JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

PEINZEN OVER OVERPEINZINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PEINZEN OVER OVERPEINZINGEN

7 minuten leestijd

„Soms in deze laatste tijct vooral voel ik de onvruchtbaarheid van mijn bestaan op aarde al smartelijker aan. De dagen vliegen weg. Gevoelloos gaan ze heen en het. komt niet waar het zijn moet. De volheid wordt erin gemist, waar je ook gaat of staat. Een enkele maal in deze najaarsdagen vol stilheid en schoonheid is er toch een ogenblik van vrede. Een zondagmorgen, als de zon opgaat en door de nevels breekt, de eerste stralen glijden langs de herfstdraden en schitteren in de lauwdroppen, die bloemen in kleur en gloed zetten, en heel de schepping nieuw schijnt, zonder gerucht van mensen en motoren; of een avond in de bossen, zwaar van najaar en nevels over de geurende aarde en de zwijgende bomen, en dan even het kontakt met d.s bodem waaruit we zijn voortgekomen en het leven zelf. Het zijn slechts ogenblikken, maar die toch een besef geven van een volkomener leven dan dat van iedere d'ag, en verlangen doen naar die volheid en vruchtbaarheid, die er toch is: en is toegezegd door het Woord des Heeren".

Zo wist ds. J. T. Doornenbal, van 1946 tot 1973 Hervormd predikant te Oene, in enkele zinnen de onvruchtbaarheid van ons bestaan, de schoonheid van Gods schepping en de werkelijkheid van een ander leven te tekenen. In deze regels is hij ook eigenlijk zelf getypeerd. Hij kende zijn zondige hart, had een diepe liefde voor de natuur en was vervuld met een heimwee naar de Heere en Zijn heerlijkheid. Niet alleen over deze wezenlijke zaken, m.aar over allerlei dingen van het leven heeft ds. Doornenbal geschreven in de Hervormde kerkbode van de classis Harderwijk onder het gemeentenieuws van Oene.

Hij is daarmee begonnen in 1947 toen veel militairen naar Indië moesten. Speciaal voor hen schreef hij in de kerkbode om de band met hun eigen dorp levend te houden door hen op de hoogte te brengen van allerlei gebeoortenissen in de gemeente. Nadat de overdracht van Nederlands-Indië een fsit was geworden en de jongens naar Holland waren teruggekomen, is hij blijven schrijven, omdat zijn bijdragen graag gelezen werden door iedereen en ook omdat hij het graag deed:

„Want er is nauwelijks een groter vreugde dan het neerschrijven van de dingen die een mens ter harte gaan".

Zijn sti.5kjes werden vaak in andere bladen overgenomen, soms ook in „De Saambinder". Na zijn dood zijn ze verzameld en in boekvorm, uitgegeven. Onlangs verscheen de derde bundel met de zeer toepasselijke titel: „Overpeinzingen van een pelgrim". Want het was hier voor hem het land der ruste niet. Soms is het heel menselijk en ook wel aardsgazind wat hij aan het papier toevertrouwt, maar uit alles blijkt toch, dat hij een vreemdeling op aarde was. Zijn geestelijk leven werd door veel strijd en duisternis gekenmerkt en ook het preken viel hem dikwijls zwaar. Eerlijk schrijft hij daarover:

„Ik weet niet waarom ik altijd weer afgeremd en neergedrukt moet worden in mijn prekerij, maar 't is een feit. Ik doe het nu al dertig jaar en het is vrijwel onveranderlijk hetzelfde. Misschien moet dat zo. En misschien moeten wij nog meer gedrukt worden, en straks geheel aan het eind van onszelf komen. Om dan maar één verianeen meer te hebben — zoals ik het vanavond voor het begin van de catechisatie toch een ogenblik had — om enkel en alleen maar gebruikt te worden als een nietig instrument in Gods Hand voor Zijn Koninkrijk en er zelf buiten te vallen".

Juist door zijn eerlijke en eenvoudige manier van schrijven spreekt hij de mensen zo aan. Zoals hij schrijft, is het en je kunt jezelf erin herkennen.

