JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET WERK VAN DE JEUGDCONSULENT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WERK VAN DE JEUGDCONSULENT

Vraaggesprek met de heer E. Beelen

8 minuten leestijd

Met ingang van 1 september jl. is de heer E. Beelen tot jeugdlconsulent van de „Stichting Hulpverlening aan jongeren" benoemd. Het heeft wel lang geduurd, maar we zijn blij dat het nu ruim een jaar na de afronding van de aktie „Help onze jongeren" zover gekomen is. De heer Beelen was reeds nauw betrokken bij het werk van de Stichting omdat hij tot het moment van zijn benoeming lid geweest is van het korps Rijkspolitie in het distrikt Apeldoorn.

Onlangs bracht de nieuwe jeugdkonsulent een bezoek aan het bondscentrum en dat was een goede gelegenheid hem enkele vragen te stellen om hem zo bij de lezers van Daniël te introduceren.

De heer Beelen kende de Berenbos waar hij zijn kantoor heeft, omdat hij van oorsprong uit Nimspeet afkomstig is. Hij is 36 jaar, is getrouwd en heeft vier kinderen. Het is de bedoeling dat hij in Vaassen bij Apeldoorn blijft wonen.

Mijnheer Beelen, allereerst zouden we het op prijs stellen als u ons iets wilt vertellen over uw opleiding en het werk dat u tot nu toe gedaan heeft.

Na de lagere school ben ik naar de ambachtsschool gegaan, waar ik me bekwaamd heb in het vak timmeren. Timmerman was echter niet het juiste beroep voor mij en daarom zocht ik het in de richting van leraar nijverheidsonderwijs, maar ook dat vond ik bij nader inzien nog teveel vakgericht. Zo kwam het dat ik na m'n militaire diensttijd bij de politie terechtkwam. De achtergrond hiervan was, dat ik graag meer met mensen te maken wilde hebben. Ik heb toen eerst ruim vier jaar bij de geüniofrmeerde dienst van de gemeentepolitie in Gouda gewerkt en daarna vier jaar bij de recherche in Barneveld. De afgelopen vier jaar was ik v/erkzaam bij de dienst jeugd-

zaken van de Rijkspolitie in Apeldoorn, waar ik veel met jongerenproblematiek te maken kreeg. In verband hiermee heb ik een opleiding MBO-sd (sociale dienstverlening) gevolgd.'Bij de politie had ik eigenlijk een dubbele taak: bezig zijn met sociale hulpverlening èn opsporing. Dit is een moeilijke kombnatie van taken de veel spanningen oproept, en waardoor je niet zo gemakkelijk vertrouwen kunt winnen.

Hoe bent u er toe gekomen om te solliciteren voor de funktie van jeugdkonsulent?

In mijn werk kwam ik steeds voor de vraag te staan wat te doen: öf politieman zijn, of meer de richting van de maatschappelijke hulpverlening kiezen. Daarbij komt dat ik meerdere malen gekonfronteerd werd met de specifieke moeilijkheden in gezinnen uit onze gemeenten. Onze gezinnen worstelen met bepaalde problemen, kunnen namelijk moeilijk geholpen worden door .de bestaande hulpverleningsorganisaties, omdat veel hulpverleners de eigen identiteit van die gezinnen niet respekteren en omdat er aan de andere kant veel drempelvrees is om voor de nodige hulp aan te kloppen.

Een derde punt is dat ik gekonfronteerd werd met de problemen rond voogdijkinderen uit onze gemeenten. Het komt voor dat kinderen uit onze gezinnen in gastgezinnen of inrichtingen geplaatst worden, die geen band hebben met onze eigen levensovertuiging gewoon omdat er binnen onze gemeenten geen instellingen zijn, zoals bijvoorbeeld een voogdijvereniging, die hiervoor zorgen.

Ik kwam daarom steeds meer tot de overtuiging dat hieraan iets door onze gemeenten gedaan zou moeten worden en de initiatieven die ontwikkeld werden in het kader van de aktie „Help onze jongeren" sloten goed aan bij de gedachten die ik had.

U zult vast reeds een beeld hebben van het werk dat u hoopt te gaan doen. Kunt u ons hierover iets vertellen?

Tot 1 november ben ik bezig met me in te werken in de problematiek en het introduceren van de Stichting. Ik heb gesprekken gehad met mensen van het plaatselijk maatschappelijk werk in Nunspeet, met stichtingen voor protestants-christelijke hulpverlening op regionaal niveau, vormingsinstituten, arbeidsburo's, de gezinsvoogdijvereniging in Zwolle en Amersfoort, de reformatorische scholengemeenschappen en de Stichting Anno '70 een stichting als de onze die opereert binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken, de vroegere Gereformeerde Kerken, vrijgemaakt, buitenverband.

Ook maak ik kennis met kerkeraden en predikanten in de regio Nunspeet. Ik moet zeggen dat iedereen me erg positief ontvangen heeft. De noodzaak van ons werk werd onderschreven en voor het geval dat nodig zou zijn werd alle medewerking toegezegd. Verder heb ik kontakt gehad met instellingen voor hulpverlening aan jongeren, met drugs-en alkoholproblemen. Het is namelijk niet de bedoeling dat we ons in de eerste plaats gaan richten op hulpverlening aan deze jongeren. We zullen natuurlijk wel proberen te helpen als ze bij ons om hulp aankloppen. Als het nodig is zullen we verwijzen naar een gespecialiseerde instelling die rekening houdt met onze godsdienstige levensovertuiging. Naast dit voorbereidende werk ben ik nu reeds gekonfronteerd met hulpverleningsgevallen. Voor mezelf ben ik al overtuigd van de noodzaak van het werk van de Stichting.

