JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EKONOMIE EN CALVINISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EKONOMIE EN CALVINISME

8 minuten leestijd

We leven in een dynamische tijd. Alle ontwikkelingen, ook die op ekonomisch gebied, nemen een hoge vlucht. Je kunt je daarbij afvragen: Geeft de Heilige Schrift ook in die wereld houvast? Is er ook op de ekonomische vraagstukken bezinning nodig en mogelijk in het licht van Gods Woord? Het calvinistische voorgeslacht antwoordde volmondig: ja! Dat willen we in dit artikel aantonen.

De middeleeuwen

De middeleeuwse maatschappij was een statische agrarische samenleving. Men leefde in een besloten kring en jaar uit jaar in bleef alles zoals het was. De grote geleerde Thomas van Aquino, een dominicaner monnik, gaf deze samenleving een theoretische godsdienstige basis.

Hij vergeleek de standen, d.w.z. de groepen mensen die eenzelfde beroep uitoefenden, met de organen van een groot organisme, de samenleving. Ieder orgaan had in dit organisme zijn eigen funktie. De geestelijke stand was het belangrijkst. Zij beoefende de ascese (b.v. zelfkastijding) en stond daardoor het dichtst bij God. Alle andere standen stonden in dienst van deze stand. Om die dienst maximaal te doen funktioneren moesten de „organen" homogeen samengesteld zijn en moest men blijven leven in de stand waarin men geboren was. Die mocht slechts verlaten worden om geestelijke te worden.

De handel die in de late middeleeuwen ontstond werd in dat systeem ingepast. Haar doel mocht evenals het doel van alle arbeid slechts zijn: handhaving van de omstandigheden waaronder iemand geboren werd. Voor streven naar rijkdom, konkurrentie, winst en rente werd op deze wijze geen plaats ingeruimd. Het begrip „rechtvaardige prijs" werd ingevoerd. Een produkt mocht alleen verkocht worden voor een prijs die uit de aanschaffingskosten plus de arbeid bestond. In feite werd hier teruggegrepen op het principe van ruilhandel.

Dreigde iemand door onverhoopte (? ) omstandigheden toch rijker te worden dan hij voorheen was, dan kon de uitlaatklep van de aalmoezen gebruikt worden om overtollige rijkdom te lozen.

Calvijn

Door de ontdekking van nieuwe werelddelen en de daarmee gepaard gaande snelle opkomst van de handel was de ekonomische wereld in de dagen van Calvijn volop in beweging. De hervormer van Genève zag die ontwikkelingen niet passief aan, maar probeerde ze te beoordelen door de bril van de Heilige Schrift. Tevens wilde hij de christenen daarmee de weg wijzen tot een godzalige levenswandel.

Het middeleeuwse schema van natuur en genade, waarbij de natuur t.o.v. de genade minderwaardig was, doorbrak hij totaal. Te meer daar het ascetische monnikenleven dat in de middeleeuwen zo hoog aangeschreven stond, door Calvijn radikaal afgewezen

werd. Het natuurlijke leven moet niet onderdrukt of gemeden worden, maar door Gods genade geheiligd. In deze visie dient ieder beroep tot verheerlijking van God. Het begrip „beroep" wordt hier verbonden met (goddelijke) „roeping". Slechts de ongeoorloofde beroepen, d.w.z. de beroepen die tot goddeloosheid en losbandigheid leiden, vallen daarbuiten.

Calvijn acht de mens niet levenslang gebonden aan de stand waarin hij geboren is. Israël verliet immers ook het diensthuis van Egypte. De Heere God kan nieuwe wegen openen, die we in dankbaarheid jegens Hem met een gerust geweten mogen gaan. Slechts de ere Gods, de dienst aan de naaste en het algemeen welzijn zijn voor Calvijn hier de normen.

Zo ziet Calvijn de samenleving ook als een organisme, echter op een geheel andere wijze dan de middeleeuwen. De samenbindende band is bij hem niet de gerichtheid 1 op de geestelijke stand, maar de liefde, zoals die in een christelijk gezin gestalte krijgt. Deze liefde kan alle verhoudingen uittillen boven het wettelijk voorgeschreven minimum.

In deze visie worden loon en arbeid losgekoppeld. Wie zijn gaven gebruikt is slechts een onnutte dienstknecht. Ieder loon is genadeloon. Het leidende liefdeprincipe opent ook de mogelijkheid van een loonpeil dat in overeenstemming is met de behoeften van de naaste. (Even een vraag: Zou de gedachte aan b.v. kinderbijslag in het verlengde van Calvijns opvatting liggen? )

Bij deze gedachtengang is er ock ruimte voor de handel. „Winst" wordt een wettig begrip. Ze is vrucht van de vlijt van de koopman. Het liefde-principe stelt hier echter duidelijk grenzen op grond van het achtste gebod. Ongebreidelde winsten, zoals bij het latere kapitalisme, zijn uit den boze. Ook „rente" is voor Calvijn niet een verderfelijk iets. Hij wil ze echter alleen verbonden zien aan een produktieve lening, niet aan een konsumptieve. Dat wil zeggen wie aan een arme leent geen rente mag vragen. Dit weer volgens het liefdeprincipe. Handel, winst en rente stelt d.e geneefse hervormer onder de tucht van het Schriftwoord: Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden .doen, doet gij hun ook alzo" (Matth. 7 : 12). Dit geldt trouwens het gehele leven.

