NOGMAALS: BOOTVLUCHTELINGEN IN NEDERLAND
VRAAGGESPREK MET öfEVROUW WALMOUT BEGELEIDSTER VAN EEN BOOTVLUCMTELINGEN-GEZM
Al enkele malen schonken we in ons bla.d aandacht aan de bootvluchtelingen. Op een van die artikeltjes reageerde een mevrouw uit Goes en vertelde dat zij, samen met een andere vrouw, zo'n gezin begeleidde. Het betrof het Vietnamese gezin Van Nguyen. Ze schreef dat ze het fijn vond dat er in „Daniël" aandacht aan dit vluchtelingen-en opvangprobleem besteed v/erd en dat onze Gemeenten besloten hadden een evangelist, in de persoon van de heer T. Schultinlc, aan te stellen die onder deze mensen gaat arbeiden. Tevens vertelde ze het een en ander over die begeleiding. Dat was voor ons aanleiding haar te vragen ons een vraaggesprek toe te staan.
Mevrouv: > Walhout, hoe bent u eigenlijk met dat Vietnamese gezin in kontakt gekomen?
Eigenlijk per ongeluk. De gemeente Goes had drie woningen beschikbaar gesteld voor de opvang van bootvluchtelingen. Aan de Vrouwenraad van Goes werd gevraagd deze gezinnen te begeleiden. Mijn vriendin, m.evrouw Hartman, zit in deze raad en zij vertelde me, dat er vrijwilligers gezocht werden. Omdat deze Vrouwenraad het reeds druk had met o.a. de begeleiding van surinaamse gezinnen en het gaan winkelen met gehandicapten, hebben mevr. Hartman en ik ons toen beschikbaar gesteld. Met de dames van de raad en vrijwilligers is eerst het huis schoongemaakt. „Ons" gezin is een paar keer vanuit het opvangcentrum in Bennekom naar Goes overgekomen om wat inspraak te hebben over de inrichting van het huis waarvan overigens de meubels allemaal gebruikte zijn.
Hoe zit het met de taal, kunt u gewoon met ze praten?
De taal is voor ons het grootste probleem. We hebben allemaal een woordenboek gekregen. Zij een Vietnamees-Nederlands en wij een Nederlands-Vietnamees. Met dat woordenboek op onze knieën proberen we dan een gesprek te voeren. Vooral in 't begin viel dat niet mee. Nu krijgen ze natuurlijk les en gaat het al wat beter, al zijn onze zinnen nog erg krom en kort. Het lijkt wel wat op kleutertaal. Jammer was wel, dat in dat woordenboek geen medische woorden stonden.
Hoe zijn deze mensen eigenlijk in ons land terecht gekomen?
Eigenlijk zijn ze gevlucht voor het kommunisme en de onzekere situatie in Vietnam. Onlangs kregen ze een brief van hun moeder uit Vietnam. Wijzend op de rode postzegel zeiden ze: „Niet goed, kommunistisch". Altijd leefden ze in Vietnam in angst. Kommunistische soldaten vallen zo maar je huis binnen en roven alles weg wat van hun gading is. Bij 't minste of geringste wordt er geschoten. Ook een broer van Wik, zo heet de vrouw, is doodgeschoten. Zij besloten toen te vluchten. Moeder zocht al haar
goud bijeen. Vier ounce, ongeveer vier duizend gulden, moet er aan de „reisleider" betaald worden (tweederde daarvan verdwijnt in de staatskas, anders laat de kustwacht je niet door). In de zoom van de blouse kon nog wat extra goud meegenomen worden. Zo kwamen ze voor de kust van Maleisië. Dit land weigerde hen te ontvangen. De boot werd „gewoon" teruggeschoten. Zesentwintig doden vielen er daardoor aan boord. Vooral over deze gebeurtenis droomt zij nog steeds. Uiteindelijk werden ze toch toegelaten in een kamp, waar ze veel honger hebben geleden. Vaak was er niet meer dan een kopje rijst per dag. Hier werd ook hun baby geboren. Na verloop van tijd kwam er hulp. Ook werden er nu vluchtelingen uitgezocht die mochten vertrekken naar een land dat hen wilde opnemen. Omdat haar zus al in Nederland was, opgepikt door een nederlands schip, mochten zij naar Nederland toe. Per vliegtuig zijn ze toen hier gekomen en naar Bennekom gebracht. Elke vluchteling blijft hier zo'n half jaar. Daarna komen ze ergens in Nederland te wenen.
Staat u er alleen voor om deze mensen te helpen of kunt u ergens op terugvallen?
Als 't nodig is kunnen we terugvallen op een gemeentelijk sociaal werker. De gemeente Goes blijft nl. verantwoordelijk. Elke maand hebben we ook vergadering met andere „opvangers". We wisselen dan ervaringen uit. Dat is erg belangrijk. Bovendien kunnen we nog. terecht bij onze vrouwenvereniging. Bijvoorbeeld met vragen als: wie heeft er enkele slopen over of een ledikant je?
