JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WAAROM BEN IK ER EIGENLIJK?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAAROM BEN IK ER EIGENLIJK?

7 minuten leestijd

Dit is een vraag die iedereen weleens voor zichzelf stelt. Het „waarom", de zin van mijn bestaan. Misschien is het niet iets dat je jezelf elke dag afvraagt, toch denk ik dat veel van jullie deze vraag zullen herkennen.

Doelmissers

Je voelt je aan het begin van je leven staan. Soms sta je weleens even stil bij de onbekende toekomst, die voor je ligt. Je maakt allerlei plannen, je zoekt een doel, een levensdoel. En... hierboven staan... doelmissers! Hoe zit dat nu?

Heel de schepping is gemaakt tot de eer van God. Elk vogeltje dat zingt, eik visje dat zwemt, elk dier, elke plant, ieder mens is door de Schepper gemaakt om deze Schepper te loven en te prijzen.

De mens werd door de Heere aangesteld als de verantwoordelijke, in Gods-dienst de regerende persoon over de schepping. Het doel van de mens was dan ook: aan het hoofd van de hele schepping Gods, Hem in daden, woorden en gedachten te loven en te eren.

Toen is de mens gevallen. Wij zijn niet de slachtoffers van die val, nee, wij zijn mèt Adam en Eva in de zonde gevallen. Zondig. Doelmissers. Aan ons oorspronkelijk doel komen we niet meer toe, we zijn totaal onvolmaakt. Toch voelt ieder mens een zucht naar volmaaktheid.

Wat doe je nu, als je je onvolmaakt voelt en bent, terwijl je verlangt naar volmaaktheid?

Wel, je gaat op zoek naar „het volmaakte", naar een volmaakt doel.

Je kunt het bijv. zoeken in andere goden: geld, heersen over anderen, grote auto's, snelle brommers, mooie en luxe kleding. Of je maakt gewoon een god van de godsdienst. Daar bedoel ik mee: godsdienst zonder God. Eigenlijk mensendienst. De Heere Jezus noemde de beoefenaars van zo'n dienst gepleisterde graven.

Let eens op de echte betekenis van het woord „Godsdienst". In dienst van God. Heel ons leven moet eigenlijk een Godsdienst zijn. Dat is ons oorspronkelijke doel. Nu zul je zeggen „Wie kan dat? " In de praktijk van het leven komt hier niets van terecht.

Waarom?

Waarom voel ik toch die drang naar volmaaktheid en waarom kom ik daar nooit aan toe? Waarom ben ik geboren, waarom leef ik eigenlijk?

Meestal maak je je niet zo druk in je jonge leven of er nu een God bestaat of niet. Je hebt er wel veel over gehoord van je ouders, op de jeugdklub of vereniging, in de kerk.

Dat je er weinig bij stilstaat of er hu een God bestaat, komt ook omdat je zoveel andere vragen hebt!

Herken je je?

Je voelt je geen kind 1 meer. Je weet dat je nog niet volwassen bent. Je zit in een ontwikkeling. De puberteit. Vreselijk veel vragen heb je. Je doet je vaak wel zo onverschillig voor, maar je voelt je zo dikwijls zo onzeker als wat. Vaak voel je jezelf ontzettend onhandig. Je weet eigenlijk niet goed, wat nu wel mag en wat niet mag. Dat probeer je ook wel eens uit! Soms heb je een grote hekel aan je ouders en soms houd je ontzettend veel van hen. De omgang met je vrienden vind je heel belangrijk! Je behoort graag bij het vaste groepje vrienden. Prachtig vind je het als je „getapt" bent. Ook heb je vaak behoefte aan echte goede vriendschap. Waardering vind je fijn. „Goed gedaan, joh!" Kleding? Ja, vooral je ouders hebben wat aan te merken. Je wilt best horen hoe een ander je vindt.

Op zoek naar vastigheid

Zo ben je op ontdekkingsreis in jezelf, Veelal bevind je je op een onbekend gebied, soms verdwaal je dan. Soms voel je je hopeloos eenzaam, omdat je nergens houvast hebt. Onzekerheid speelt een grote rol in je leven, ondanks de vaak uiterlijke onverschilligheid. Je bent op zoek naar:

— een doel in je leven,

— wie je nu eigenlijk zelf bent,

— wat je nu eigenlijk zelf kan,

— hoe je door anderen gezien wordt.

