LET OP JE WOORDEN
Zet, Heer, een wacht voor mijne lippen Behoed de deuren van mijn mond Opdat ik mij tot genen stond Iets onbedachtzaams laat ontglippen . . .
Ik ben er bijna zeker van dat je deze woorden ook wel eens. mee hebt gezongen in de kerk. Wat een rijk gebed... Wat een stille eerbied tot God spreekt er uit. Maar... Heb je deze woorden al eens in verband gebracht met het derde gebod?
„Gij zult de Naam van de Heere uw God niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdellijk gebruikt".
Het is heel nuttig, ja zelfs heel NODIG om dat eens te doen!
Weet je waarom?
Maar al te gemakkelijk gaan we naar een ander staan kijken als er over het misbruiken van Gods heilige Naam gesproken wordt. Dan 1-cijken we naar de jongen of naar het meisje die we telkens zomaar Gods Naam horen zeggen, of naar hem of haar die elke keer maar weer grof vloekt.
En je hebt gelijk hoor... Het is vreselijk erg om zomaar KLAKKELOOS Gods Naam te gebruiken Dan wordt het misbruiken...
Maar dat doe je niet alleen met vloeken of met zomaar zweren of met leugens te bevestigen door een krachtterm. Nee het gaat veel verder...!
Hoe ver...?
Dat kan ik je ook niet zomaar zeggen. Maar laten we er eens over nadenken met elkaar, misschien kun je dan straks voor jezelf een konklusie trekken. Misschien ontdek je wel dat jezelf ook schuldig staat tegenover dit gebod. Dat kan heel goed hoor...
Ik heb het eens iemand horen vertellen. Hij las. een preek over dit derde gebod. Een keurige man. Nooit zou je hem horen vloeken. En toch gebeurde het; onder het lezen van de preek deed de Heere hem verstaan dat hij aan al Gods geboden schuldig stond... en ook aan dit...!
O, wat een tranen, wat een verdriet... Wat een buigen voor de Heere...
En wat een wonder als de Heere nog naar je om wil zien! Als de Heere je dan nog een plekje geeft op de aarde. Dat Hij je nog toeroept: „Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij uw hart...!"
Waar gaat het om?
Om het MISBRUIKEN van Gods Naam. Zie je het staan? MISBRUIKEN. Verkeerd - leeg ~ zomaar - zonder nadenken - achteloos - ijdel - zonder eerbied - zonder ontzag - zon-
der liefde - zonder heiliging... Gods Naam gebruiken.
Zie je waarom ik er Psalm 141 boven gezet heb...? Trek het naar jezelf!
Leg jezelf de vraag voor!
Hoe is het met mij...? Hoe ga ik met Gods Naam om?
Gods Naam; je hebt het ook geleerd op catechisatie, is GOD ZELF!
In Zijn Namen heeft God iets gelegd van Zijn Heiligheid, van Zijn Majesteit, denk bijvoorbeeld maar eens aan de Naam JEHOVAH of HEERE...
„IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL"! De verbondsgod. ..
De vrije, souvereine God.
In Zijn Namen heeft Hij iets weergegeven van Zijn macht; „HEERE DER HEIRSCHA-REN". Iets van de verterende gloed tegenover de zonde.
Waarom deed Hij dat?
Opdat wij iets zouden kennen en weten van Hemzelf.
Opdat we met heilig ontzag en diepe vreze tot Hem zouden opzien...
Maar het gaat niet alleen over de Naam van God zo in het algemeen. Evengoed om de dierbare Namen van de Middelaar.
Jezus ... ZALIGMAKER. O, proef de inhoud eens. Zaligmaker van zondaren!
Christus ... GEZALFDE ... Door Zijn Vader gezalfd tot dat Verlosserswerk!
En de Naam van God de Heilige Geest is hierbij betrokken.
Al Gods Namen. Al de Namen van heel dat Heilige Goddelijke Wezen zijn bedoeld in dit gebod. GOD ZELF IS BEDOELD.
Wat wordt verboden?
Het IJDEL gebruiken van Gods Naam. Dat is niet alleen het grove vloeken dat in onze dagen zo heel gewoon is geworden. Ook het doen van een valse eed hoort eronder Maar ook het zo makkelijk zweren!
En denk nou niet: „dat doe ik nooit..." Want o, zovelen maken er zich aan schuldig! Heb je nooit gezegd: „Zo waar als ik hier sta"?
