JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

CHRISTEN-ZIJN IN HET ZAKENLEVEN

Bekijk het origineel

CHRISTEN-ZIJN IN HET ZAKENLEVEN

17 minuten leestijd

In het vorige artikel hebben jullie kunnen lezen dat het in de lijn van Calvijn is als we ons bezinnen, over zaken die het ekcnomische leven betreffen. We hebben in Daniël reeds meerdere malen aandacht besteed aan de problemen waarmee je op je werk te maken kunt krijgen als je naar Gods Woord wil leven. Ik denk dan aan je houding ten opzichte van vakbonden, stakingen, zondagsarbeid e.d. Maar die problemen zijn er niet alleen voor werknemers, ook leidinggevenden en zakenmensen kunnen te maken krijgen met dingen waaraan een christen niet mee kan doen. Aan deze laatste groep willen we in dit nummer aandacht besteden. Het leek ons goed een aantal van deze lezers van Daniël aan het woord te laten om hen een impressie te laten geven van de sfeer waarin zij hun werk verrichten. We hebben daarvoor benaderd een fabrikant, een drukker, een bankdirekteur, een direkteur van een groot bedrijf, een advokaat en een makelaar. Deze zes mensen geven ieder op hun eigen manier iets weer hoe zij het ervaren om als christen bezig te zijn in het kommerciële leven. De meesten bleken ruim voldoende stof tot schrijven te hebben, zodat we een aantal stukken flink moesten inkorten. Ik wil ben hartelijk dankzeggen voor de spontane medewerking. We hopen hiermee onze lezers een indruk te geven van het christen-zijn in het zakenleven van deze tijd.

ZAKEN DOEN EN GELOOF NIET SCHEIDEN

Het is geen moeilijke opgave om iets te schrijven over zaken-doen in deze tijd. Als je als christelijk zakenman iedere dag tracht je werk te doen, dan zijn er tal van voorbeelden en belevenissen op te sommen waaruit blijkt wat het is om in deze tijd zakenman te zijn.

Vooraf wil ik echter stellen dat ik dit niet neerschrijf uit een bepaalde eigenwaarde of om daar nu eens mee te zeggen hoe goed wij het doen, want ook aan onze arbeid kleven fouten en tekorten. Je hoort wel eens de uitdrukking: „Zaken-doen en geloof moet je van elkaar scheiden. Zaken zijn zaken". Dat is een onjuiste bewering. Ons dagelijks zaken-doen en ons persoonlijk geloof moet met elkaar verweven zijn. Hoe je dit in de praktijk kunt brengen, zal ik met enkele voorbeelden illustreren. Ik ben fabrikant van ijs-, pudding-en gebakspecialiteiten. Ons bedrijf is gevestigd in Dirksland en wij werken met zo'n dertig medewerkers(sters).

Als er iemand bij ons solliciteert, dan vertellen wij eerst de regels van het huis en wijzen wij op het fundament van ons bedrijf: „bid en werk". Aan de ene kant het gebed-en aan de andere kant een keiharde aanpak met elkaar. Op deze wijze mogen we Gods zegen in rijke mate ervaren op onze arbeid. Niet uit verdienste, maar door Gods algemene genade.

We hebben de gewoonte onze personeelsvergaderingen met gebed en schriftlezing te beëindigen. Ook de eerste werkdag van het nieuwe jaar wordt op deze wijze begonnen. Dat geeft een bijzondere band met je mensen.

Toch wordt het zakendoen in deze tijd steeds moeilijker als je je principes wilt handhaven. Zo werd. half september de „Roka Delicatessenbeurs" in Utrecht gehouden. Zelf zat ik in de oprichtingskommissie. Deze beurs werd dit jaar voor het eerst in de Jaarbeurshallen gehouden. Bij d.e eerste vergadering stuitte ik al op de moeilijkheid dat men de beurs op zondag wilde openen. Onze kommissie bestond uit achttien, fabri-

