgt hij een snee roggebrood.

En dan? Draaien maar. Tot acht uur. Dan is zijn vader er weer. Hij pakt zijn zoon op en draagt hem naar huis. De kleuter is intussen al weer bijna in slaap gevallen. Vader kleedt hem uit en legt hem op bed. De dagtaak is gedaan en het is morgen weer vroeg dag.

De volgende dag wordt het jongetje om vijf uur weer naar zijn werk gebracht. Een kleuter van vijf jaar.

's Winters is het nog erger. De dag duurt dan wel niet zo lang, maar de werkplaats is open en tochtig. Met een bijna verkleumde hand draait hij aan het wiel, de andere houdt hij boven een smeulend turfvuurtje. Z'n weinige kleren worden met een walgelijke rooklucht doortrokken.

Het is niet het enige kind dat moet werken. In Moordrecht wonen ongeveer 2000 mensen. Hier\'an wei'ken als draaier of draaister:

2 jongens en 1 meisje beneden zes jaar; 41 jongens en 44 meisjes van zes tot twaalf jaar; 30 jongens en 36 meisjes van twaalf en dertien jaar.

Uit liet leven van een Hilversums fabrieksarbeiderskind (1875)

Onze Kees eet als hij drie maanden is al mee uit de pot. Hij krijgt 's morgens van de warme, opgebakken en fijngemaakte aardappels, 's middags van de meelpap of aardappelen met een beetje kool. worteltjes, uien of bietjes en 's avonds van de fijngemaakte aardappelen in een koekepan opgebakken.

Kees groeit op en gaat, als hij twee jaar oud is, reeds naar de bewaarschool. Hier geniet hij van de enige gelukkige tijd uit zijn hele leven.

Hij blijft er tot zijn zesde jaar. Dan is de tijd reeds aangebroken dat hij zijn vader moet helpen geld verdienen. Kees gaat nu spoelen. Dat gaat zo: hij draait met zijn linkerhand een rad van ongeveer 60 cm rond. Om dat rad is een koord gespannen, zodat een beweegbare spil snel rondgedraaid kan worden. Op die spil wordt een rietpijpje goed vastgezet en daaromheen kunnen dan de gesponnen haren of de katoenen draad gewonden worden. Als de spindel dik genoeg is, wordt hij op de schietspoel gezet.

En wat ons Keesje nu verdient? Let wel:2V2 cent in de week en één boterham. Heeft hij nu dertien boterhammen verdiend, dan klimt zijn loon tot 30 cent per week; en bij noeste vlijt en oplettendheid, kan hij, als hij iedere dag acht uur wei"kt, het langzamerhand tot 50 cent brengen.

Interview met de dïrektenr van een glasblazerij

In 1887 verscheen een interview met de heer Regout, direkteur van een glasblazerij in Maastricht. Hierin kun je lezen hoe hij over het werken door jongens dacht. De dokter zei later van deze jongens dat het levende skeletten waren.

Het interview spreekt voor zichzelf.

Vraag: Werken er jongens bij U op de fabriek?

Antwoord: Ja, maar ze zijn allemaal ouder dan twaalf jaar.

Vr.: Dat is logisch, anders zou U strafbaar zijn, maar werken die jongens ook in de nachtploeg?

Antw.: Zeker.

Vr.: Vindt U het dan niet erg dat jongens van twaalf, dertien jaar 's nachts moeten werken?

Antw.: Daar heb ik geen bezwaar tegen, want overdag kunnen ze slapen.

Vr.: Hoeveel nachten werken ze? Antw.: Zes nachten per week.

Vr.: Zoveel?

Antw.: Ach, overdag kunnen ze uitrusten.

Vr.: Vindt U dat dan niet schadelijk voor de ontwikkeling van die aankomende jongens?

Antw.: Nee.

Vr.: U zegt dat zo koudweg, maar ziet U daar echt geen bezwaar in?

Ant.: Hoe zou ik zonder die jongens kunnen werken. Een ploeg is niet kompleet als er een niet is.

Vr.: Dat was mijn vraag niet. Moet het werk persé door kinderen gedaan worden, of gebruikt U de jongens omdat het goedkoper is?

Antw.: Het laatste telt ook mee.

Vr.: Is het laatste misschien het belangrijkste?

Antw.: Neem me niet kwalijk, maar een jongen loopt, als het glas klaar is, er mee naar de oven en dat is geen zwaar werk. Een jongen doet dat spelende. Als hij het twaalf uur gedaan heeft, is hij nog niet moe en loopt als een haas. Volwassenen kunnen dat werk niet doen.

Vr.: Dus U noemt dat nachtwerk, dat de jongens zes nachten achter elkaar doen, slechts spelen? Antw.: Ja.

Gevolgen

De gevolgen van deze toestanden bleven niet uit. De kinderen hadden veel te weinig beweging, gemis aan nachtrust, slechte kleding en onvoldoende voeding. Veel kinderen stierven dan ook. Soms wel 30%. I-Iet kwam wel voor dat het lichaam van een jongen, die gekeurd werd voor militaire dienst niet verder ontwikkeld was, dan dat van een jongen van acht jaar.

De meeste van deze kinderen gingen niet naar de kerk. Ze gebruikten de zondag om te rusten en te spelen. En als ze toch naar de kerk gingen, waren ze te moe om te luisteren.

Oorzaken

De oorzaak van deze ellende was dat men in die tijd vond dat iedereen maar voor zichzelf moest zorgen, dan zou alles goedkomen. Voor naastenliefde was bijna geen plaats.

De kinderen moesten wel werken, omdat er anders te weinig eten voor het gezin zou zijn.

Velen vonden ook dat de regering de kinderarbeid niet mocht verbieden. De ouders waren de baas over de kinderen en die moesten maar uitmaken of ze wel of niet werkten. Daar hadden anderen niets mee te maken. Gelukkig was niet iedereen het met deze toestanden eens, maar het duurde lang voor er verandering in kwam.

De overheid grijpt in

In 1874 werd de eerste wet uitgevaardigd, waarin stond dat kinderen niet mochten werken als ze nog geen twaalf jaar waren.

Dit gold niet als je in de huishouding werkte, of als je je vader hielp. In het begin werden er allerlei uitvluchten gezocht om onder deze wet uit te komen. Veel kinderen gingen nu bijvoorbeeld hun vader in de fabriek helpen. Dat mocht volgens de wet immers.

Tenslotte

Als je dit verhaal goed op je in hebt laten werken, vind je het, denk ik, niet zo erg dat de wet verbiedt om te werken als je nog geen 15 jaar bent. Jij hebt tijd om naar school te gaan. Jij kunt naar de kerk, de katechisatie en de klub.

Jij krijgt tijd en gelegenheid om de Heere te zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980

Daniel | 28 Pagina's

HOE HARD KINDEREN VROEGER MOESTEN WERKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1980

Daniel | 28 Pagina's