Het lezen van de overpeinzingen van ds. Doornenbal, vooral van zijn herinn erin .een aan het geestelijk leven, het sterven en de begrafenis van oude vromen, brengt je soms

tot de gedachte, dat hij schrijft over verleden tijden, die onherroepelijk voorhij zijn. Hij kende godvrezende mensen uit alle kerken, en voelde zich met hen verhonden. Vaak mocht hij iets ervaren van de gemeenschap der heiligen en je vraagt je af: Wat wordt daar nü nog van beleefd? Waar wordt die neg gevonden? Als je op blz. 219 leest wat ds. Doornenbal zegt over een overleden vriend:

„Maar vooral waar het ging over het geestelijk leven van dat oudere geslacht en zijn eigen, voorgeslacht, dan werd zijn stem stiller en kon je merken, dat zijn hart er in heimwee naar uitging. Dan kwam het meest aan de dag wat er diep in hem leefde; als hij verhaalde van het samenleven van het oude godsvolk, hun bijeenkomsten en de gesprekken, die er gevoerd werden, de brieven die ze elkaar schreven, waarin geen woord was over wereldlijke dingen, maar alleen over zaken van Gods Koninkrijk en het leven der genade",

dan denk je: Leeft het volk des I-Ieeren nog zoals het oude Godsvolk waarover hier geschreven wordt? Misschien mag ik deze vragen niet stellen, maar je zou zo graag méér jaloers willen zijn op het volk van God, meer willen merken van hun verborgen omgang met de Heere en meer willen horen over het hemelleven, dat hen wacht...

Voor ds. Doornenbal kwam op 16 april 1975, na een ernstige ziekte die hem noopte vervroegd met emeritaat te gaan, het einde van zijn pelgrimsreis. Hij is 65 jaar geworden. Naar zijn wens ligt hij — naast zijn ouders — begraven op het oude kerkhof van Doorn, waar ook de bekende prof. G. Wisse zijn laatste rustplaats heeft. De streek waar hij werd geboren, was ds. Doornenbal onzegbaar lief en hij is er altijd verbonden aan gebleven, 't Is ook een lieflijk landschap in. de omgeving van Doorn en de Langbroeker Wetering, waar vroeger zoveel vromen, woonden.

Peinzend heb ik aan zijn graf gestaan, waar de eerst herfstblaadjes cp neer dwarrelden. De late middagzon scheen door het zware gebladerte van de oude bomen en liet enkele lichte vlekken vallen op de al iets groen verweerde grafsteen. Vijf jaar is het al geleden, dat hij heenging, maar hij spreekt nog tot velen nadat hij gestorven is. Intens heeft hij geleefd, moeizaam en vaak opbegrepen, maar dat alles is voor hem voorbij. Boven zijn naam staat op de grafsteen: Openbaring 7 : 14 en 15: En ik sprak tot Hem: eere, Gij weet het. En Hij zeide tot mij: ezen zijn het, die uit de grote verdrukking, komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij vóór de troon Gods en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en. die op de troon zit zal hen overschaduwen"). Maar ik moest ervaren hoe weinig we kunnen inleven en beseffen van het grote geluk dergenen die in de Heere sterven. Het verkeer over de provinciale weg van Doorn naar Amersfoort verstoorde onophoudelijk de stilte en ik kwam niet verder dan wat aardse gedachten. Gelukkig hangt er niets af van ons ervaren en gevoelen, maar ligt de zaligheid van Gods volk eeuwig vast in Gods verbond en Zijn trouw, waarvan ds. Doornenbal op het eind van. zijn leven zo rijk mocht getuigen:

„Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen, Door U, door U alleen, om. 't eeuwig welbehagen".

N.a.v. „Overpeinzingen van een pelgrim", leven en werk van ds. J. T. Doornenbal, uitgave „De Banier", Utrecht, 329 pagina's, prijs ƒ 35, —.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's

PEINZEN OVER OVERPEINZINGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1980

Daniel | 28 Pagina's