Teellinck

Op de Reformatie volgde de Nadere Reformatie. Deze stroming beklemtoonde de noodzakelijkheid van een in alle opzichten geheiligde levenswandel zeker niet minder dan de reformatoren. De vragen die de tijdsomstandigheden haar stelden ging ze, zeker in haar bloeitijd, niet uit de weg. Aan de calvijnse visie voegde ze nauwelijks nieuwe elementen toe. Maar wel leerde ze met nadruk dat de christen een goddelijke roeping heeft in de wereld en daar een lichtend voorbeeld voor anderen dient te zijn.

Dit voorbeeld-motief vinden we o.a. in „Ecce Homo" (= Zei, de Mens) van ds. Willem Teellinck. Dit traktaat is wel het eerste gereformeerde zendingsgeschrift genoemd. Hij wil heidenen en christenen door het zien op de lijdende Christus brengen tot kennis van ellende, verlossing en dankbaarheid.

In de voorafgaande opdracht aan de bewindhebbers van de Verenigde Oostindische Compagnie zegt Teellinck hen dat de eer van Christus en de zaligheid der mensen het allerbeste en zekerste middel is om de handel onder de heidenen te doen gedijen. Hierbij is een godzalige levenswandel van de schepelingen van het hoogste belang, want die heeft de belofte van het tegenwoordige èn het toekomende leven.

Teellinck pleit voortdurend voor samengaan van zending en koopmanschap. Deze twee blijken elkaar niet uit te sluiten, maar bijzonder goed samen te gaan. Mits bij beide de ere Gods centraal staat. Die houdt dan tevens het heil voor

de medemens, ook de helden, in. Zelfs over de lange oostindië-reizen, die altijd met sterfgevallen gepaard gingen, spreekt Teellinck geen woord van afkeuring. Wie door het geloof Christus is ingelijfd en als vrucht daarvan een godzalige levenswandel heeft, kan immers ook op een handelsreis in vrede in Christus ontslapen.

Udemans

Een andere belangrijke vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie was Godefridus Cornelisz. Udemans, predikant te Zierikzee. Ook hij liet het ekonomische leven van zijn dagen niet links liggen. Zijn woonplaats Zierikzee was een grote handelsstad. Het was toentertijd de tweede stad van Zeeland. Udemans wilde een ethiek voor de koopman geven in , , 't Geestelijk Roer van 't Coopmansschip". Dit boek verscheen in 1638 met als motto: ac. 3 : 4.

Udemans heeft in zijn boek voor ogen: de bevordering van de ere Gods, de opbouw van Gods gemeente, de zaligheid der zielen en het tijdelijk welvaren van vaderland en familie. De christelijke levenswandel van een. koopman vat hij samen in godzaligheid, rechtvaardigheid en matigheid. Hierin ziet hij de samenvatting van de geboden van Gods Wet. Zelfs veel heidenen kunnen tot voorbeeld zijn: „Dat die regulen, nopende de tweede tafel, soo redelijck syn, dat eerbare Heydenen, door het licht der naturen vele dinghen hebben konnen mercken, die een Christelijck Koopman, of soldaet, volgens Gods Woordt behoorde te betrachten."

Deze levenswandel moet volgens Udemans gekenmerkt worden door soberheid, eenvoud en gepaste ontspanning. Een christelijk koopman dient immers wel te staan in deze wereld, maar mag noch van zijn handel drijven noch van zijn goederen een afgod maken.

Ock beschrijft Udemans het ontstaan van de V.O.C., diverse indiëreizen en vreemde landen en volkeren. Hierbij komt ook het sociale aspekt aan de orde. Doordat er veel oostindiëvaarders onderweg stierven waren er vele weduwen en wezen te verzorgen. Ze vinden in Udemans een machtig pleitbezorger bij de V.O.C. Hier kan ze Gods liefdewet konkreet toepassen.

Zo zien we dat Udemans de ekonomische problemen van zijn dagen niet negeert, maar ze bespreekt in het licht van Gods Woord.

Slotbescfoouwing

Teellinck en Udemans zijn niet de enige vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie die aandacht schenken aan het leven van alle dag. We zouden b.v. nog kunnen wijzen op „De godvruchtige Zeeman" van N. S. van Leeuwarden. De reeks zou nog met vele' andere titels en schrijvers uit te breiden zijn.

Bij het engelse calvinisme, waarmee de mannen van de Nadere Reformatie zich zozeer verwant voelden, was het niet veel anders. Om slechts één voorbeeld te noemen: nar, C. Love schreef daar zijn „Eens Coopmans Onderrichtinge".

We zeggen niet te veel als we stellen dat ons calvinistisch voorgeslacht grote aandacht had voor de eigentijdse ekonomische problematiek. Dat betekent voor ons dat wij ons niet behoeven te schamen als ook wij ons op de ekonomische problematiek van ónze tijd bezinnen. Als we dat doen bij het licht van Gods Woord is dat zeker calvinistisch te noemen.

Dat is beslist geen eenvoudige opgave. De ekonomische problemen van nu zijn vele malen groter dan die van toen. Echter, dat moet ons niet afschrikken, maar integendeel tot meer bezinning nopen. Het is beslist niet in de lijn van Calvijn als we de ekonomische zaken wat hun doordenking betreft maar aan socialisten en liberalen overlaten. Hopelijk komt er ook in onze kringen, onder Gods zegen, meer bezinning op deze problemen op gang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

EKONOMIE EN CALVINISME

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's