ZALIGE RUIL
I-Ieere Jezus Christus, U bent mijn gerechtigheid, maar ik ben uw zonde: U hebt op zich genomen, wat van mij is, en mij gegeven, wat van U is. U hebt op zich genomen, wat U niet was, en hebt mij gegeven, wat ik niet was.
Dat is een gebed van Maarten Luther n.a.v. 2 Korinthe 5 vers 21. Het is te vinden in: Maarten Luther, Gebeden (Ten Have/Baarn).
Op een andere plaats heeft Luther ook kernachtig zijn „zalige ruil" beschreven:
„Ik haatte het woord „gerechtigheid van God". Ik kon de rechtvaardige God, die de zondaar straft, niet liefhebben; want hoewel ik leefde als een onberispelijke monnik, voelde ik mij voor God als een zondaar en was zeer onrustig in mijn geweten en ik durfde niet te hopen, dat ik door mijn genoegdoening verzoend was... Toen erbarmde God zich over mij. Onophoudelijk dacht ik dag en nacht na, totdat ik lette op de samenhang van de woorden: Gods gerechtigheid wordt in het Evangelie geopenbaard, zoals geschreven staat: e rechtvaardige zal uit het geloof leven" (Rom. 1 : 17). Toen begon ik Gods gerechtigheid te verstaan als zulk een gerechtigheid, waardoor „de rechtvaardige als door Gods geschenk leeft" d.w.z. uit geloof. Zo werd deze plaats van Paulus mij een ware poort tot het paradijs." Ken je die grondige verandering al, die God zonder ons in ons werkt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1980
Daniel | 28 Pagina's