DE PREEK ZO MOEILIJK?
Zondagmorgen
De kerk loopt vol. Oude mensen, jonge mensen, kinderen zoeken hun plaatsen op en gaan zitten. Hoe zullen ze gekomen zijn?
Zouden er bij zijn met de bede in. hun hart: „Heere, mijn ziel dorst naar U in een land, dat dor en mat van droogte brandt"?
„Heere, ik zoek U, maar ik vind U niet"? „Heere, ik weet dat ik het niet waard ben, maar zou U één woord tot me willen spreken"?
Zouden er ook bij zijn in wier harten iets leeft van deze psalmregels: „Hoe vrolijk gaan de stammen op, naar Sions Godgewijde top, om God, hun Koning te eren".
Die nooit Iaat varen liet werk van Zijn handen
Dat is moeilijk te begrijpen. God, Die Zijn werk nooit zal laten liggen, Die doorgaat. Hij heeft het Zijn volk immers beloofd, dat Godsgebouw dat in de hemelen is vol te maken.
Vol te maken met zondaren die hun leven zelf niet meer in de hand kunnen houden.
Die daarom nog doorgaat met zoeken. Die daarom nog Zijn knechten uitzendt om diegenen, die de Vader Hem geeft, te dwingen om in te komen. „Gaat uit in de wegen en heggen, en dwing ze!"
Hij dwingt door Zijn Woord en Geest
Als we met elkaar willen nadenken over het moeilijk zijn van de preek, moeten we dit wel altijd voor ogen houden, dat de Heere werkt door Zijn Woord en door Zijn Geest.
Geloven en gelovend begrijpen zijn geen zaken van het verstand alleen. Het gaat veel dieper. Het is een zaak van het hart.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat verstandelijke kennis overbodig is. In Gods Woord kunnen we steeds lezen dat de kinderen onderwezen moeten worden. Dat aan hen. de woorden en daden Gods bekend gemaakt moeten worden.
Het zal zeker zo geweest zijn dat dat op kinderlijke manier gebeurde. Hoewel het dan nog voor bijvoorbeeld Izak, terwijl hij met zijn vader Abraham op weg is naar de offerplaats, geen begrijpelijk antwoord zal geweest zijn: „De Heere zal Zichzelf een brandoffer voorzien, mijn zoon."
Dat onderwijs gaat door bij het ouder worden. Dan kan het weer in andere woorden. Maar steeds met het gebed: „Zend Heere Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden. Werk met Uw Heilige Geest in mijn leven opdat ik Uw woord versta."
Als we dan weten mogen dat ons niet begrijpen voortkomt uit onze zondeval en als dat pijn gaat doen, dan zou het een wonder kunnen worden dat de Heere nog onderwijzen wil.
Door de prediking van Zijn Woord
De Heere leert door Zijn Woord.
Wat een grote genade is het onder de verkondiging van dat Woord, hoe gebrekvol soms misschien, te mogen nederzitten.
Is ons dat eigenlijk nog wel een wonder? Zien we dat wel als genade?
Het is nog genadetijd!
De Heere zegt daarin: „Zie Ik sta aan de deur en Ik klop!"
Op die prediking komt vaak veel kritiek. Erg veel kritiek.
Het is te zwaar! Het is niet te begrijpen! Het is saai! Allemaal oude termen! Alleen voor oude mensen! Die dominee heeft geen woord voor de onbekeerd en en vul maar aan.
In feite is dat niets anders dan kritiek op de Heere. Een afschuiven van onze eigen verantwoordelijkheid. Of we weten het allemaal zo goed.
Dan hoor je opmerkingen zoals - Het gaat bij die of die dominee wel erg gemakkelijk - en - daar kan ook alles er mee door - en - ik kan me toch zelf niet bekeren.
Maar noch het een, noch het ander is de juiste instelling om naar de Heere te luisteren. Ik denk zelfs als we zo naar de kerk gaan, dat we niet willen luisteren.
Vanzelfsprekend is elke predikant anders. Maar het Woord is onveranderlijk! De manier van preken kan verschillend zijn, maar de inhoud behoort dezelfdete zijn, want er is maar één Naam onder de hemel gegeven, waardoor we moeten (en ook alleen maar kunnen) zalig worden, namelijk de Naam van Jezus.
Het Woord wordt gebracht aan ouderen en jongeren, aan eenvoudigen en meer ontwikkelden, aan bekeerden en onbekeerden. Daarmee zullen de predikers rekening (moeten) houden.
Maar het is voor de ene groep niet een ander Woord dan voor de andere groep. „Wij als hoorders moeten er van doordrongen zijn dat we in de prediking niet alleen met een mens, met een dominee, met een kerkedienaar te doen hebben, maar met God Zelf, en dit moet ieder die een oor heeft, dringen tot horen, tot gehoorzamen, tot amen zeggen op het Woord Gods, want naar ditzelfde Evangelie zal de hemelse Rechter eenmaal oordelen."'-')
Het is ook geen lichte opgave om als mens, als een zondig mens de woorden Gods te verklaren. Laten we daar niet gemakkelijk over denken.