kanten, waarvan ik de enige was die bezwaren had tegen opening op zondag. We hebben toen deelgenomen aan de beurs onder de voorwaarde dat we op zondag niet aanwezig zouden zijn en ook geen naam of reklame zouden voeren in onze stand. Het was dus een lege en gesloten stand. Zo kwamen we maandag voor het eerst op de beurs. We moesten het eerste uur zowel waarderende als hatelijke opmerkingen inkasseren. Na afloop van de beurs op dinsdagavond, kwam de klub van achttien weer bijeen. Op deze vergadering werden de resultaten van de beurs besproken. Voor allemaal was zondag de topdag geweest, zeiden ze. Toen ik uit de liefde van mijn hart ging verdedigen waarom we er toen niet waren, werd ik door zeventien volwassen zakenmensen schaterend uitgelachen!! Tevens werd de voorwaarde gesteld, dat op de volgende beurs ook de zondag onze stand geheel intakt diende te zijn. Nu werd onze stand betiteld als een „zwarte vlek" op de beurs. Na deze vergadering liep ik even over het beursplein om deze „vernedering" te verwerken. Maar toen daalde er met veel vrede deze woorden in m'n hart: „Zalig zijt gij, als u de mensen smaden en u vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil". Jongelui, de zalige vrede, die toen in m'n hart aanwezig was, had ik voor geen geld willen missen. De volgende dag hebben we een briefje gestuurd waarin stond dat we geen deel meer wensten uit te maken van de kommissie en ook geen deel meer zouden nemen aan de beurs als er een zondag inviel.

Onze specialiteiten worden landelijk naar 700 winkels gedistribueerd. Om meer bekendheid te krijgen zou de televisie met de sterreklame het aangewezen medium zijn. Omdat we allemaal weten dat die medium de mensen alleen maar verder van God afbrengt en daarom beslist niet in onze gezinnen thuishoort, behoor je naar mijn mening hier ook niet van te profiteren. Dus geen t.v.-reklame!

Misschien zeggen jullie nu dat het toch wel moeilijk is om christelijk zakenman te zijn in deze tijd. Maar dan moet ik zeggen: nee, dat is niet moeilijk in Nederland. Weten jullie voor wie dat moeilijk is? Voor de christenen achter het IJzeren Gordijn! Wij mogen als christelijke zakenmensen nog getuigen van de wil van God, die Hij ons in Zijn Woord openbaart.

Zakenmensen beschikken vaak over nogal wat vrijmoedigheid. Die mogen ze ook besteden om te getuigen van Hem, Die zondaren zalig maakt om niet.

Ik wil dit stukje positief sluiten. Niet de wereldse manifestaties hebben mij een mooi gezond bedrijf bezorgd. Die dank, eer en aanbidding komt Hem toe, Die in Zijn Woord betuigt: „De zegen des Heeren maakt rijk en voegt er geen smart bij". Het is een rijke zaak, als we als arme zondaar, rijk van Hem mogen getuigen.

W. den Hertog

EK ZIJN GRENZEN

De uitvinding van de boekdrukkunst wordt wel genoemd: een stap naar de hemel en een stap naar de hel. In ons land waar we volledige vrijheid van drukpers hebben, ligt dan ook de verantwoordelijkheid bij de leiding van het bedrijf als het er over gaat wat er wel en niet gedrijkt wordt. Ik moet eerlijk zeggen dat we in ons bedrijf, waar voornamelijk reklamedrukwerk gemaakt wordt, gelukkig weinig met problemen van wat we wel en niet kunnen drukken, in aanraking komen.

Wel is het nodig om bij het aksepteren van nieuwe orders, duidelijk te informeren, wat er inhoudelijk straks van de pers gaat rollen. Het kan dan voorkomen dat je bepaalde orders mist, of dat je een klant niet meer terugziet. Ik denk hierbij aan een uitgave waarin toto-en lotto-advertenties moesten worden opgenomen. Gelukkig had de opdrachtgever begrip voor ons standpunt Ik denk ook aan een krantje voor

een winkeliersaktie waarin men op de proppen kwam met cabaret en showorkesten, alles van top tot teen op de foto... Deze klant hebben we niet meer teruggezien. Verder drukken we als het te voorkomen is, geen reklamedrukwerk en folders voor tentoonstellingen en aktiviteiten die speciaal op zondag plaatsvinden, waarbij ik beslist niet wil beweren dat er bij ons nooit iets mis gaat. Het blijft een moeilijk terrein, waarschijnlijk moeilijker dan het voor een bakker is, die zich wel niet zal afvragen op welk soort feest z'n gebakjes terecht komen of voor de man die z'n werk heeft aan de lopende band waar T.V-toestellen worden geproduceerd. Al met al zal het wel duidelijk zijn dat ik liever de „Evangeliebanier" druk, dan een willekeurige toeristische folder.

