DE OUDERLING
BIJBELSTUDIE OVER 1 TIMOTMEUS 5 : 17 - 25
„Calvijn heeft de kerk de ouderling teruggegeven". Deze uitdrukking bedoelt te zeggen dat in de Reformatie de ambten van Christus weer in de gemeente hersteld zijn. In de Roomse hiërarchie was slechts plaats voor één ambt: het bisschoppelijke, verdeeld in allerlei rangen.
In dit gedeelte van de brief aan Timotheus wordt gesproken over de tweeërlei wijze waarop het ouderlingen-ambt in de gemeente wordt vervuld. Uit vers 17 wordt ons duidelijk dat er in de vroeg-christelijke kerk twee soorten ouderlingen waren n.1. sommigen die het Woord verkondigden en anderen, die bij de regering van de gemeente betrokken waren, de z.g.n. voorstanders of regeerders. Het profetisch en het koninklijk ambt van Christus, worden in de gemeente wel niet gescheiden, maar toch onderscheiden vertegenwoordigd en bediend. Nu schrijft de apostel, dat ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waard geacht worden en wel v.n.1. die arbeiden in het Woord en de leer. In vers 3 was sprake van het. eren van weduwen. Dit bleek in te houden: in hoogachting houden, respekteren, maar ook in hun onderhoud voorzien, Paulus vraagt nu voor deze ouderlingen dus geen dubbel honorarium, maar bijzondere achting terwille van hun ambt.
De gemeente moet bewaard worden bij het woord; van de apostelen en de profeten. Ook een gemeente kan niet zonder leiding. Wat is: een land zonder regering, een gezin zonder hoofd, een kerk zonder leiding? De I-Ieere roept tot de ambten, die Hij Zijn gemeente gaf, mannen die door Hem daartoe bekwaam gemaakt worden. Maar juist op hen heeft de vorst der duisternis het vaak gemunt. Want als een ambtsdrager in zonden valt, verliest hij niet alleen zelf zijn goede naam, .maar wcrdt ook het evangelie, de leer der zaligheid schade toegebracht. Daarom beveelt Paulus ze in de bijzondere voorbede en bescherming, maar ook in de verzorging van de gemeente aan.
Hij herinnert hier aan een woord uit Deut. 25 : 4: en, dorsende os zult ge niet muilbanden. Dat dier mocht vrij van het graan eten, als het de dorsslede voorttrok. Daarom is ook de ambtsdrager, die geestelijk arbeid verricht zijn loon waardig.
Geen acht geven op praatjes (vers 19 en 20)
Met dit alles houdt ook verband, dat men zo maar geen beschuldiging tegen een ambtsdrager mag aannemen. Van mensen die iets doen wordt gauw iets gezegd. Vooral van ambtsdragers. Paulus zegt hier: eem tegen een. ouderling geen beschuldiging in overweging, tenzij onder twee of drie getuigen het bewijs wordt geleverd. Dat is nog sterker uitgedrukt dan hetgeen in Deut. 19 : 15 t.a.v. een gewone aanklacht vereist wordt.
Hiermee bedoelt Paulus dus niet. dat er nooit een beschuldiging mag worden ingebracht tegen een dienaar des Woords of een ouderling. Hce waardig het ambt ook is, dat ze dragen, ze kunnen diep vallen. Ze kunnen zich misgaan en zich onbehoorlijk gedragen. Als twee of drie getuigen aanwezig zijn, kan een zaak vast komen te staan. En dan kan bestraffing niet uitblijven. Die moet plaats vinden „in tegenwoordigheid van allen". We kunnen hier denken aan andere ambtsdragers b.v. op een kerkeraadsvergadering of aan de gehele gemeente. Natuurlijk als het zover moet komen. Het kan ook soms in kleinere kring worden gekeerd. De straf moet allen doen vrezen, moet dus allen ten goede komen. Er moet dan een strengheid van tucht jegens hen uitgeoefend worden, die allen een voorbeeld is. Het zal de zwakken dienen te weerhouden van dergelijk zondig bedrijf.