Of terwijl het helemaal niet nodig was, toch maar zeggen: „God weet dat het waar is"? Denk er maar eens over na!
Maar nog meer valt eronder. Lees' het maar eens na in de Heidelberger Catechismus zondag 36 vraag 99 en 100.
Ook „STILZWIJGEN en TOEZIEN" zijn twee zaken die verboden worden. Stilzwijgen en toezien als iemand anders Gods Naam misbruikt.
Hoe spoedig staan we hieraan niet schuldig...!
Wat wordt geboden?
Elk gebod van Gods wet heeft in zich een VERbod en een GEbod. Ook het derde gebod. De Heere heeft ons ook iets te zeggen in gebiedende zin.
Misschien wordt juist aan deze zijde het GEbod nog meer overtreden als aan de zijde van het VERbod.
Het vloeken, het lasteren van Gods Naam, wordt immers nog heel wat afgeremd doordat we weten dat God schrikkelijk toornt tegen de lasteraars van Zijn Naam. Maar die andere kant
Met eerbied Gods Naam gebruiken
In huis, op straat, onder kerkmensen, onder onkerkelijken... Gods Naam eerbiedig gebruiken en NIET VERZWIJGEN!
Gods Naam eerbiedig gebruiken ook in Zijn dienst, in Zijn huis. Ook bij het lezen van Zijn woord.
Bij het met elkaar spreken over Zijn Woord.
Bij het spreken over Zijn knechten... Zijn inzettingen.
Dit gebod eist alleszins EERBIED voor alles wat met de dienst van God te maken heeft! Heb je daar wel eens bij stilgestaan? Dan hoort er ook bij: hoe ik in de kerk me gedraag.., , hoe op de jeugdvereniging, hoe op het zomerkamp, op de catechisatie, tegenover Gods kinderen.
En temidden van een wereld die Gods Naam niet eert. Het gebod over Gods Naam eist van ons allen een eerbiedig omgaan met alles van de Heere. Met ontzag en eerbied er mee omgaan. Als heilig eren...
Wat wordt gedreigd?
Overtreden va.n een gebod wordt altijd met straf bedreigd! Dat geldt ook voor al Gods geboden. Ook voor het gebod dat over Gods Naam gaat.
Geen zonde is er groter noch meer Gods toorn opwekkende dan de lastering van Zijn Naam.
God is liefde, hoor je vaak zeggen. En dat is waar!
Maar weet je, die liefde van God strekt zich in de eerste plaats ook uit tot de eer van Zijn Naam. Vanuit deze liefde vloeit Gods toom tegen de ontering van Zijn heilige Naam.
De toorn van God waakt over de eer van Zijn Naam.
Die toorn bewaart Zijn recht... beschermt Zijn troon.
Straft de zonde... Wreekt de belediging van Zijn Naam,
Zeer ver breidt die toorn zich uit.
Zij brandt tegen, hen die Gods Naam ijdel gebruiken.
Maar ook tegen hen die zwijgen en toezien. Tegen hen die niet helpen weren en verbieden.
Brandt tegen alle zonden die tegen dit gebod ingaan. Ook die er zijdelings tegen ingaan. Bastaardvloeken, oneerbiedigheid onder aanroepen van Gods Naam en wat er zoal mee te maken heeft.
Zij brandt tegen alle volken, op alle plaatsen en in alle tijden als Gods Naam wordt gelasterd. Ja zij brandt tegen hen in alle eeuwigheid in de hel., .!
Tenzij ...!
Ja ook bij deze zonde is er een tenzij... Tenzij de mens wederomgeboren wordt... Tenzij de mens van deze zijn weg zich bekere...!
Houd dat ook jezelf goed voor ogen!
Anders zou je misschien denken: „Nou is het voor mij eeuwig te laat..."
Maar dat is niet waar. Ook de vloeker kan bekeerd worden. Christus, Wiens Naam ook zo vaak ijdel wordt gebruikt, heeft de vloek gedragen... Hij heeft Gods toorn gestild opdat ook vloekers genade zouden vinden bij God,
Tot slot . . .
Staal geeft een andere klank als je er een klap op geeft, dan blik!
Metaal kent men aan de klank...!
Wijn aan zijn smaak., .!
Bloemen aan hun reuk...!
Bomen aan hun vrucht...!
En het hart herkent men aan Zijn Woord...!
„Heere, ga niet in het gericht, want wie zal bestaan, ..? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1980
Daniel | 28 Pagina's