Onlangs is ook evangelist Schultmk op bezoek geweest (de redak'tie had het telefoonnummer van mevr. Walhout doorgespeeld). We zijn met hem bij alle drie gezinnen langs geweest, 'k Vond het erg fijn dat dit werk vanuit onze Gemeenten begonnen is. Anderen doen vaak zo veel, lijkt het wel en wij zo weinig. Bovendien is het erg belangrijk. Hier in Goes zijn vooral de Jehovah-getuigen aktief. Bij een gezin komen ze regelmatig over de vloer. Ook ons gezin is reeds door hen bezocht, 't Begon met een praatje en het schenken van een — aantrekkelijke — Bijbel. Ook de R. K. en de Geref. Kerk zitten niet stil.
Waaruit bestaat uw hulp?
Eigenlijk met van alles en nog wat. Vooral in 't begin hadden we het druk. Je moest met hen naar de Burgerlijke Stand, naar de Bijstand, naar de Vreemdelingenpolitie, naar de huisdokter, gaan doorlichten, naar het zuigelingenbureau. Zowel mevrouw Hartman als ik gaan zo'n twee keer per week er eventjes naar toe. Altijd zijn we welkom. We geven dan aanwijzingen en helpen een handje. Groente schoonmaken deden ze bijvoorbeeld op de grond. Slapen bleken ze met hun kleren aan gewoon boven op het bed te doen. De andere dag trokken ze dan nieuwe kleren aan. Toen hebben we thuis pyama's gecharterd. Zij maakt daar nu gebruik van, .hij niet: een ander pak aantrekken voor de nacht vond hij overbodig.
Alle financiële zaken kontroleren we voor hen: de girorekening, het loon, de uitgaven enz. Vooral van de giro* snapten ze in het begin niets. Ik heb ze wel eens gevraagd of ze dat niet erg vonden dat ik me overal mee bemoeide. „Nee, " zei ze heel gewoon, „Mama (zo noemt ze mevr. Walhout) mag alles weten".
Stuit u ook wel eens op bepaalde problemen?
Eigenlijk niet, alleen de verstandhouding met andere Vietnamezen is niet altijd best. Oude standsverschillen uit Vietnam en de ervaringen en gebeurtenissen tijdens de
vlucht toen iedereen als het ware vocht voor zichzelf om te overleven, spelen daarbij een grote rol. Verder zitten ze geestelijk ook wel eens in de put door alles wat ze meegemaakt hebben.
Hoe zit het met de godsdienst van deze mensen?
Ze zijn boeddhisten, maar Boeddha is hier wel erg ver weg. Op oudejaarsavond, voor hen 15 februari, zijn we met hen mee geweest naar Bennekom. Allerlei spelletjes werden er gedaan en veel gepraat natuurlijk. Aan 't eind. van de: avond-was er gelegenheid om in een bepaalde hoek te bidden. Toen Kien (zeg; Ki-jen), zo heet hij, bleef zitten, vroegen we waarom hij niet ging bidden. „Boeddha helpt niet", was zijn antwoord. Wel ging hij even op de foto bij een tafel met een soort wierookstokjes. Die foto werd dan naar huis gestuurd. Dan konden ze daar zien dat hij zijn godsdienstplichten trouw vervulde. Ze vragen erg veel over onze kerken. Ook over de verschillende kerken. Zij heeft les gehad van nonnen en daarom weten ze wel iets van het christendom, af. Ze vinden het bijvoorbeeld erg vreemd dat onze dominee gewoon getrouwd is en kinderen — en dan nog zo veel — heeft.
Probeert u zelf ook met hen over de Bijbel te praten?
Ja, maar dat valt niet mee. We hebben nu een Vietnamese bijbel besteld. Regelmatig vragen we hen te eten en dan lezen we speciaal uit de kinderbijbel. Als ze dan vragen stellen, probeer je dat uit te leggen. De kleine jongen weet al precies dat we bidden en danken voor en na het eten. „Amen doen", zegt hij dan.
Vorige week zijn ze ook voor het eerst mee geweest naar de kerk. Dat gaf nog wel wat problemen. Zij loopt altijd in een lange broek. Een rok of jurk vindt ze eigenlijk onzedelijk. Het heeft heel wat praten gekost ze t-och in een jurk te krijgen, om van een hoedje maar niet te spreken. (Een volgende keer nemen we ze toch maar gewoon in een lange broek mee.) Van de dienst zelf hadden ze maar weinig verstaan. Slechts enkele woorden. Wel was het ze opgevallen dat onze kerk er anders uitzag dan een rooms-katholieke. „Geen kruis", zei ze, „niet Maria". Probeer ze dat maar eens uit te leggen. Juist daarom ook vind ik het fijn dat we een eigen evangelist hebben, 'k Hoop dat zijn werk onder deze mensen tot zegen zal zijn en dat er ook in de gemeenten gebed voor deze is, want de nood van het Vietnamese volk blijft ontstellend groot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1980
Daniel | 28 Pagina's