D. J. Thijsen

KOMMERCIEEL VERANTWOORD, MAAR TOCH .

We leven in een tijd van grcte weelde. De welvaart is opgeklommen tot een ongekende hoogte. We kunnen echter helaas niet konstateren dat er meer tevredenheid is. Lees maar eens in de kranten welke looneisen de bonden stellen, om maar een voorbeeld te noemen. „Laten we eten en drinken en vrolijk zijn", dat is wat de mens wil. Daar is echter wel geld voor nodig en hiervoor staan de banken wagenwijd open. Een persoonlijk krediet of een huurkoop is op een gemakkelijke manier te verkrijgen.

Als je als kommerciële bank te gemakkelijk fiat verleent en weet met welk doel zo'n konsumptief krediet aangevraagd wondt, kun je voor principiële problemen komen te staan. De achtergrond is veel dat de cliënten willen meedoen met anderen en niet willen achterblijven. Ze realiseren zich echter niet met welke last het gezinsinkomen verzwaard wordt. De gevolgen zijn dan ook niet te overzien.

We dienen dan ook als banken alert te zijn op het fiatteringssysteem en mogen niet alleen denken aan kommercie, maar moeten ook denken aan een verantwoorde begeleiding van de aanvrager.

Zo zijn er meerdere onderdelen te noemen, waarbij onze principes in het gedrang komen.

Dan is er ook nog de andere kant van de medaille. Dat is het beleggen van gelden. Sinds enkele jaren geven de banken spaarbiljetten of spaarbrieven uit, die niet op naam staan, maar waarop staat „aan toonder". Deze geven een interessante rente, zijn aan iedereen overdraagbaar en kunnen aan het einde van de looptijd bij ieder willekeurig kantoor van de betreffende instelling worden ingewisseld. Dat is allemaal echt legaal en kommercieel verantwoord. Toch weten we dat hierin veel „gekleurd geld" gestoken wordt.

Mag je nu meewerken aan het verkopen van spa arbil jetten, ook als je duidelijk is, dat men bezig is opgelegde belastingen te ontduiken?

De bank heeft korrekt gehandeld en de belegger is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn manier van zaken doen, alhoewel er nooit zegen op kan rusten.

Maar zijn we er daarmee?

We leven in een tijd waarin we ons steeds meer af zullen moeten gaan vragen of we in een bepaald bedrijf ons werk wel kunnen doen, zonder dat dit ten koste gaat van het leven naar de inzettingen die de Heere heeft geboden. De welvaart die wij kennen, moet bij het sterven losgelaten worden. Al ons geld en onze goederen zullen achterblijven. Gods Woord zegt dan ook: Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

Dat geldt voor een ieder van ons persoonlijk.

Immers: wat zegt de rijkdom van de wereld gezien in eeuwigheidslicht?

E. van Grol

PROBLEIVIEN ROND ZONDAGSARBEID

In een groot bedrijf waar in verse groente en fruit gehandeld wordt, is het dagelijks een drukte van belang. Hagé International B.V. te Barendrecht is zo'n bedrijf. Groente en fruit wordt uit vele landen van de wereld met wagons, vrachtwagens en vliegtuigen dagelijks vers aangevoerd. Dat geeft vaak heel de dag door zijn problemen en probleempjes, omdat men te maken heeft met mensen en vervoerssystemen die niet altijd op de minuut te plannen zijn, temeer daar ze niet direkt in dienst van ons bedrijf zijn.

Hoe gaat dat nu op zondag met de aan-en doorvoer van onze aan bederf onderhevige dagprodukten? Op ons bedrijf wordt absoluut niet gewerkt op zondag. Dit neemt echter niet weg dat er indirekt vaak wel mensen voor ons bezig zijn. Wij denken hierbij aan luchthavenpersoneel, chauffeurs, machinisten e.d. Deze mensen werken niet rechtstreeks in opdracht van ons bedrijf, maar kunnen wel t.g.v. onze dagelijkse bezigheden aan het werk zijn. Zo kunnen mensen in dienst van hoilandse of buitenlandse bedrijven, toch hun taak op zondag volvoeren. Zoals de treinen die rijden en de vliegtuigen die vliegen. Dit is geen eenvoudige zaak waar men natuurlijk op verschillende manieren over kan denken en oordelen. I-Iet is echter zo dat als men hierover doordenkt er op allerlei gebied nogal wat mensen werken op zondag om onze konsumptiezieke samenleving te laten draaien. Ook voor de eerste levensbehoefte, zoals elektriciteits-en aardgasvoorziening waar iedereen gebruik van maakt, zijn mensen aan het werk. Desondanks blijft de eis om ook in het zakenleven Gods geboden te gehoorzamen.

