ZENDINGSWERK
Het woord „genade" is een bijbeis woord. I-Iet betekent vergeving uit vrije genade te ontvangen en het eeuwige leven, door God in Jezus Christus aangeboden aan vijandige, stervende mensen, die nergens recht op hebben. Genade is de grootste gave. Zonder genade kunnen we niet zalig worden. I-Iet aanbod van Gods gerechtigheid in Christus is de enige weg tot zaligheid!
Genade heeft veel gekost. Gods Zoon heeft het zelf betaald met Zijn eigen leven en dat voor arme en hulpeloze zondaren. Ze worden gekocht niet met goud of zilver, maar met Zijn heilig en dierbaar bloed en door Zijn onschuldig lijden en sterven. Van velen echter zien we dat ze wel een gedaante van godzaligheid hebben, maar dat zij de kracht van God missen om aan arme en bedelende zondaren de boodschap te verkondigen, dat alleen in Christus een gevallen adamskind de genade kan ontvangen die op het kruis van Golgotha werd verdiend.
Als we uit genade geleerd hebben welk een grote prijs door Christus betaald werd om zondaren te zaligen, wat zouden we dan een begeerte moeten hebben om de wereld in te gaan met het evangelie van vrije genade. Maar hoe is het in werkelijkheid? Velen geven er niet om. Velen denken: „Ben ik mijns broeders hoeder? " Maar het is en blijft een grote opdracht die God aan Zijn kerk op aarde gegeven heeft: „Gaat dan henen, onderwijst allen volken." De opdracht is groot want ze werd niet alleen gegeven aan de twaalf apostelen, maar aan allen die geleerd hebben Christus te volgen. Dat wil zeggen aan een ieder die de zaligheid van Jezus Christus verwacht.
Voordat Koning Jezus deze wereld verliet om te gaan naar heit huis Zijns Vaders, heeft Hij duidelijk aan Zijn discipelen verteld wat hun taak op deze aarde zou zijn. Een paar voorbeelden: voor de noorse zendeling Egede betekende het naar de Eskimo's te gaan, voor John Williams naar Zuid-Amerika.
Nog steeds is Koning Jezus het levende Woord en Zijn bevel luidt nog steeds: „Ga dan heen, maak discipelen uit alle volken ga naar India, China, West-Irian, Zuid-Afrika, Nigeria, Haïti." Het is Zijn goddelijk bevel: „Gaat."
Wanneer de Heere ons genade schenkt, kunnen we de zending op twee manieren helpen. In de eerste plaats door het gebed en in de tweede plaats met onze gaven.
„Broeders bid voor ons", wordt ons steeds weer gevraagd door onze zendelingen. Jezus zei: „Bid dan de Heere des oogstes dat Hij arbeiders uitstote in Zijn wijngaard". En de Bijbel zegt ook: „Het gebed van een rechtvaardige vermag veel."
Mensen over God vertellen is groot, maar eerst moeten we God over mensen vertellen. Geen enkele reformatie, reveil of zending is ooit ontstaan zonder dat er eerst om gebeden werd.
In de tweede plaats kunnen we met onze gaven helpen. Het doel hiervan moet zijn er voor te zorgen dat het zendingswerk genoeg geld heeft, zodat het werk zich kan uitbreiden. Wat is het erg als mensen gedood worden in bloedige oorlogen, maar wat is het vreselijk met het zendingswerk gesteld, als het thuisfront in gebreke blijft.
Verder lezen we ook in Gods Woord dat Gods uitverkoren volk het eerstgeboren kind offerde voor God. Denk maar aan de geschiedenis van Hanna, die Samuël, haar eerst-
geboren zoon gaf aan de Heere. Een deel van haar eigen vlees en bloed diende God in de tabernakel en richtte later Israël. Deze afzondering voor God op jeugdige leeftijd was een uitdrukking van het geloof van zijn moeder Hanna. O, dat God ons meer Hanna's mocht geven in deze tijd.. Moeders en vaders die mochten leren bidden om de bekering van hun kindei-en en de I-Ieere mochten smeken om hen in Zijn dienst te gebruiken. Ja, dat ze nuttig mochten zijn in de opbouw van Gods Koninkrijk.
Daar moeten we wat aan toevoegen: er is een grote behoefte aan zendelingen, maar ook aan getrouwe onderwijzers, aan dominees en ambtsdragers. O, dat er meer behoefte gevoeld zou worden in de harten van de ouders, dat God hun kinderen mocht gebruiken in Zijn dienst.
Maar al te vaak denken we niet aan deize zaak die onze aandacht toch zo waard is. Met een schouderophaal zeggen we soms zelfs: „Wat geeft het? "
Laten we onszelf eens afvragen: wanneer had ik voor het laatst een verlangen in mijn hart om te bidden voor het welzijn en de uitbreiding van Gods Koninkrijk?
Na Zijn opstanding heeft de Heere Jezus zes maal gesproken over de zending. Hij was bezorgd over de zaligheid van anderen en omdat Hij daar bezorgd over was, moeten ook zij die genade ontvangen hebben, bezorgd zijn over bet welzijn van hun medereiziger naar de nimmereindigende eeuwigheid. De Zaligmaker Die macht heeft op de aarde de zonde te vergeven, die zieken genas, doden opwekte, die Zijn discipelen de opdracht gaf naar de heidenen te gaan, heeft hun ook veel vrucht op hun arbeid gegeven.
Moge daarom deze boodschap ook in onze oren klinken: Gaat dan henen, onderwijst alle volken. O, mochten we de noodzaak voelen voor onszelf en voor anderen. Dan zal er een tijd aanbreken, wanneer ons leven ten einde loopt, dat Gods volk uit heel de wereld een stem uit de hemel zal horen klinken: „Over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten, ga in, in de vreugde uws Heeren."
Laten we nooit vergeten: zendingswerk is zeer noodzakelijk, maar persoonlijke bekering is ook nodig voor ons en voor onze kinderen, zal het wel zijn in die grote dag dat de Heere Jezus terugkomt op de wolken des hemels. Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1980
Daniel | 28 Pagina's