STUDENT - ZIJN IN DEZE TIJD
Wanneer we het hehben over „Student-zijn in deze tijd", kan dat niet betekenen een beschrijving geven van de universiteit, haar instellingen en het funktioneren van de student in dat geheel. Zo iets behoort meer tot de introduktie zoals die door de universiteiten, hogescholen en afzonderlijke fakulteiten georganiseerd wordt. Wat Vv^el relevant is, is het schetsen van de achtergronden van het studeren en student-zijn.
Vele studenten bezinnen zich daar nauwelijks op. En de universiteit zelf geeft er officieel weinig aandacht aan, hoewel dat iets verbeterd is. Feit is dat in verband l: kiermee het studierendement van velen gering is. Nog belangrijker dan deze problematiek is het aangeven van de wijze waarop je in het studentenleven de eigen identiteit kunt bewaren en gestalte geven.
De veranderingen die het studeren op akademisch niveau meebrengt voor je totale leven.
Als je als lid of dooplid van onze gemeenten aan universiteit of hogeschool gaat studeren kom je in een riskante en tamelijk onoverzichtelijke situatie terecht. Dat brengt een aantal spanningsvelden met zich mee. We noemen de volgende:
Het spanningsveld tussen het kerkelijk en ouderlijk milieu aan de ene kant en de universitaire wereld aan de andere kant.
We kunnen helaas niet zeggen dat de Gereformeerde Gemeenten en de gezinnen waaruit wij voortkomen onaangetast zijn gebleven in de aanvechtingen van deze tijd. Toch is er gelukkig nog zoveel eigen identiteit overgebleven dat het gerechtvaardigd is te spreken van een spamiingsrelatie (beter: een tegenstelling) tussen kerk en gezin enerzijds en universitaire wereld anderzijds. In vijf punten is dat toe te lichten.
In zuiver religieus opzicht.
In de kring van onze gemeenten heeft het Woord van God absoluut gezag. Dat is niet zo. maar een programmapunt, nee, dat betekent een appèl op ons leven. Een appèl dat spreekt van de noodzaak van wedergeboorte, de eis tot bekering, de verkondiging van Gods genade. Dat spreekt van het leven van Gods kinderen in de ware vreze van God, die een radikale distantie inhoudt ten opzichte van alles wat de wereld te bieden heeft. Dat is een leven in afhankelijkheid van de Heere. Wat stelt de universiteit daartegenover? V7at is haar religie? Of beter: wat is de religie van degenen die de universiteit bevolken? De tijd dat bij de stichting van een universiteit een rede uitgesproken werd over de vroomheid die met wetenschap behoort verbonden te zijn (gelijk Voetius bij de stichting van de Utrechtse universiteit)
is al lang voorbij. De universiteit is een gesekulariseerde instelling. Dat betekent in religieus opzicht: verbrokkeling in een groot aantal visies, die een ding gemeen hebben: los van God en Zijn Woord. Want we moeten niet denken dat het universitaire leven niet religieus is, dat het zich bevindt in de neutrale sfeer van de objektieve wetenschap. Als student word je gekonfronteerd met een vergaarbak van religieuze (of levensbeschouwelijke) visies, variërend van die van de neopositivist tot die van de marxist.
In ethisch opzicht.
Onder ons heeft de eis van Gods geboden bindend gezag voor ons leven in de wereld. Dat brengt een bepaalde levensopvatting met zich mee waarbinnen het vrij duidelijk is wat oorbaar is en wat onoorbaar is. In het gesekulariseerde milieu van de universiteit is dat geheel anders. De zogenaamde autonome, moderne student heeft zijn eigen, zeer gevarieerde opvattingen over het zedelijk leven.
Deze bergen vaak een grote verleiding in zich. We denken aan de vrijheid die men zich permitteert op sexueel gebied, de alternatieve samenlevingsvormen en aan het druggebruik.
Aangaande dè zekerheid in ons bestaan.
Vanuit Gods Woord zijn er dingen die zeker voor ons zijn. Zoals het bestaan van God, Zijn scheppingshandelen, de verlossing in en door Christus en vele andere meer. Daartegenover kent de wetenschap het principe van de methodische twijfel. Waarheid en zekerheid zijn afhankelijk van de ratio. Bovendien is er een veelheid van meningen in allerlei opzicht. Hier botsen geloof en wetenschap.