Het „jezelf leren zijn" valt beslist niet mee. Het is vaak een heen en weer geslingerd worden tussen hoop en vrees. Tussen grenzeloos optimisme en bergen met problemen en onmogelijkheden. In jezelf vind je geen vastigheid. Daar ben je juist naar op zoek. Op zoek naar een antwoord op de vraag „waarom leef ik eigenlijk? " Waarom zou je steeds op zoek zijn naar een antwoord, denk je? Waarom is dat toch zo moeilijk te vinden?

Het antwoord ....

Ons oorspronkelijk doel was een leven in dienst van God. Een Gods-dienstig leven. Als je nu werkelijk voor jezelf ontdekt dat je dat nooit kunt verwezenlijken, dan groeit het besef in je dat je je doel mist. Dat je God eigenlijk helemaal niet nodig wilt hebben. Dan is het geen Gods-dienst, maar dan bestaat je godsdienst uit elke zondag naar de kerk gaan, wat een sleur is, Je verveelt je er meer, dan dat je het besef hebt dat God tot je spreekt d.m.v. de prediking.

Je bent van „nature" geneigd. God en je naasten te haten. Dat is nogal wat! Zou dit niet de reden kunnen zijn, dat je. je vaak zo hopeloos ellendig en eenzaam voelt? Na een gezellige avond met je vrienden, kun je je soms zo ontzettend triest en onbegrepen voelen. Je probeert dit voor anderen te verbergen op allerlei manieren, zoals onverschilligheid, bravoure, e.d. Daarom is juist die eenzaamheid zo diep. Dan bidden? Ach, zul je zeggen, wat heeft dat voor zin!

Uit je bijbeltje lezen? Dat zijn toch maar letters voor mij en zo moeilijk!

Toch... zo ban je in je eenzaamheid ook de Heere uit je leven.

Maar wat een wonder: de Heere komt elke keer weer naar je toe! Op zoveel verschillende manieren. Ook door die dingen, die voor jou eigenlijk niet meer dan normaal zijn. Dat je kunt lopen, zien, horen, bewegen. Dat je mag spreken, studeren en nog zoveel meer.

Zie je nu hoe onmetelijk ver we ons doel voorbij schieten? Laten we dit dan eens aan de Heere vertellen. Onze oprechte zorgen, ons oprecht verdriet. Dat mag je de Heere vertellen. In al je onvolmaaktheid.

Je kent vast wel de gelijkenis van de verloren zoon. Hij trok, met een berg aan geld (zijn afgod!) naar een ver en onbekend land. Ook wij voelen ons zo vaak op onbekend gebied; . We kunnen het daar best een tijdje volhouden. Zolang de „afgod" maar leeft.

Je ziet er niet onaardig uit. Kan makkelijk een meisje „versieren". Er „draaien" genoeg jongens om je heen.

„Maar toen kwam er hongersnood in dat land..." Temidden van dat levenslustige genieten, voel je je geestelijk leeg, soms grenzeloos eenzaam. Niemand weet dit van je, want je bent in een ver en vreemd land.

En dan staat er: ...„En hij begeerde zijn buik te vullen met varkensvoer". Hij dacht niet aan zijn vader op dat moment. Neen, die leegte moest opgevuld worden.

Je zit zo midden in de wereld van de alkohol, sex en drugs. Is dit geen modern geestelijk varkensvoer?

Toen... toen kwam hij tot inkeer. Hij miste zijn levensdoel. Zijn leven was koud, kil en bikkelhard geworden. „Waarom ben ik er eigenlijk? " Hij werd door God gegrepen. „ ik zal opstaan en tot mijn vader gaan...".

De ouderen noemen dit „een éénzijdig Godswerk". Als het aan hemzelf gelegen had, dan was hij temidden van de varkens ten onder gegaan.

Je kent de rest van deze gelijkenis. Zijn vader had lang naar hem uitgekeken. Hij werd met open armen door zijn vader ontvangen. Wat was toen het antwoord van de zoon op de vraag „Waarom ben ik er eigenlijk? "

Ik denk dat ik het weet. „Om altijd mijn Vader, mijn Maker, mijn Schepper groot te maken". Dat is het antwoord op de vraag „Waarom ben ik er eigenlijk? "

Is dat jouw antwoord al?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

WAAROM BEN IK ER EIGENLIJK?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's