OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST
De zomermaand heeft zijn intrede gedaan. Alles staat in volle pracht. „De winter is voorbij, de bloemen worden gezien in het landi, de zangtijd genaakt". Heeft u het gezien en gehoord?
Als het raam van uw ziekenkamer openstaat ruikt u de bloemengeur en hoort u de vogels kwinkeleren. Ze zingen elk op zijn wijs Gods lof.
Het zaad dat in de opgeploegde aarde was gestrooid, vertoont ons. nu haar prachtige kleur enschakering, om als de Heere het geeft op te wassen tot de oogsttijd.
Toch is er nog een andere oogst die ook staat te rijpen, want als de Heere Jezus bij de Jacobsbron de eersteling van Sichars oogst heeft ontmoet en ontdekt, zegt Hij tot Zijn discipelen: „Het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst. Z.iet Ik zeg u, heft uw ogen op en aanschouwt de landen, want ze zijn reeds wit om te oogsten." En welk een rijke oogst was daar in het samaritaanse land. Velen geloofden het Woord van Christus, de Zaligmaker der wereld.
Men zag welhaast een grote schaar met klanken van de blijdste maar vervullen berg en velden.
Wat een beschamende les; geeft ons de Heere des oogstes, als Hij achter ons aandringt en zegt: „Bidt dan de Heere des oogstes dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote".
Mag u zoals Daniël open gebedsvensters hebben tegen Jeruzalem aan?
Zo'n stille opperzaal waar u evenals Daniël biddend en pleitend deze nood de Heere mag voorleggen.
„O Heere, hoor, o Heere vergeef, o-Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, want Uw stad en Uw volk zijn naar Uw Naam genoemd. Wij werpen onze smekingen niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, want die zijn groot."
Is het in uw gebedsleven zoals bij de moeder en grootmoeder van Timotheüs. Dat aanhouden bij de God des Verbonds of Hij Zijn rijke genade wil schenken in de harten van uw kinderen en kleinkinderen tot eer van Zijn Naam.
Misschien zegt u: „De Heere heeft ons de kinderzegen onthouden, ons gebed om die zegen is niet verhoord, zoals Hij dat bij Hanna en Elizabeth deed. Mogen dan de kinderen van de gemeente uw kinderen zijn? Om. ze in de stilte van uw bidvertrek mee op te dragen tot voor Gods troon, of Hij Zijn belofte waar wil maken dat het zaad Hem zal dienen, zodat ze zullen aankomen door Goddelijk licht geleid.
Of moet u zeggen: „Mijn levensleed is zo groot, dat ik soms voor mijn eigen nood niet bidden kan." Mag u dan wel eens stamelen: „Leer mij arme dwaas hoe ik bidden moet"?
Dan kan het wel eens zijn, als bet u aan woorden ontbreekt, „de Heere uit 's hemelskoren, uw stem wil horen".
Wat een wonderen doet Hij vaak op het gebed. Op uw noodgeschrei deed Ik grote wonderen. Er bleef dan alleen maar aanbidding over. Maar wat is er vaak een stille smart, als de Heere ons gebed niet verhoort. Wat een bloedende wonden als Hij het liefste op deze aarde van ons wegneemt.
Hoe moeilijk om te bidden: „Uw wil geschiede, Uw wil alleen". Ook als het kruis van eenzaamheid, ziekte of pijn ons drukt, als de wateren van tegenspoed over ons heen gaan. Om dan in het vuur van de beproeving te mogen smeken: „Maak ons in tegenspoeden stil, hoor ons o God, oim Jezus' wil".
Hoe smartelijk is onze handicap, die ons aan stoel of bed verbindt, als zorgende handen van anderen ons moeten helpen en we evenals de 38-jarige kranke in Bethesda's zalen moeten verblijven.
Maar wie zal peilen onze diepste nood: in zonde ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns?
Beag u uit deze zielenood de tollenaarsbede kennen: „O God. wees mij zondaar genadig". Om dan met de zondares Zijn voeten met uw tranen nat te maken en te mogen
ejvaren: Hij schenkt uit goedheid zonder peil ons 't eeuwig zalig leven. Hij kan, en wil, en zal in nood, 5, , - .. Zelfs bij het naad'ren van de dood, Volkomen uitkomst geven.
