JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

CHRISTELIJK LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTELIJK LEVEN

8 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE OVER 1 TIM. 6 : 11 - 21

Mens Gods (vers 11)

In het voorafgaande heeft Paulus de afdwalingen getekend, die in de gemeente en vooral bij de dwaalleraars werden gevonden. In het nu volgende gedeelte vermaant hij Timotheus ernstig. Deze moet geheel anders leven. Daarom wordt hem het christelijk leefpatroon voorgehouden. En dat geldt niet alleen ambtsdragers, maar ook de gemeente.

Timotheus wordt „mens Gods" genoemd. Het is dezelfde benaming als het oudtestamentische „man Gods", ambtsdrager Gods. Hij behoort aan de Heere toe en aan Zijn dienst. Daarom moet zijn leven. Hem, gewijd zijn, maar tevens mag hij weten voor Diens rekening genomen te zijn. Sterker vertroosting is niet denkbaar, denk aan de H.C. zondag 1. Maar het geeft ook hoge verplichtingen, die met Gods hulp nagekomen moeten worden.

Daarom wijst Paulus aan Timotheus de weg. Hij gebruikt daarbij het voor die tijd populaire beeld van atletiek. Timotheus moet al die genoemde zonden ontvluchten, daar is geestelijke moed voor nodig. Maar bovendien moet hij gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid najagen. Hij moet dat dus niet lijdelijk afwachten, maar krachtig werkzaam zijn deze zaken, die telkens aangevochten worden en dreigen te niet te worden, aan te wakkeren. Uiteraard zal hij dit niet in eigen kracht kunnen, maar alles van de ware Levensbron mogen verwachten, Die gezegd heeft: die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Be goede strijd (vers 12)

Het woord voor strijden gebruikt, doet ons denken aan de zware inspanning die men zich in de sport getroost, om de prijs te behalen. De strijder mag nieit afgeleid worden, maar moet nauwkeurig op het einddoel acht geven en daarbij zich ontzeggen wat hindert. Zo moet ook Timotheus strijden n.1. de; strijd des geloofs. Hij moet niet alleen het Woord des geloofs prediken, maar ook het beleven en het behouden ervan najagen. Deze strijd is goed, omdat ze het ware geluk geeft, omdat de overwinning door Gods kracht zeker is. De krans van de hemelse gelukzaligheid wacht.

„Grijp naar het eeuwige leven". Kan een mens dit grijpen? Het gaat niét om grijpen in de zin van: stelen. Het is alsof Paulus zegt: God: roept u tot het eeuwige leven in de weg van de strijd! des geloofs. Elders zegt Paulus, dat hij zelf er naar jaagt, of hij het ook grijpen mocht, waartoe hij van Christus Jezus gegrepen is. Niets geeft meer moed, dan het horen door God geroepen te zijn. Het kan niet misgaan als Hij de leiding heeft en de hand : . uitsteekt. Dat doet strijden in afhankelijkheid., waarbij alle kracht van de Heere verwacht wordt. En dan is de overwinning zeker.

De goede belijdenis (vers 13)

Paulus herinnert Timotheus thans aan zijn belijdenis. Ook moet deze belijdenis hem er toe aanzetten, voort te gaan. Wie goed begonnen is, moet ook goed eindigen. Als mededienstknecht van Paulus. heeft hij in een vast geloof getuigenis gegeven van het evangelie. Zo was het leven van Timotheus een belijdenis. Daarom past het te volharden in de strijd.

Belijdenis doen is niet alleen een zaak van ons ja-woord, maar ook van leven. De vlag moet de lading dekken. Er moet onderscheid zijn met de wereld. En dat niet

uit slaafse vrees maar uit liefde, uit gewilligheid, zoals ook Mozes de goede keus deed. Hoe is dat in jouw leven?

De verschijning van Christus (vers 13 - 16)

De vermaningen die Paulus geeft, geeft hij als in Gods tegenwoordigheid. De bedoeling is Timotheus te bemoedigen, maar ook om de hoge ernst er van te benadrukken. Hij moet op de Heere acht geven en niet op de omstandigheden zien. Zelfs al zou het leven gevaar lopen, dan mag hij zich niet aan het gebod onttrekken, want Hij zal immers de doden het leven weergeven.

Ook Christus wordt hier genoemd, ook Hij draagt dit bevel. En wat Paulus eraan toevoegt, is een. bijzondere bemoediging voor de strijd: hij wijst op de dood van de Heere Jezus. Het evangelie, dat Timotheus mag verkondigen is bevestigd door Zijn dood. Hij gaf voor de stadhouder de goede belijdenis.

Hoewel Christus niet veel woorden, voor Pilatus gebruikte, gaf Hij met woorden en daden Zijn goede belijdenis. Hij maakte er door waar, dat Zijn Rijk niet van deze wereld is en dat Hij de Waarheid Zelf is. Hij was getrouw tot het einde. Daarom is in Hem kraoht om te volharden. Hij ging voor en de Zijnen mogen Hem met lijdzaamheid volgen door Zijn kracht.

