MENSENRECHTEN EN DE BIJBEL
Er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder dat op een of andere manier aandacht voor de rechten van de mens gevraagd wordt. Ze zijn in de verklaring van de Verenigde Naties omschreven en worden, zij het vaak uiterst selektief gehanteerd als een norm, waaraan mensen, maatschappij en staten getoetst worden. Op vele manieren blijken deze rechten geschonden te worden; veelal worden ze ook zeer eenzijdig uitgelegd.
Mensenrechten ?
De vraag, die ons nu bezighoudt, is deze: zegt de Bijbel ook iets over mensenrechten? Velen zijn geneigd, vooral in onze kringen, om die vraag ronduit met neen te beantwoorden. Men zegt dan: „De mens heeft geen rechten meer. Die zijn alle verzondigd." En in zeker opzicht is dat juist. Men onderscheidt dan scherp: de rechten Gods en de rechten van de mens. Inderdaad, ten opzichte van God kan de mens geen rechten laten gelden. Maar in de rechten van de mens, zoals die aangeduid worden, gaat het niet over wat wij ten opzichte van de Heere God als onze rechten zouden kunnen laten gelden. In die mensenrechten gaat het om de wijze, waarop mensen met mensen omgaan; ook om de relatie van de overheid ten opzichte van haar onderdanen. Dat moeten we wel goed onderscheiden. In het laatste geval zou ik echter veel liever spreken over onze verantwoordelijkheid ten opzichte van onze naaste, dan over onze rechten. Toch kan ik geen overwegende bezwaren tegen het gebruik van het woord „mensenrechten" koesteren, wanneer die op de juiste wijze uitgelegd worden. Om dat laatste gaat het. Want dan worden die mensenrechten anders omschreven dan in die kringen geschiedt, die ten diepste leven uit de beginselen, die in de franse revolutie als dynamiet gewerkt hebben. In die revolutie werd namelijk elke samenhang van het recht Gods met de rechten van mensen losgemaakt.
Fundament!
Die samenhang tussen Gods rechten, zoals Zijn Woord die ons geopenbaard heeft, en onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de naaste, vormt voor ons het fundament van een geheel van omschreven plichten en daaruit voortvloeiende aanspraken, die wij met het begrip „mensenrechten" zouden kunnen omschrijven.
Die samenhang met Gods rechten is van fundamentele betekenis. Wanneer die wordt veronachtzaamd, worden de mensenrechten losgemaakt van de norm waaraan zij gezag ontlenen. Wat is die norm? Geen andere norm kan er voor de christen zijn dan de norm van de wet des Heren. In die wet heeft God gezorgd voor Zijn eer en voor het heil van de naaste. Immers God beveelt in de eerste tafel van Zijn wet Hem te vrezen en te dienen; in de tweede tafel de naaste lief te hebben. Aan deze regel van Gods heilige wet, waarin de naaste zo nadrukkelijk wordt aangewezen als een voorwerp van onze liefde en zorg, moeten alle „mensenrechten" ook genormeerd zijn. Misschien werp je tegen deze gedachte in, dat het in Gods wet om onze plicht ten opzichte van onze naaste gaat en niet om ons recht.
Maar het ene is aan het andere ten nauwste verbonden. Je naaste mag van jou die liefde en zorg eisen, die God je beveelt aan hem te bewijzen. Je door God omschreven plicht ten opzichte van de ander, houdt het recht van die ander ten opzichte van jou in, dat de Heere hem heeft toegekend. Daarom is de onlosmakelijke verbondenheid van Gods recht en „mensrecht" in de wet des Heeren zelf ons aangewezen. Wie zich aan Gods wet vergrijpt beroofd God en de naaste van het Hem en hem toekomende.
Voorbeelden in de Bijbel
De Bijbel doet ons de naaste in het oog krijgen. Dit maakt ons bekend wat God aan die naaste als van Hem gegeven rechten toekent.