Ik heb kantoorruimte in de Berenbos, het gebouw dat binnenkort als opvangcentrum zal gaan dienen.

Wat gaat u na 1 november doen?

In de eerste plaats houd ik in de Berenbos iedere werkdag van 9-10 uur telefonisch spreekuur voor mensen uit het hele land. Iedereen die vragen of problemen heeft met betrekking tot jongeren in de breedste zin van het woord kan mij dan bellen. Dat kan van alles zijn: relatieproblemen, werkloosheid, sexualiteit, school/werk, eenzaamheid, moeilijk gedrag. Voor dringende gevallen ben ik ook privé bereikbaar.

Daarnaast is het de bedoeling dat ik ambulante hulp ga verlenen, voorlopig, in de regio Zwclle-Amersfoort. Wanneer zich deze problemen voordoen, kan ik de mensen gaan bezoeken of uitnodigen voor een gesprek op de Berenbos te komen.

Zijn er mensen met problemen die opvang in de Berenbos nodig maken, dan ga ik er ook op af om de zaak te bespreken en eventuele opname te regelen. Tijdens de opvang zal ook kontakt met de thuissituatie onderhouden kunnen worden. Wanneer deze men-

sen de Berenbos; weer verlaten, hoop ik ze te begeleiden bij de teruggang in hun oorspronkelijk of nieuwe omgeving.

De Stichting Hulpverlening aan Jongeren gaat uit van de Gereformeerde Gemeenten. Kan die hulpverlening niet door ambtsdragers geboden worden? In welke relatie moeten we uw werk zien tot dat van de ambtsdragers?

Pastorale problemen moeten uiteraard door ambtsdragers behandeld worden. Bij andere moeilijkheden moeten we de ambten niet onderschatten, maar soms vraagt de leniging van de nood een bepaalde deskundigheid. Dan moet er een samenwerking ontstaan en één en ander met inachtneming van eikaars verantwoordelijkheid.

Dus ambtsdragers en bijvoorbeeld maatschappelijk werkers moeten nooit eikaars konkurrenten zijn maar elkaar aanvullen en ook ondersteunen.

Ik hoop dan ook dat ambtsdragers samen met hulpvragende jongeren (en ouders) de weg naar de Stichting weten te vinden. Dat betekent beslist niet dat ik zonder meer het probleem ga over-nemen. Ik denk dat mensen in nood niet alleen persoonlijk, maar ook kerkelijk niet goed funktioneren. Ik hoop dat als de knelpunten worden weggenomen, de betrokkenheid bij de gemeente weer beter wordt. Zo kan de hulpverlening gebruikt worden als middel om het Woord ingang te doen vinden in de harten van jongeren en ouders. Dat is de achtergrond van waaruit ik mijn werk hoop te doen.

Ik heb de indruk dat door de aktie in onze gemeenten er meer aandacht is voor de jongeren en hun problemen. Maar is dat wel terecht? Hebben jongeren in deze tijd meer problemen dan vroeger?

Jongeren zitten meer dan vroeger tussen twee werelden in: de wereld van het kind en de wereld van de volwassene. Door allerlei omstandigheden, zoals de welvaart en de verlenging van de opleidingen, is de overgangsfase steeds langer. Daardoor is de kans op frikties groter. Ook is het zo in onze westerse wereld dat je pas wat bent als je ekonomisch wat voorstelt. Als je werkt en een salaris verdient. Dat moment komt in het leven van de jongeren ook steeds later. Dat brengt allemaal spanningen met zich mee over een betrekkelijk lange periode. Jongeren worden ook dagelijks meerdere keren tussen die twee werelden heen en weer geslingerd. Zo van: „Joh, denk nu eens na want je bent al 15!" en de andere keer: „Wat weet jij daar nu van, je bent pas 15!" Daardoor gaan ze zich onzeker voelen. Ze weten niet waar ze aan toe zijn, wie ze zijn en wat ze zijn.

Een ander probleem uit onze kringen is dat er meer dan eens een groot verschil in opleiding is tussen ouders en kinderen. Kinderen pratèn thuis over dingen waar de ouders onvoldoende van afweten, die ze niet begrijpen en waar ze soms huiverig of afkerig tegenover staan. Daardoor ontstaan spanningen en misverstanden, die vaak met konflikten gepaard gaan.

Kinderen begrijpen hun ouders niet en omgekeerd gaat het ook niet goed. Ik denk dat het een taak van de kerk is om de generaties te verbinden door middel van prediking, catechese en jeugdwerk. Indien het nuttig of nodig geacht, wil ik daar graag de helpende hand bij bieden of in adviseren. We moeten wederzijds begrip vragen, van de ouders voor hun kinderen en van de kinderen voor hun ouders. Van de ouders mag daarbij meer gevraagd worden, omdat ze ouder zijn en meer ervaring en wijsheid (dat is niet geleerdheid) hebben.

Wilt u nog een slotopmerking maken?

Ik hoop dat de mensen — jongeren, ouders en ambtsdragers — niet schromen om kontakt op te nemen in die gevallen waar dat nodig is.

Ik hoop ook dat ik met name bij de ouderen en de jongeren een open oog voor eikaars noden mag aantreffen.

Ten derde zou ik graag willen dat de mensen positief kritisch met mij mee leefden, zodat het werk van de stichting geen eigen leven kan gaan leiden, waardoor we van elkaar zouden vervreemden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

HET WERK VAN DE JEUGDCONSULENT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's