Niet ieder heeft gelijke gaven ontvangen. Uit eigen ervaring weet. ik hoe moeilijk het kan zijn zodanige woorden te kiezen dat je naar menselijke maatstaven gerekend, de ander bereiken kunt. Toch zullen alle dienaren des Woords dat Woord zodanig (moeten) brengen dat alle-hoorders bereikt worden.
We moeten echter niet verlangen naar een prediking waar het Woord horizontalistisch wordt gebracht. Natuurlijk kunnen er terzijde zaken genoemd worden, situaties waarin we verkeren, die met ons aardse, normale leven verband houden. Maar dat mag nooit overheersen.
Overheersen moet de aanzegging dat wij dood zijn in zonden en misdaden, maar dat er redding en reiniging te vinden is in het bloed van de Heere Jezus Christus.
Jongens en meisjes, de Fontein tegen de zonde en tegen de onreinheid is nóg geopend.
Eenvoudig
Nu is mijn persoonlijke mening dat het Woord des Heeren niet. eenvoudig genoeg gebracht kan worden. Met de meest eenvoudige mensen moet rekening gehouden worden, met de kleinsten, met de jongsten.
Jullie hebben misschien wel eens gehoord van die dominee, die thuisgekomen, na elke preek aan z'n vrouw vroeg hoe het - geweest was. En steeds zei z'n vrouw: „Nog eenvoudiger, nog eenvoudiger, nog lager afdalen, de geringste moet er bij kunnen."
Hoe laag wilde de Heere Jezus niet afdalen in Zijn nederige geboorte. Neergelegd wilde Hij worden in een voerbak, in een beestenstal,
De bekende engelse prediker C. H. Spurgeo-n gaf zijn studenten eens dit advies: „Een verstandig prediker moet
het noodzakelijk achten de aandacht van zijn gehele gehoor te trekken, van de oudste tot de jongste. We behoren zelfs de kinderen niet onoplettend te maken. „Hen onoplettend maken? " zegt ge, „wie doet dat? " Ik zeg dat de meeste predikanten dat doen en wanneer de kinderen in een samenkomst niet rustig zijn, is dat dikwijls evengoed onze schuld als de hunne. Kunt ge voor de kleinen niet een verhaaltje of gelijkenis inlassen? Kunt ge die jongen op de galerij en het meisje beneden, die wat beweeglijk werden niet eens aankijken en met een glimlach tot de orde roepen?
Het is nodig dat alle ogen op ons gevestigd zijn en alle oren voor ons open zijn." 2 )
Tot besluit
Enige tijd geleden woonde ik een kerkdienst bij ter gelegenheid van de huwelijksbevestiging van een van mijn medewerksters.
De „preek" was goed te begrijpen, maar na de dienst vroeg ik mezelf af wat die dominee nu eigenlijk gezegd had, wat. hij het jonge paar had meegegeven op de huwelijksweg. Mij komt het oordeel niet toe, maar het was helaas bitter weinig, nog anders gezegd, het was niets.
Het gevaar is mijns inziens levensgroot aanwezig dat een begrijpelijke preek gemakkelijk afzakt naar een preek zonder essentie, zonder dè essentie: Jezus Christus en Die gekruist.
Nogmaals, wel eenvoudig, maar voluit schriftuurlijk.
Want let er eens op als iemand door de Heere wordt aangeraakt. Gaat hij of zij dan niet naar het Woord des Heeren spreken.
Misschien zijn er onder jullie die dit artikel lezen, die vinden dat er iets anders over dit onderwerp geschreven had moeten worden.
Toch, herlees het nog eens, daarbij bedenkend wat Calvijn schreef:
„Het open en uiterlijk betoog van Gods Woord moest ruimschoots genoeg zijn om geloof te wekken, indien niet onze blindheid en hardnekkigheid het verhinderde. Maar daar ons verstand geneigd is tot ij delheid, kan het Gods waarheid nooit aanhangen en daar het stomp is, is het altijd blind voor Zijn licht.
Daarom, zonder de verlichting des Heiligen Geestes, wordt er door het Woord niets gewerkt. Daaruit blijkt ook dat het geloof het menselijk inzicht ver overtreft." 3 )
Die Heilige Geest en het Woord maakten zelfs dorre doodsbeenderen levend! (Ez. 37).
Als Gods Geest ons aanraakt zullen we léven!
Doe bij Uw knecht weldadigheid, o Heer,
Opdat ik leev', Uw woorden moog' bewaren, En dat Uw Geest mij ware wijsheid leer', Mijn oog verlicht', de nevels op doe klaren; Dat mijne ziel de wondren zie en eer', Die in Uw wet alom zich openbaren.
¹) Dr. K. Dijk: De dienst der prediking
²) Ds. C. H. Spurgeon:
Pastorale adviezen I
³) Joh. Calvijn: Institutie III, II, 33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1980
Daniel | 28 Pagina's