JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WANNEER BID JIJ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WANNEER BID JIJ?

7 minuten leestijd

Als kind heb je zeker wel eens voor een etalage gestaan, waarin het allermooiste speelgoed uitgestald stond. Je drukte je neus plat tegen de etalageruit en je dacht: nu moest er eens iemand naast me komen staan die zomaar zei: „Zeg nu meer eens wat je hebben wilt en je krijgt het". Een droom die meestal niet uitkomt. Bij de jonge koning Salomo-, aan het begin van zijn regeringsperiode was dit niet alleen een droom, maar werkelijkheid (Lees maar in 1 Kon. 3). Hij was zijn taak begonnen met bidstond en offerdienst op de hoogte van Gibeon. Doe jij dat ook? Begin jij je nieuwe taak of je nieuwe kursusjaar ook met gebed? God komt in een droom tot Salomo en zet hem voor de uitstalling van al zijn heerlijke gaven. En God zeide: „Begeer wat Ik u geven zal". Salomo is een oosters vorst. Als er nu iets was dat zulke vorsten begeerden, dit als nummer één op hun verlanglijst stond, dan was dat: rijkdom, veel vrouwen, lang leven en vernietiging van alle vijandige buurstaten.

Daarom is de bede van Salomo zeer opvallend. Hij begeert niets van al dat genoemde. „Geef Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten" (vers 9 a).

Salomo motiveert deze keus ook. Hij is jong, onervaren. Hij noemt zich letterlijk in ons spraakgebruik een kleine jongen. Hij belijdt ootmoedig dat hij onbekwaam is voor deze grote opdracht, Gods volk te leiden. Hij voelt de grote verantwoordelijkheid tegenover God en Zijn volk. Deze verantwoordelijkheid hebben wij allen in de kring en de wereld waarin wij leven. In onze samenleving klinkt het haast absurd clat een vergadering zou beginnen met een bidstond. Men laat zich in onze samenleving op velerlei wijze voorlichten, maar men vergeet dat alle wijsheid van God moet komen. Wanneer bidden wij? Alleen voor de maaltijd en voor het slapen gaan?

Wij hadden in ons bedrijf, in de veertiger jaren een jonge timmerman in dienst, die opviel door zijn nauwgezetheid en ijver. Hij kreeg soms een zeer verantwoordelijke opdracht. Dikwijls zagen wij hem, gebogen over de tekeningen van een kerkgebouw of een school aan de Heere vragen om wijsheid. Hij had in alles de Heere nodig. Het bedrijf dat zulke mensen in dienst heeft is niet slecht af. Wanneer bid jij?

Waar bidden we om?

De kern van Salomo's gebed is: e vraag om die gaven waarmee hij zoveel mogelijk zou kunnen betekenen voor God en Zijn volk. Dus voor de Heere en de naaste. Het gaat niet om de grootheid van zijn eigen, troon, maar om de eer van God en het heil van de naaste. Waar bidden wij om? Ons bidden kan voor procenten, soms tot honderd toe, op onszelf gericht zijn. Dan bedoelen wij alleen het heil van onszelf. Zo'n gebed mist alle kans op verhoring. Daar staan voorbeelden van in de Bijbel. „Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt" (Jakobus 4 : 3). Dit bidden is geheel op de mens zelf gericht. Ik denk ook aan het gebed van Hanna (1 Sam. 1 : 11). Zij vroeg om een zoon, maar beloofde hem geheel de Heere, de God van Israël te wijden. Er was geen profeet meer in Israël. Het volk leefde zo ver van de Heere af. Dit was het motief van Hanna's gebed. En dit gebed was ook tot eer van God en tot heil van het volk. En God de Heere gaf de profeet Samuël tot zegen van het volk. Lees ook de lofzang van Iianna (hoofdstuk 2). Daarin klinkt het motief van haar gebed duidelijk door. De eer van God en het heil van de naaste. Leg naast de lofzang van Hanna ook de lofzang van Maria (Lukas 1 : 46 - 56). Dan zul je zien waar het Woord van God heenwijst.

Wat IS bidden?