We kennen in onze kring een tamelijk eenduidig levenspatroon.
Er is een eenheidskonceptie voor ons leven. Dat kan ook niet anders. De belijdenis van de Heere, die één is, brengt dat met, zich mee. Daartegenover staat de verscheurdheid van het moderne leven, gedompeld in grote geestelijke, kulturele en sociale vragen en krises. Hoewel onze gemeenten zich willen bewegen bezijden de heerbaan van het moderne leven, kunnen we toch niet geheel om deze dingen heen. Dat mag ook niet. Juist als studenten worden we indringend met deze vragen gekonfronteerd.
Pas na de Tweede Wereldoorlog is in onze gemeenten het verschijnsel van de student vertrouwd geworden.
Dat betekent dat onze ouders als regel geen akademische opleiding genoten hebben. Nu hun kinderen deze studie wel volgen, kan dat leiden tot een aangescherpt generatiekonflikt. We mogen van de kant van onze ouders geduld en belangstelling verwachten. Toch is het goed te beseffen dat de akademie wel wetenschap onderwijst maar geen wijsheid. Ook als student moeten we onze ouders in alles onderdanig zijn.
Hiermee is het eerste spanningsveld aangegeven. Onze kerkelijke en ouderlijke identiteit enerzijds en het leven van de universiteit anderzijds. Als het goed is, is dat voor ons een konflikt. Van nature staan we in dat konflikt aan de verkeerde kant. Alleen door genade strijden we' de goede strijd.
Een tweede spanningsveld is gegeven met de situatie van liet student-zijn als zodanig.
Het is dat spanningsveld tussen de zelfstandigheid waar we als student naar op weg zijn en onze feitelijke afhankelijkheid. Deze afhankelijkheid blijkt in materieel, sociaal en psychisch opzicht. Materieel, omdat we afhankelijk zijn van financiële steun van onze ouders of van andere instanties. Sociaal, omdat er sprake is van uitgestelde maatschappelijke erkenning. Leeftijdgenoten die al een werkkring hebben genieten deze erkenning wel. Psychisch is er de voortgezette situatie van het leerling-zijn.
Een derde' spanningsveld kan er zijn tussen de studiekeuze (met de daaraan verbonden idealen) en de werkelijkheid.
Een studie kan inhoudelijk minder interessant zijn dan we dachten, of ook wel moeilijker.
Tenslotte is er een vierde spanningsveld tussen de studie waarvoor je gekozen hebt met in het verlengde daarvan een bepaalde beroepskeuze en de mogelijkheid dat je in die sektor over een paar jaar geen werk kunt vinden.
Vooral in de laatste fase van je studie kan dat een naar probleem worden.
Gezien al het voorgaande is het student-zijn een spannende en gevaarlijke zaak. En dan te bedenken dat we student zijn om te studeren. En dat voor studeren rust en evenwichtigheid vereist zijn. Onze-studie is als gave (en voorrecht) tegelijk ook opgave. Te beseffen deze opgave nooit in eigen kracht te kunnen volbrengen, maakt afhankelijk van de Heere.
Opmerkingen betreffende stadie en levensstijl Materiële faktoren zijn belangrijk.
Tekorten op dit gebied zijn nadelig voor de studie. Zo kan financieel tekort noodzaken tot het aannemen van de status van werkstudent wat studievertraging ten gevolge kan hebben. Een grote zorg is telkens weer de huisvesting. Vele studenten beschikken niet tijdig over een kamer. Het aanbod uit de partikuliere sektor is beperkt evenals dat van studentenhuizen en - flats. Het kan zijn dat je daarom aanvankelijk met minder genoegen moet nemen dan je verwacht had. Verbetering is echter altijd mogelijk. Echter: wees op dit gebied kritisch. Ga na of een aangeboden woongelegenheid je soms verplaatst in een omgeving die principieel onaanvaardbaar is, wat nogal eens het geval is bij studentenflats. Toets de woongelegenheid ook met het oog op je studie. Voor studie is rust een vereiste.