Wij leven in een gebroken samenleving. Ook als wij op zondag niet werken, kunnen wij het vierde gebod schromelijk overtreden. Want wat zijn wij in gedachten vaak allemaal bezig, ook op zondag, met ons dagelijks werk. Het komt steeds weer openbaar dat onze gehele maatschappij zucht onder onze val in het paradijs en onder onze dagelijkse zonden. Al wat wij bedenken en doen is zo onheilig, zo zondig, dat we ons diep zouden moeten schamen.

Hoe zou de nood van deze wereld, de nood van onze samenleving, de nood van al onze persoonlijke zonden, ons steeds opnieuw uit moeten drijven tot Hem die geen lust heeft in de dood van goddelozen, maar bij Wie we vergeving kunnen krijgen. Wij brengen niets dan zondig werk voort, maar door Jezus Christus, moeten en kunnen wij, Gode zij dank, zalig worden.

M. B. v. d. Heuvel

EEN CHRISTEN KAN BEST ADVOKAAT ZIJN

Als advokaat word je vaak gekonfronteerd met de vraag: kun je wel advokaat zijn? Men ventileert dan grapjes over een advokaat die aan zijn geweten geopereerd moest worden, welke operatie niet kon plaatsvinden omdat de chirurgen urenlang naar het geweten van de advokaat zochten maar dat niet konden vinden.

Achter dat oude grapje schuilt een merkwaardig misverstand over de advokatuur. Men ziet de advokaat als de man die bij strafzaken met veel verve de onschuld van de grootste boef staat te bepleiten; hij praat wat wit is zwart en omgekeerd.

Ik durf echter te stellen dat het overgrote deel van de advokaten zich niet met louche zaken bezighoudt. De advokaat

heeft hij de beëdiging de eed afgelegd dat hij geen zaak zal verdedigen die hij in gemoede gelooft niet rechtvaardig te zijn.

Betekent het vorenstaande nu dat je als advokaat iedere zaak die binnen het kader van de gedragsregels valt maar kunt behandelen, of zijn er nog zaken die je uit je persoonlijke overtuiging niet kunt behandelen? Dat laatste is zeker waar.

De gewijzigde opvattingen over bijvoorbeeld het huwelijk leiden er toe dat men veel eerder dan vroeger tot echtscheiding besluit. Zo zijn er echtscheidingscliënten bij mij geweest waar ik heb geweigerd de zaak te behandelen, omdat men de echtscheiding op volstrekt onaanvaardbare gronden wenste. De man had in dat geval een sociale uitkering en een pro forma echtscheiding zou ertoe leiden dat de vrouw ook nog eens een uitkering krachtens de Algemene Bijstandswet zou ontvangen. Dat laatste komt overigens gelukkig erg weinig voor. Gekonstateerd moet worden dat in verreweg het merendeel van de echtscheidingen de huwelijken inderdaad totaal ontwricht zijn. Ik wil bekennen dat ik het nog vaak moeilijk heb met de vraag of ik wel echtscheidingen kan behandelen.

Het komt wel voor dat mensen willen samenwonen en dan aan je vragen of je een samenlevingskontrakt wilt opmaken. Ik vind persoonlijk dat ik zoiets niet kan doen omdat zoiets in strijd is met mijn levensovertuiging.

In strafzaken waar grote belangen op het spel staan, wil het wel eens voorkomen dat de verdachte zijn advokaat ertoe tracht te bewegen meinedige getuigen op te roepen. Zo'n getuigenverklaring zou, als de Officier van Justitie geen sterk bewijs heeft, tot vrijspraak kunnen leiden.

Het behoeft geen betoog dat zoiets geweigerd moet worden door de advokaat, en ik ben er van overtuigd dat zoiets door de meesten wordt geweigerd. Ik sluit niet uit dat het weieens gebeurt dat een meinedige getuige wordt voorgedragen, doch het is dan nog maar de vraag of de raadsman wist dat de getuige meinedig was.