Deze plaats wensen we toe aan mevr. Van Kranenburg, d' Amandelhof, Fluiterlaan 50, *2'903 RL Capelle aan de IJssel.
"Nü u aan de avond van uw leven bent gekomen, mevr. Van Kranenburg en de amandelboom naar het Predikerboek voor u bloeien mag, geve de Heere u, ook in uw gebed •die lage plaats aan Zijn voeten, waar de tollenaar en ook de zondares gezaligd werden. We vervolgen onze ziekenreis naar Baarn om mevr. A. v. d. Bosch-Treur te bezoeken. David mocht zeggen: „Mijn ogen zijn geduirg op de Heere". Wat kan dat sterkte geven mevr. v. d. Bosch in stille nachten, als we onze lichaams-en zielenood biddend aan Hem mogen voorleggen, want Hij laat geen bidder staan. Het adres van mevr. v. d. Bbsch is Pinksterbloemhof 11, 3742 ES Baarn.
'Voor het eerst gaan we op bezoek in Noord-Holland, waar twee leden van de Enkhuizër vereniging ziek zijn. Het zijn mevr. Gorter, Lange Tuinstraat 13, 1601 EE Enk-Mrizen en mevr. Krul, Goudsbloemstraat 3, 1602 XM Enkhuizen,
Be psalmdichter, mevr. Gorter, riep in zijn angst en vrezen tot God het Opperwezen. En Hij is nog Dezelfde, Die in alle zorgen uitkomst geven kan. Als u niet meer naar de vrouwenvereniging kan gaan is Hij het Die door gesloten deuren binnen komt en zegt: „Ik ben uw heil alleen".
Bij het ouder worden, mag ook u, mevr. Krul, misschien gewagen, hoe goed de Heere - was in vroeger dagen. Hij geve u te mogen ervaren:
De Heere, de God van Jacobs zaad Is ons een Burcht, een Toeverlaat.
Ons hoofdbestuurslid mevr. Hofman-v. d. Spek heeft een kleinzoontje dat in mei 1 jaar geworden is, terwijl hij al 3 keer geopereerd is aan zijn heup en voorlopig nog lang ïri het gips moet blijven. Laten we' ook hem een kaart sturen, hopend dat de Heere "genezing schenken wil, in het geloof dat Hij machtig is. Ja, zelfs de jonge raven hoort als ze tot Hem roepen. Het adres is:
Aart Harteveld, Fahrenheitstraat 680, 2561 DM 's-Gravenhage.
Overgeet toch onze zieken niet om ze te verrassen met post? Stuurt u als vereniging ook een kaart? Mocht u het vorige keer vergeten zijn, dan kan het alsnog. Onze vele - fe: é ja arden en zieken zien er zo naar uit. Soms kan het zijn dat „Van harte beterschap" moeilijk te verwerken valt en veel stille tranen geeft. Maar hoe goed kan ziekenbezoek via de post zijn door middel van een kaart of brief met een bemoediging, uit Gods Woord, want Hij geeft de moeden kracht en dien die geen krachten heeft.
Toen Guido de Brés op de drempel der eeuwigheid ons de Nederlandse Geloofsbelijdenis naliet, sprak daaruit een biddend en worstelend maar ook een uitziend leven. Een uitzien naar de dag der verlossing! Verwachtende die dag met groot verlangen, om tenvolle te genieten de belofte Gods in Christus Jezus onze Heere.
Ik reis naar Hem, die mij bemint In Wie mijn ziel haar sterkte vindt. , , 'r; Hoe d' aardse stormen woeden, Hoe donker 't zij, Zijn glansrijk licht Straalt van Zijn vriend'lijk aangezicht. „, Dat licht zal mij behoeden.
(Petrus Immens)
Mag u ook dat Bruidsverlangen kennen, dat biddend geboren wordt? „En de Geest en 4%.Bruid zeggen: Kom, en die het hoort zegge: Kom"
Mag de laatste bede uit het boek der Openbaring ook uw gebed zijn?
Ja, kom, Heere Jezus!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1980
Daniel | 28 Pagina's