VOOR DE JEUGD
Ik las een stukje voor de jeugd, Dat werk gaf mij de grootste vreugd, Want kinderen zijn door den Heer Gegeven Zijnen Naam ter eer, Te zingen in het hemelrijk, Die zijn getrokken uit het slijk, Van zonde-, duivel, werelddiensl, Getrokken soms op 't onvoorzienst, Door Woord en Geest in 't hart geraakt, Waardoor de zondaar wordt gestaakt, Te hollen op het hellepad, Naar satans rijk en duivels stad. Daar 't helsche vuur reeds is bereid, In eindlooze rampzaligheid, En eeuwige verdoemenis. Die blijft zoo hij geboren is. Maar die bekeerd wordt tot den Heer' En leeft op aarde tot Gods eer, Zal komen in de Heerlijkheid En storeloze zaligheid. Die Jezus hier heeft tot zijn deel, Al had hij ook op aard niet veel, Is rijk genoeg, hij heeft een schat, In Godes rijk, de hemelstad, Genade voor zijn schidd heeft hij, Om niet ontvangen, rijk en vrij, Om Christus' bloed aan 't kruis gestort, Waardoor de ziel gereinigd wordt. Wiens naam in 't boek des levens staat, Gewis die niet verloren gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1980
Daniel | 28 Pagina's