Voor een verantwoord financieel beheer is het opstellen van een begroting een belangrijk hulpmiddel. Reserveer voldoende geld voor huisvesting, kleding, voeding en studieboeken. Denk ook aan geld dat je nodig hebt voor verdere vorming. Vorming is belangrijk. De maatschappij heeft meer behoefte aan akademisch gevormde mensen dan aan akademisch opgeleide. Lees daarom over allerlei maatschappelijke en ethische problemen. In onze kringen verschijnen de laatste jaren goede boeken over deze onderwerpen. De band met onze gemeenten kun je o.a. bewaren door je te abonneren op kerkelijke periodieken als de Saambinder en Daniël. Voorzie je ook van goede stichtende lektuur. Verdiep je eens in een oude schrijver. Streef naar een funktioneel boekenbezit en word geen verzamelaar. Gezien al deze posten is het belangrijk een evenwichtige begroting op te stellen,
Onderwijskundige faktoren
Tussen cle situatie van een leerling aan een school voor V.W.O. en die van een student bestaan belangrijke verschillen.
Het wetenschappelijk onderwijs geeft meer vrijheid en vraagt meer verantwoordelijkheidsbesef en zelfstandigheid. Dit gegeven blijft staan ook al wordt het gerelativeerd door verkorting van de studieduur en strakkere programmering. Als leerling van een middelbare school word je ergens naar toe geleid, als student bepaalt eigen initiatief veel meer de studieresultaten. Bovendien is de kennisoverdracht op de universiteit anders, n.1. minder op feiten gericht, meer op inzicht, De juiste probleemstelling en methodiek staan centraal. Je bent meer bezig met facetten van een probleem in plaats van met het probleem zelf. Deze specialisatie is iets waar je aan wennen moet. Zelfstudie is voor een student een vereiste. Het raadplegen van vaktijdschriften kan veel achtergrondinformatie opleveren.
De studiekeuze.
Uiteraard hebben we allemaal al een studie gekozen. Toch is het wellicht goed ons steeds daarop te bezinnen. Door een verkeerde keuze sneuvelen nogal wat studenten. Bij de studiekeuze is het van belang te letten op de motieven, de kapaciteiten en het totale leergedrag. Wat de motieven betreft hoede men zich voor oppervlakkigheid. Zie tot een verantwoorde motivatie te komen door je voldoende te laten informeren (o.a. tijdens de introduktiedagen van de fakulteiten). Ten aanzien van de kapaciteiten geldt dat behaalde cijfers, intelligentie en mogelijke psychologische tests niet alles zeggen. De cijfers die we behaalden, waren die het gevolg van inzicht of van „van buiten leren"? Bij capaciteiten denken we ook aan een voldoende mate van interesse, wetenschappelijke nieuwsgierigheid en aan taakbewustzijn. Bij het totaal leergedrag gaat het om zaken als de persoonlijke instelling (genoeg doorzettingsvermogen), sociale kontakten (met me de-studenten en docenten) en om de juiste studiemethodiek.
De voorwaarden voor verantwoord studeren.
We gaan nu niet meer in op de in het begin aangeduide spanningsvelden. Deze zijn te complex om daar in korte tijd een verstandig woord over te zeggen. Het is wel onze
taak met deze problemen te worstelen en er met Gods hulp een weg (dé weg) in te vinden. Het zal duidelijk zijn dat dat van het grootste belang is voor de studie.
We beperken ons nu echter tot enige opmerkingen over de studie in engere zin. We gaan er daarbij van uit dat we van Godswege de opdracht hebben onze talenten te gebruiken en de ons toegemeten tijd zo nuttig mogelijk te besteden.
Het is zaak ons op cle studie te koncentreren.
We kunnen ons niet met teveel andere dingen bezig houden. Veel studenten studeren niet echt doordat ze er veel naast doen. Vaak goede dingen maar voor de studie funest. Nu de studie, straks de praktijk. Wanneer je tijdens je studententijd een elementaire vorming in de kunst van het studeren opdoet, heb je daar later enorm veel profijt van.
Een gedisciplineerde en evenwichtige levenshouding is vereist.
Geef zowel de studie als de ontspanning plaats. Regelmatige ontspanning voorkomt overspanning. Vat je studie op als werk. Iemand op kantoor heeft ook zijn vaste tijden. Anders heb je zowel aan je studietijd als aan je vrije tijd niet veel. Je vrije tijd breng je dan door met schuldgevoelens: je had eigenlijk moeten werken.
