JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN ZESTIENJARIGE ZOEKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN ZESTIENJARIGE ZOEKER

5 minuten leestijd

„ In het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij de God zijns vaders Davids te zoeken". (2 Kron. 34 : 3a)

Wie is de jonge man, die in deze tekst wordt genoemd? Het is Josia, de zoon van de goddeloze koning Amon. Acht jaar oud is hij als zijn vader wordt vermoord.

Dan beklimt dit jongetje de troon van Juda. Er zal wel een ervaren regent namens hem hebben geregeerd; in de eerste tijd van dit kind-en koningschap. Acht jaar na zijn kroning, als hij zestien jaar oud; is, begint Josia. God te zoeken. Vóór die tijd' zocht hij de Heere niet! Toen zei hij, wat wij allemaal zeggen van nature: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust" (Job. 21 : 14). Maar de Heere werkt wonderen. De jonge vorst begint de levende God te zoeken. Dat is alleen het gevolg van Gods begin in zijn jonge leven. De Heere ziet in Christus naar geestelijk doden om. Hij ziet naar Zijn eeuwig welbehagen naar mensen om. Hij ontfermt zich over ouderen, die niet naar Hem vragen en jongeren die evenmin naar Hem zoeken. Hij bewijst ook aan zestienjarigen genade. Dat deed Hij toen. Dat doet Hij nog.

Ben je al zestien? Moet je het nog worden? Of schrijf je sinds kort je leeftijd met het cijfer twee vooraan? Eén ding is nodig. Voor ons allen is dé vraag. Zoek ik de Heere zoals deze Josia? Want hier is sprake van ontluikend geestelijk leven. Dit zoeken is een benaming van het zaligmakend geloof. Vergelijk 2 Kron. 11 : 6 en Ps. 24 : 6 maar eens. Wat kenmerkt zulke ware, jonge zoekers?

Ze missen God.. Alleen als je iets mist, ga je zoeken. Hce is dat gemis ontstaan?

Dat kunnen ze zelf meestal niet verklaren. De geur en de fleur van hun leven is; weggenomen. Soms van de ene dag op de andere. De Heere heeft hen hun boezemzonde voor ogen gesteld als zónde tegen een heilig en rechtvaardig God. En daarbij is het niet gebleven. Zij hebben zichzelf gezien als overtreders van al Gods geboden. Wat ze nooit werkelijk beseft hebben, wordt nu waar: e zijn God kwijt. Hem zoeken ze. Zulke zoekers vallen voor de Heere neer met de hartelijke belijdenis: U bent rechtvaardig als U nooit meer naar mij zoudt omzien. Maar ik kan U niet missen. Is er nog een weg om met U verzoend te worden. Wilt U mij die bekend maken". Zo vervult de Heere Zijn Woord in hun leven: Als het hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken" (Hosea, 5 : 15).

Ben jij zo'n zoeker? En houdt de Heere zich zo verborgen? Houdt moed. Zulke zoekers, die het alleen om Hem te doen is, laat de Heere nóóit omkomen. Die schenkt Hij onder de prediking van het Woord' wel eens een straaltje licht. Nee, zij durven zich het liefelijke aanbod van de genade, dat, uit Gods Woord tot hen komt, niet toe te eigenen. Maar die hartelijke nodiging van de Heere bewaart in de donkere nacht van schuld en verlorenheid voor wanhoop. Als zij de lokkende stem des Heeren horen, wordt d, e hoop verlevendigd en zoeken zij Hem des te meer in het bidvertrek.

Josia begint de God van zijn vader David te zoeken. De afgoden van zijn vader Amon hebben afgedaan. Het gaat hem om de levende God, Die zo rijk Zijn genade in de stamvader van zijn geslacht heeft verheerlijkt. Begeert de jonge koning de rijkdom van David of diens grondgebied? Nee, hij bedelt bij de Heere of hij de genade, reeds aan David geschonken, mag ontvangen. Elke zoeker begeert van de Heere of Hij in zijn leven wil werken, zoals Hij dat deed in vorige geslachten.

Van harte bidt hij: „Heere, bekeer mij, zoals Ge al Uw volk bekeert".

't Is nooit geheel te zeggen, wat het-is, als de Heere aan zo'n zoeker de weg der ontkoming ontsluit in de Heere Jezus Christus. Als Zijn Naam voor hun ogen geschilderd

wordt tijdens de verkondiging van het heilig Evangelie, begint hun ziel naar Hem uit te gaan met een groot verlangen. Zoals een bloem zich o; pent voor de morgenzon, zo opent zich dan het hart door de Geest van Christus voor de Zon der gerechtigheid. Hoe dierbaar wordt Hij dan in Zijn schuldcvernemend lijden en sterven. Dan geeft de Heilige Geest het geloof voeten om tot Christus te vluchten met al de noden. „Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel "

Wie zoek jij? Heb je geléérd om met Josia de Heere te zoeken? Of zoek je nog altijd en in alles jezelf? Na onze val in het paradijs kunnen en willen we niet anders. Smeek de Heere of Hij dat eindeloze cirkelen van jezelf om jezelf wil doorbreken door de kracht van Zijn Geest. Dat heeft God bij Josia gedaan. Dat wil Hij nog doen. Alle dingen zijn mogelijk bij Hem. De Heere ziet naar zestienjarigen om. Hoort des Heeren Woord: Zoekt Mij en leeft" (Amos 5 : 4).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1980

Daniel | 28 Pagina's

EEN ZESTIENJARIGE ZOEKER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1980

Daniel | 28 Pagina's