Zich richten tot de Allerhoogste Instantie: de Drieënige God, met heel ons bestaan. Zonder bijbedoelingen, zonder omhaal van woorden. Bidden is niet

alleen in de eerste plaats „om iets vragen", maar zich aan Gods heilige wil onderwerpen. Lees Zondag 45 t.e.m. 52 van de H.C. Vooral Zondag 49 geeft de ware gebedshouding aan: „Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verzaken (verloochenen). En Uw wil. die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn. Opdat alzo een iegelijk zijn ambt en beroep zo gewillig en getrouw moge bedienen en uitvoeren als de engelen in de hemel doen."

Wat zullen wij aan de Heere vragen? Weten wij wel wat goed voor ons is? Weten wij wel wat we nodig hebben? Wij zijn in ons bidden soms willekeurig, ruw en te egocentrisch. De apostel Paulus schrijft aan de Romeinen (hoofdstuk 8 : 26): Wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort."

Hij spreekt van de ganse schepping (kosmos) die in barensnood is (vers 22). En: wij weten niet wat wij bidden zullen. Tussen deze twee polen worden wij geslingerd.

Ik denk aan mijn oude vriend die reeds is overleden. Hij was 94 jaar toen ik als jonge man een gesprek met hem had over bidden. Deze oude vriend was op z'n 40-ste jaar door de Heere uit de wereld der zonde getrokken. Hij kon op boeiende wijze vertellen wat de: Heere aan zijn ziel had verheerlijkt, maar gaf ook een getuigenis in zijn omgeving. De wereldse mensen hadden respekt voor hem. Hij sprak met klem en overtuiging. Hij wees de mensen op het naderend oordeel, maar ook op de weg van ontkoming in de Heere Jezus Christus. Maar als hem. werd gevraagd: „Arie, wil je eens voor ons bidden? " Dan zei hij: „Bidden, neen dat kan ik niet. Ik zeg altijd maar iets tegen de Heere." En als Arie dat dan deed, dan zei hij tot slot: „Heere, ik zal wel weer veel verkeerde dingen van U gevraagd hebben, maar zou U dit gekras met Uw voorbede willen bedekken, met de wierook van Uw verdienste? "

Paulus spreekt dan ook namens de gehele Kerk des Heeren als hij zegt: „Maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen." De Geest zet het werk van de Heere Jezus voort. Hij is de tolk van de nood van de ziel. Hij wekt het ware heimwee, het zuivere verlangen in het hart van Zijn Kerk naar de volmaaktheid. Dan gaat het in de eerste plaats niet om „de gave van het gebed", maar om „de genade van het gebed".

Helpt bidden ?

Dit is de vraag van veel mensen. De vraag is: wat verstaat men onder helpen? Mischien bedoelt men met bidden: de Heere een verlanglijstje voorleggen en met het bidden dichter bij de vervulling van onze droomwensen komen.

Het staat immers helemaal niet vast dat de verhoring van ons bidden ons werkelijk „helpen" zou. Het kan in bepaalde gevallen zo zijn, dat je door „niet verhoord" te worden, het best geholpen zou zijn (lees 2 Kor. 12 : 1 - 10). Niet verhoord was Paulus tot heil. Toch houdt de Schrift vol dat de Heere een Hoorder is van het gebed. Ik denk aan de bejaarde vrouw die ik wel eens bezoek. Zij was eens zo terneergedrukt in haar geestelijk leven dat ze aan de Heere vroeg: Heere laat mij nog eens zien dat U van mij afweet."

Een goede bede. Maar hoe werd dit gebed verhoord? Op een avond stopte een auto voor haar deur. Ze woont vrij eenzaam en krijgt zelden bezoek. Enkele donkeruitziende mannen drongen haar huisje binnen. Ruw werd zij opzij geduwd. Al haar kasten en kastjes werden doorzocht. De vrouw stond bevend bij de aanrecht. „O Heere, bewaar mij, ik ben geheel machteloos. Wilt U er voor zorgen dat ze mijn geld niet vinden. U alleen bent de Machtige."

De inbrekers schoven zelfs het potje waarin haar geld was opzij en vergaten er in te kijken. Inmiddels had een jonge vrouw die aan het begin van de weg woonde en die de zaak niet vertrouwde de politie gewaarschuwd. De kerels werden net op tijd ingerekend. „Heere", bad deze vrouw, „laat mij nog eens zien dat U van mij afweet." En dat heeft de Heere verhoord, maar anders dan zij bedoeld had. „Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE" (Jes. 55 : 8).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1980

Daniel | 28 Pagina's

WANNEER BID JIJ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1980

Daniel | 28 Pagina's