Verdere verleidingen voor een advokaat zijn dat een tegenpartij bepaalde stukken niet heeft, terwijl hij zijn zaak zou winnen als hij die stukken wel zou hebben. Als ik dergelijke stukken in mijn dossier zou hebben, maar daarover zou zwijgen, dan zou er onrecht geschieden. Ik vind dat je in zo'n geval de plicht hebt om de stukken aan wederpartij te overhandigen en als de cliënt niet met de overhandiging van de stukken akkoord gaat, dat je dan de zaak niet verder zou mogen behandelen.

Laat ik besluiten met mijn konklusie dat je naar mijn oordeel als belijdend christen best advokaat kunt zijn, doch dat er wel een voortdurende toetsing moet zijn of je een bepaalde zaak wel kunt behandelen. De advokaat staat met zijn beroep midden in het leven en hij zal ook gekonfronteerd worden met d: e ontwrichtende faktoren in het maatschappelijk gebeuren. Dat vraagt een voortdurende positiebepaling.

W. N. L. Donker

ZO DE HEERE HET HUIS NIET BOUWT . . .

Als kind. ging ik graag iedere week naar de vis-en groentemarkt in Rotterdam-Zuid, om daar een partij oude kranten tegen de hoogste prijs te verkopen. Dat was rond 1957-58, toen de Zending van onze gemeenten nog niet aan oude kranten dacht.

Na een vertegenwoordigersloopbaan van circa tien jaar ben ik een verkoopkantoor in onroerende goederen begonnen. Wie veronderstelt dat het vak alleen uit „business" bestaat, vergist zich schromelijk. Kort samengevat bestaan de werkzaamheden uit: „Het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten".

Het is dus een bemiddelende funktie; twee partijen met tegenstrijdige belangen tot elkaar te brengen. Mijn eerste taak is een vertrouwensrelatie opbouwen met de opdrachtgever. Een moeilijk maar prachtig werk! Wanneer de noodzakelijke basis gelegd is, gaat de cliënt vertellen wie hij is. Niet alleen zijn financiële positie, maar ook zijn sociale en geestelijke bagage pakt hij uit. Naast het kommercieel belang ontstaat hier een opening om cliënt te leren kennen én te vertellen wie je zelf bent.

Een ontstellende armoede en onkunde op geestelijk terrein komt in menig verkoopgesprek openbaar, dikwijls zó dat een gevoel van machteloosheid zich van je meester kan maken. Op het geestelijke, maar ook op het financiële vlak leeft menig gezin op de rand van de afgrond.

Ongeveer 35 ö /o van onze (maatschappelijke) gezinnen heeft haar inkomen tot 1984 reeds opgesoupeerd aan luxe. Vele ouderparen hebben, naar zij mij openlijk zeggen, spijt dat zij „een kind genomen hebben" vanwege de te zware financiële verplichtingen. Talloze huwelijken gaan ten onder omdat het horizontale ideaal niet volgens de geplande verwachting verkregen wordt.

Te midden van al deze droevige gevolgen van de zonde, leven wij, werken wij en spreken wij (? ). Alleen al krachtens opvoeding en belijdenis dienen wij te spreken van een andere toekomst, van een ander huwelijk, van een ander huis. Immers: „Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan."

B. Kok

NIET MEER KOPEN EN VERKOPEN . . . ?

Uit d.e hierboven weergegeven reakties. op de vraag wat het betekent om ook in het zakenleven te handelen volgens Gods Woord, blijkt dat er steeds rrieer problemen komen. En het zal in de toekomst nog moeilijker worden. Ik denk dan aan wat in Openbaring 13 staat. De tijd zal komen dat niemand mag kopen of verkopen die het teken van het beest niet draagt. Is die tijd reeds aangebroken?

Dat beest blijkt een macht te zijn die kans ziet om voor het eerst in de geschiedenis alles en allen onder zijn heerschappij te verenigen. Onverbiddelijk streng is het beest tegen alles wat zijn wil niet zonder enige reserve volbrengt. Wie zich verzet wordt uitgesloten uit het maatschappelijke verkeer en mag niet meer kopen of verkopen.

Wat blijft dan over? Hongersnood? Hongerdood?

Maar er staat nog iets: God heeft het beest macht gegeven. Het kan wel ver gaan, maar niet verder dan God toelaat. Dat is een troost voor allen die door de genade van de Heilige Geest het teken van het beest weigeren te dragen.

Is dat ook jouw troost?

J. Leune

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

CHRISTEN-ZIJN IN HET ZAKENLEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's