Laten we eens enkele voorbeelden van zulke rechten uit de Heilige Schrift bezien, De wetgeving van Israël legt getuigenis af van de zorg, die aan de armen en behoeftigen moet besteed worden. De armen hadden rechten: od had die aan hun verzekerd. Lees Deut. 10 : 18: Die het recht van de wees en der weduwen doet; en heeft de vreemdeling lief, dat Hij hem brood en kleding geve." Lees ook Deut. 16 : 14 eens: ok op het loofhuttenfeest moet de vreemdeling, de wees en de weduwe delen in de overvloed, die de Heere gaf. De Heere noemt Zich de Rechter der weduwen (Ps. 68 : 11). Ook vreemdelingen hadden van de Heere verschillende rechten; zie Lev. 23 t 22. De Heere had de vreemdeling de hoek des velds gegeven. Dat was zijn recht. Op allerlei wijzen droeg de Heere voor de vreemdelingen zorg in Zijn aan Israël gegeven wetten. Deze door God bevolen zorg omschrijft de rechten, die de ene mens in de omgang met de ander ontving.
Een zeer sprekend schriftwoord lezen we in Matth. 7 : 12: Alle dingen dan, die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten." Zie ook Luk. 6 : 31, De samenvatting van de tweede tafel der tien geboden is ons in dit woord des Heeren gegeven. Met vele andere beelden uit de Heilige Schrift zou kunnen worden aangetoond hoe in de tweede tafel van Gods wet die „rechten van de mens" worden gesteld.
Het zal intussen duidelijk zijn, dat we op een totaal andere golflengte spreken wanneer we zo van mensenrechten spreken, dan wanneer we dat op de manier van modern humanistisch denken doen.
Normloos?
Zijn die pleitbezorgers van „mensenrechten" uit humanistische kringen dan totaal normloos? Nee, maar zij ontlenen hun normen niet aan Gods recht. Voor hen gelden als normen, de dingen, die geluk of genot dienen, of een zogenaamde „vrijheid".
In deze weken is men met de abortuswetgeving bezig. De vrijheid van de vrouw is in het geding! Dat zou in strijd met het recht van de vrouw zijn! Het recht om haar leven in te richten, zoals zij zelf dat wil. Er verschijnen diverse bladen met een perverse inhoud. In naam van de vrijheid, die in de vrije meningsuiting verzekerd moet blijven, mag niet aan de publikatie getornd worden. Wie de wet des Heeren als norm voor het persoonlijke en openbare leven stelt, zal zich beslist moeien keren tegen, wat door sommigen zo vurig als '„rechten van de mens" bepleit wordt.
Mensenrechten die losgemaakt zijn van Gods rechten leiden onherroepelijk tot
de diktatuur van het rijk der duisternis. De Sovjet-Unie werpt zich op als pleitbezorgster van de mensenrechten. Ook dat kommunisti'sche regiem immers ondertekende de befaamde verklaring van de Verenigde Naties. Intussen wordt de godsdienstige mens bitter vervolgd; de van het kommunistische pad afwijkende leer wordt met geweld tegengestaan. Alleen daar zijn de werkelijke mensenrechten veilig gesteld, waar zij in het kader van de gehele wet Gods worden gesteld en gehandhaafd.
Waar die wet verzaakt wordt, worden de pleidooien voor de z.g. mensenrechten doorgaans gevoerd met het oogmerk alle gebondenheid te niet te doen. Wanneer er kritiek op Zuid-Afrika geleverd wordt in verband met de behandeling van de Bantoe-bevolking moeten we die serieus nemen; ook daar is de samenleving niet geordend naar de wil des Heeren. Ik kan me niet indenken dat de blanke bevolking het zou toejuichen om behandeld te worden als de Bantoe-bevolking; maar de verontwaardiging over het aldaar gesignaleerde onrecht komt huichelachtig over, als tegelijk de geweldpleging van de Sovjet-Unie verontschuldigd wordt.
De Heere zorgt voor „mensenrechten". Laten we die uit de heilige wet aflezen en de handhaving ervan najagen in het persoonlijke en openbare leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1980
Daniel | 28 Pagina's