Voor God en de Heere Jezus (vers 21)
Tuchtuitoefening is een heilige zaak. De Heere is er hij tegenwoordig: vers 21. Hij wil dat de rechters recht spreken. Ook van kerkelijke vergaderingen. Hij Zelf is Getuige en ook de Heere Jezus en de uitverkoren engelen. Dit dringe de ambtsdragers die over ouderlingen oordelen moeten tot heilige bezonnenheid en ernst. Timotheus dient onpartijdig te werk te gaan, zonder aanzien des persoons: zowel in het verdedigen van de ambtsdragers tegen onware beschuldigingen als in het bestraffen bij gebleken onschuld.
Wees voorzichtig (vers 22 en 23)
Paulus gaat door met zijn raadgevingen: stel niemand, zonder voldoende kennis van zijn persoon en leven, aan tot ouderling. Calvijn zegt hiervan: „Hij verbiedt hier dat Timotheus door te grote toegeeflijkheid iemand toelaat, die nog weinig beproefd is. Want er zijn er, die door de zucht naar het nieuwe zouden wensen, dat zelfs juist de meest onbekende naar voren wordt geschoven, zodra hij één of andere proeve heeft gegeven, die goedkeuring verwerft". Timotheus moet er ook voor waken geen gemeenschap te hebben met de zonden van anderen. Dwaasheid en lichtzinnigheid van anderen kunnen ons gemakkelijk meesleuren. „Bewaar uzelf rein", zegt Paulus. Besmet u niet met hun zonden, houdt u er buiten, als anderen in zonden leven. Dat zou ook kunnen gebeuren door overhaastig iemand in het ambt te zetten, die een zondig leven leidt of een ketter blijkt te zijn. En laat het door uw afkeuring ook openbaar komen, dat u zich van het kwaad distantieert.
Bij dit alles moet Timotheus niet vervallen in het kluizenaarsideaal. Hij blijkt in zijn zelfverloochening en onthouding verder te zijn gegaan, dan met de zorg voor zijn gezondheid verenigbaar was. Vandaar de raad: gebruik ook een weinig wijn: het zal zijn gezondheid ten goede komen.
In onze tijd lijkt een goede zorg, voor dei gezondheid uit een ander oogpunt aan te bevelen. Door weelde en overvloed wordt veler gezondheid aangetast. Hier zou 't woord „weinig" meer in beperkende dan in stimulerende zin nodig zijn. Ook nu dienen ambtsdragers, en zij niet alleen, dit ter harte te nemen.
Bij verkiezingen (vers 24 en 25)
Paulus wijst op de noodzakelijkheid, vóór verkiezing tot en bevestiging in het ambt goed toe te zien of leer en leven onbesproken zijn. Dat onderzoek is niet altijd gemakkelijk. Er zijn gevallen, waarin de zonde of dwaling eerst na langdurig onderzoek kunnen worden ontdekt. Soms vallen ze direkt op. Bij anderen komen ze pas later openbaar.
Zo kan het ook zijn met goede eigenschappen. Soms zijn ze vooraf bekend, soms blijken ze achteraf. Maar als het goede aanwezig is, zal het zeker voor de dag komen. Paulus maant tot voorzichtigheid, maar anderzijds mag Timotheus niet mismoedig zijn. Het gebed om de leiding van de Heilige Geest is bij kandidaatstelling en verkiezingen noodzakelijk, evenals bij het beroepingswerk. En het kan alleen maar tot heil der gemeente zijn als we ook op kerkordelijk gebied luisteren naar de Schrift.
Gespreksvragen
1. Waarom schrijft Paulus in vers 17 over „dubbele eer"? Wat houdt die eer in?
2. Lees Deut. 17 : 6 en Matth. 18 : 16. Welke algemene wet was er m.b.t. beschuldigingen tegen iemand?
3. Wanneer zullen de engelen bij de rechtspraak vertegenwoordigd zijn en wat is hun taak?
4. Waarmee wordt zoal onze gezondheid geschaad in een tijd van grotere welvaart?
5. Welke passage in het bevestigingsformulier van ouderlingen en diakenen zijn ontleend aan dit Schriftgedeelte?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1980
Daniel | 28 Pagina's