Daarom moet Timotheus het gebod houden en een getrouw dienaar zijn van Christus en Zijn gemeente, onbevlekt en onberispelijk, met heiligheid van leven en zeden. En tot dat einde, tot op de verschijning van de Heere Jezus Christus. Het woord dat hier gebruikt wordt, drukt de heerlijkheid van Christus komst uit. Het betekent: zonsopgang en. duidt de uitkomst en redding aan, die temidden van grote benauwdheid en verdrukking zal komen.

Paulus voegt er nog een tweede bemoediging aan toe, wanneer hij van God belijdt, dat Hij is de alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en. de Heere der heren. Soms lijken de goddeloze machten de overhand te krijgen, ook in de gemeenten, maar God blijft de Almachtige. En tenslotte zal Christus op de door God bepaalde tijd wederkomen. Hiermee wil de apostel „zijn zoon" inspireren, opdat hij nieuwe moed zal vatten.

Kijken in deze wereld (vers 17-19)

Eerst schreef Paulus over mensen, die rijk willen worden (6 : 9) nu schrijft hij nog een enkel woord voor hen, die-rijk zijn. Rijk zijn is geen zonde, mits rijkdom gepaard gaat met nederigheid en met besef van verantwoordelijkheid. Maar de rijken in deze wereld zijn vaak hoogmoedig en stellen hun hoop op de rijkdom. Hiertegen waarschuwt Goids Woord. Denk aan de gelijkenis van de rijke dwaas. Hij was rijk naar de wereld, maar bezat geen hemelse schatten. Evenmin als de rijke jongeling.

Als je rijk bent is de verleiding tot hoogmoed zeer groot. De gehele Bijbel waarschuwt in al zijn delen, hiertegen. We moeten bedenken dat deze rijkdom maar beperkt is, vandaag kan iemand rijk zijn, maar morgen arm. Daarom, moet ook de rijke vermaand worden zijn hoop op God alleen te leren stellen. Dan bezitten ze een schat di.e blijft (zie ook Matth. 6 : 20). Van het aardse behoort men met matigheid te genieten.

De rijken worden opgewekt rijkelijk de armen te gedenken. De mens en zeker de christen, is niet vrij alleen voor zich over de rijkdom te beschikken. Hij dient naar billijkheid daarvan aan de behoeftige mede te delen. Het doel van iemands rijkdom is ook: de nood van de naaste te lenigen. Eigendom als gave van God is. tevens rentmeesterschap ten behoeve van de naaste. Dit alles als vrucht van het geloof, dat door de Heere om Christus wil zal worden beloond en uitzicht geeft op een beter vaderland.

Pand bewaren (vers 20 - 21a)

Een laatste vermaning ontvangt Timotheus in de oproep het hem. toebetrouwde pand te bewaren. Daaronder verstaan sommigen wat in het voorgaande hem is voorgehouden. Anderen aan het ambt, waarin hij mag dienen. Weer anderen aan het evangelie. Het een sluit het ander niet uit. Timotheus moet in het ambt trouw zijn aan het Woord van God. Er is gevaar van afwijking en van afglijden. Daarom: bewaar het. Eigenlijk staat er: bewaak het.

Er zijn zoveel andere geluiden te horen, die niet uit het Woord komen maar Spekulaties zijn van het verdorven menselijk verstand. En sommigen houden dat voor de echte waarheid, ver boven het evangelie. Maar al deze zinloze beuzelarij moet Tibotheus uit de weg gaan. Daartegen moet hij het volle Woord verkondigen.

Genade (vers 21b)

De genade van Christus, dat is Christus Zelf zij met Timotheus. Het is een zegenwens van Paulus in het geloof uitgesproken. Het is een afsluitend woord, maar het sluit alles in wat we als zondaar nodig hebben om rechtvaardig voor God te verschijnen, maar ook het nieuwe leven te leiden, dat uit Christus opstandingskracht vcortvloeit.

Graag bid ik jullie allen deze genade toe bij het besluiten van deze serie bijbelstudies.

Vragen

1. Wie werden er in het O.T. ook „man Gods" genoemd en in welk ambt stonden zij? Vgl. Deut. 33 : 1, 2 Kron. 8 : 14, 2 Kon. 1 : 9. VWe worden er in 2 Tim. 3 : 17 ook mee aangeduid en krachtens welk ambt?

2. rloe kan er geschreven staan, dat alleen God onsterfelijkheid heeft, daar dit toch de ziel van ieder mens geldt?

3. Paulus zegt dat geen mens ooit God gezien heeft. Hoe verklaren we dan Ex. 33 : 18 en Gen. 32 : 30? Wat bedoelt Johannes in Joh. 1 : 18?

4. Welke twee gevaren bedreigen de rijken? (vers 17)

5. Schreef Paulus zijn brieven altijd eigenhandig? Zie Rom. 16, 1 Kor. 16 en Kol. 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

CHRISTELIJK LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's