JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BELIJDENIS DOEN, EN DAN....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BELIJDENIS DOEN, EN DAN....

6 minuten leestijd

Ieder wordt door de Heere geroepen tot het doen van belijdenis. We kunnen niet altijd dooplid van de kei'k blijven. Immers dooplid-zijn betekent dat je in je ouders lid bent van de kerk door je geboorte uit christelijke ouders en door je doop.

Maar als je meerderjarig gaat worden, zijn je ouders niet meer voor je doen en laten verantwoordelijk, maar ben je dat zelf.

Daarom kun je dan ook niet langer in je ouders, voor verantwoordelijkheid van je ouders, lid van de kerk zijn. En zo word je dan voor de keus gesteld: óf door het doen van belijdenis je bij de gemeente voegen en van dooplid belijdend lid, van onmondig lid, mondig lid worden, óf door het nalaten van het belijdenis-doen in feite met de kerk breken en voor de wereld kiezen.

Deze keus is geen vrijblijvende keus want je hebt geen blanco verleden. God heeft immers al voor jou gekozen door je te doen geboren worden uit christelijke ouders en je te doen dopen. Daarom vraagt de Heere dan van ons een oprechte keus voor Hem en Zijn gemeente. Ik zeg, de oprechte keus, want de Heere vraagt naar waarheid in ons binnenste. We mogen dus niet op een oppervlakkige m.anier belijdenis doen, omdat we nu eenmaal de leeftijd hebben en weleens van de catechisatie afwillen. We mogen ook niet denken: ja, ik kan het nu nog echt niet doen in waarheid, dus wacht ik nog maar een poosje. Want dan zegt de Heere: „Wie zich onttrekt. Mijn ziel heeft in hem geen behagen".

Neen, noch links, noch rechts is er een uitweg. De weg, die wij hebben te gaan, ligt recht voor ons en achter ons klinkt een stem, die zegt: „Dit is de weg, wandel in dezelve".

De beste oplossing is hier, dat wij geen oplossing meer weten, zodat we in de nood de Heere nodig krijgen, Die belooft:

Al wat u ontbreekt Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.

Maar dan heb je belijdenis gedaan, en dan?

Wat is de konsekwentie van het belijdenis-doen voor je leven in de kerk en in de maatschappij?

We kunnen hier dit op antwoorden, dat je dan hebt te dienen in het ambt aller gelovigen, dat betekent, dat we profeet, priester en koning hebben te zijn, waarbij het noodzakelijk is dat we Christus' zalving deelachtig zijn.

Profeet

Als profeet is het onze roeping Zijn Naam te belijden in heel ons leven, waar we ook in dit leven onze plaats hebben, en ons Zijn Naam en dienst niet te schamen.

Dat belijden is nodig met onze woorden. Ik weet, hoe heel moeilijk dat ons kan zijn in onze ontkerstende samenleving.

Vooral, als je studie-of je werkkring niet gevonden wordt in onze meer beschutte „eigen kring", maar midden in „de wereld", is het een heel zware opgave.

Maar wat is het dan toch nodig om getrouw te mogen zijn, want Christus heeft

gezegd: „Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is."

Zeker geldt hier: „De rechtvaardige zal tijd en wijze weten", maar deze woorden mogen nooit gebruikt worden om onze valse schaamte te verontschuldigen.

Dat belijden van Zijn Naam moet echter niet alleen gebeuren met onze woorden, maar ook met onze daden, met heel ons leven. Wat is het dringend nodig, dat onze woorden en onze daden niet met elkaar in tegenspraak zijn, want dan wordt om onzentwil de Naam des Heeren gelasterd. Soms moeten we nog meer getuigen door ons leven dan met onze woorden. Om maar een konkreet voorbeeld te noemen: wanneer wij op ons werk even egoïstisch, even morgenziek, even materialistisch zijn ingesteld als ieder ander, dan gaat er van ons leven niets uit. Dan kan een wereldling zeggen: „Nou goed, jij gaat naar de kerk, jij bidt en dankt, maar verder ben jij net eender als ik en is er geen enkel verschil".

Priester

Het belijdenis-doen verplicht ons echter niet alleen tot het profeet-zijn, maar ook tot het priester-zijn.

Als priester hebben we in de kerk onze gaven te offeren voor de dienst des Heeren. Onder het Oude Testament moesten de Israëlieten tien procent van hun inkomen geven voor de dienst des Heeren. Onder het Nieuwe Testament heeft de Heere geen percentage genoemd maar wordt het aan onszelf overgelaten. Kan de Heere het ook aan ons overlaten? We hebben als priester de roeping naar vermogen te offeren. We moeten daarbij niet alleen onze gaven offeren, maar onszelf, met heel ons leven, met onze tijd, onze talenten, onze krachten.

Het christelijk leven behoort een altijd brandende altaarvlam te zijn. Altijd brandend in liefde voor de Heere en onze naaste.

Koning

Tot slot zullen we ook koning hebben te zijn. Tot het koning-zijn behoort onder meer het mede-regeren van de gemeente, als we geroepen worden op de ledenvergaderingen onze stem uit te brengen en mede te beslissen in allerlei zaken.

Ook hebben we koninklijk te zijn in het houden van ons eens gegeven woord, maar ook in het vergeven van elkaar.

Tot slot worden de koningen in Gods Woord ook wel genoemd „herders der volkeren". Dat betekent dat we als koning ook een herderlijke taak hebben in het toezicht houden op en vermanen van elkaar, ook van hen die zich helaas steeds meer van Gods Woord afkeren.

Nimmer mogen we de Kaïnsinstelling hebben van: „Ben ik mijns broeders hoeder? " Als koning hebben we ook in dit leven te strijden tegen de duivel, de wereld en ons eigen vlees.

Beste vrienden, dit zijn zo maar enkele aspekten van de konsekwentie van het doen van belijdenis.

Je voelt, het zal in eigen kracht nooit kunnen, dan komt er niets van terecht. Daarom, zij het onze bede;

Leer mij, o God van zaligheden, mijn leven in Uw dienst besteden. Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand, Uw goede Geest bestier' mijn schreden en leid' mij in een effen land.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1980

Daniel | 28 Pagina's

BELIJDENIS DOEN, EN DAN....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1980

Daniel | 28 Pagina's