Maak een optimaal gebruik van de studietijd.
De koncentratie op de gestelde taak kan bevorderd worden door het opstellen van een studieplan en een tijdschema. Denk daarbij aan prioriteiten en reëel beschikbare tijd. Zulke schema's beperken het aantal keuzemogelijkheden en bevorderen zo de koncentratie. Tijdens het studeren is het verstandig je af te schermen van andere interesses en sociale kontakten. Onderbreek het studeren niet om dingen te doen die net zo goed later gedaan kunnen worden. Van belang is hierbij de inrichting van de omgeving waar je studeert. Deze moet de gedachte aan studeren oproepen en niet aan allerlei andere dingen. Het studietempo kan je op peil houden door oriëntatie op het studieschema. De gemiddelde resultaten van anderen en door eventueel samen met anderen te studeren (werkgroepsysteem).
Belangrijk is een reëele en nuchtere houding.
Wees bij tegenslagen niet te snel ontmoedigd. Tentamenvrees wordt het best bestreden door een goede voorbereiding. Wees echter niet te perfektionisitisch. Probeer te leren van de tentamenresultaten. Daaruit kun je de effektiviteit van de voorbereiding en van de studiemethodiek aflezen. Wanneer je een studie niet aan kan, aarzel dan niet te stoppen. Daartoe moet je je niet te sterk identificeren met de gekozen studie. Er kan ook een andere taak voor je zijn weggelegd.
Levensbe scliouwelijke faktoren
Hieronder verstaan we in dit verband zaken die onze levensstijl betreffen en onze ontwikkeling in geestelijke zin beïnvloeden.
We hebben het kontakt met anderen nodig.
Zich isoleren kan zeer nadelig zijn. Het leidt tot vermindering van vormingskansen. Zich vormen betekent immers vaak zich spiegelen aan en zich uiteenzetten met de ander. Isolatie houdt ook vereenzaming in. Dit levert psychische schade op, zoals een onwerkelijke schatting van eigen en anderer kunnen, zelfgenoegzaamheid en verschraling van het denk-en gevoelsleven. Het maakt echter zeer veel uit bij wie we ons aansluiten. Zijn dat studenten die zich ook onder Gods Woord willen stellen? Het is een groot voorrecht als we staande op hetzelfde fundament van Schrift en belijdenis, de vele problemen die op ons afkomen kunnen bespreken. Daartoe bieden de kringen die het Deputaatschap belegt een ruime gelegenheid. Benut die dan ook. Zoek ook kontakt met de plaatselijke gemeente in de stad waar je studeert. Veel belangrijker dan het kontakt met anderen is de relatie tot dé Andere, de Heere. Wezenlijke waarde krijgt ons student-zijn pas als het gelouterd wordt door de Vreze van Zijn Heilige Naam. Als we God tot onze toevlucht hebben in onze studententijd, maakt dat alles uit. Dat schept ook het verlangen om naar Gods geboden te wandelen en de grote verleidingen van de studentenmaatschappij te vlieden of te weerstaan. Als de Heere in ons leven de grootste plaats krijgt, zal dat aan alles te merken zijn. Ook b.v. aan onze dagindeling. Het is goed om ruim tijd uit te trekken voor gebed en schriftlezing.
Het student-zijn is slechts een fase van ons leven, maar wel een zeer belangrijke
Het kan een beproeving zijn. Er zijn er die God verlaten in deze tijd. Er zijn er ook die in Gods kracht staande blijven.
Student-zijn is ook een stap naar het volwassen worden. Je kunt tot een evenwichtige persoonlijkheid uitgroeien maar ook gewond en geschonden uit de strijd komen. Je
kunt inzicht krijgen in eigen beperkingen maar ook buiten je schoenen gaan lopen van verwaandheid. Het is dan goed te bedenken dat echte wetenschap bescheiden maakt. Tenslotte: wetenschap is nog geen wijsheid. Die leert ons de ervaring van het leven. Bovenal: de wijsheid als kennis van God en Zijn wegen kan ons alleen de Heere zelf leren. Waar dat wonder plaats vindt ontstaat die schone synthese van vroomheid, wijsheid en wetenschap, welke nog steeds de maat is voor het ware student-zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1980
Daniel | 28 Pagina's