KONFLIKT
DEEL I
„Ik ga toch.!"
Boem!
Met een harde klap valt de deur achter Hans dicht. Naar het schuurtje was het maar een paar grote stappen. Haastig schoof hij zijn boekentas onder de riem, sprong op de fiets en reed knerpend door het grint het tuinpad af, de weg op. Hij keek niet meer om, hoewel hij wist, dat moeder hem altijd nazwaaide.
Met een flinke vaart spurtte hij door de drukke straten van de stad. Dat gezeur ook altijd! Nu was hij nog te laat ook.
Maar hij ging toch. Wat gaf dat nou, zo'n schoolavond? Nooit mocht hij er heen. Maar daar zou hij nu zelf wel eens over beslissen. Hij was niet van plan als enige van de klas thuis te blijven.
Moeder had eerst een programma willen hebben. Nog zag hij haar gezicht, toen ze de programmapunten één voor één voorlas: kort cabaret, muziek met namen die ze niet uit kon spreken, een toneelstukje en dansen na.
Toen was het gekomen: „We hebben je laten dopen, jongen. En in het formulier staat, dat we, als het goed is, de wereld moeten verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen. Dat is genade als God je dat leert en dat is voor jou ook nodig: dat God je bekeert en je dat nieuwe leven schenkt. Maar je voelt toch wel dat, wat we daar beloofd hebben, lijnrecht staat tegenover zo'n schoolavond, Hans? Ik kan en mag je geen toestemming geven. We hebben God beloofd je naar die leer op te voeden. Vader zou het ook niet goed gevonden hebben."
Vader . . .
Even vlijmde de pijn door de jongen heen, terwijl hij op een rood stoplicht moest wachten.
Vader . . . o, waarom moest hij zo jong sterven? Maar ... als vader nu nog geleefd had? Welk antwoord zou hij van vader gekregen hebben? Hij wist het wel, maar duwde het weg.
Groen . . .
Doorrijden maar . . .
Hij ging toch door. Hij mocht toch ook
wel eens wat . . .
's Avonds aan tafel . . .
Er werd niet meer over gesproken. Er werd bijna helemaal niet gepraat en dat was toch benauwend. Alleen Willie vertelde even wat van school, over een leraar, die ze altijd dwars zaten. Echt gemeen. Een stel jongens hadden nu weer een streek uitgehaald. Ze haddexa de man getreiterd.
Hans hoorde het verontwaardigde verhaal van zijn zus maar half. „Die man kan geen orde houden, " gaf hij alleen nog, wat minachtend, als kommentaar. Nu keek moeder op. „Toch is zo'n man óók over de leerlingen gesteld, " zei ze zacht.
Het werd weer stil.
„ .. en allen die over mij gesteld zijn, " klonk het nog even na bij Hans. Waar stond dat ook weer? O ja, het vijfde gebod. Tsjonge, de catechisatie was toch nog niet helemaal vergeefs voor hem geweest, spotte hij met zichzelf. Hij keek op de klok.
„Kunnen we danken? Ik heb nog een bende huiswerk."
Moeder pakte de Bijbel, sloeg die open bij de bladwijzer en begon te lezen.
Hans luisterde amper. Eerst zijn wiskunde maar ... en dan die rip voor Frans . . . nogal veel was dat . . .
Hé! Ineens bewust hoorde hij moeder lezen: „Een mens had twee zonen, en gaande tot de eerste zeide hij: Zoon, ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot de tweede, zeide hij desgelijks; en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer, en hij ging niet."
En het was even of de vraag persoonlijk aan Hans gesteld werd: „Wie van deze twee heeft de wil des vaders gedaan? " Hij gluurde voorzichtig langs moeders hand. Was dat écht aan de beurt? Mattheüs 21 . . . Ja, daar waren ze.
Wat er verder gelezen werd, hoorde hij niet. De gedachten flitsten door hem heen: die jongen moest wat doen en hij zei: ik wil niet. Hijzelf mocht iets niet en hij zei: ik doe het toch. Dat was wel net andersom, maar het was allebei niet „de wil des vaders" d'oen.
Nou ja, die jongen kwam er in ieder geval eerlijk voor uit, dat hij niet wou. Zoals die tweede het deed, was helemaal stiekum. Maar die eerste jongen kreeg wel berouw over zijn ongehoorzaamheid, dacht hij. Even schoof hij onrustig op zijn stoel heen en weer. Nou ja, het was goed hoor. Hij zette het van zich af. Was dat hoofdstuk nu nog niet uit?
Demonstratief keek hij op de klok, toen moeder klaar was.
„Ik heb nog meer te doen, " bitste hij, „zo'n lang hoofdstuk . . ."
Moeder zei niets, maar haar hoofd boog heel diep, toen ze, in stilte, dankten.
wordt vervolgd
Genemuiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1980
Daniel | 28 Pagina's