LEID ONS NIET IN VERZOEKING ...
Bom, bom, bom. I-Iidde Caljé schokt op, buigt zich diep over het stuur en trapt snel de pedalen in. Zes uur al! Wat zal moeder kwaad zijn! Nou ja, wat interesseert het hem ook. D'r is toch niks meer aan thuis de laatste tijd. En zeker niet nu vader in het ziekenhuis ligt. Meteen komt hij omhoog uit zijn gebukte houding en laat de fiets op eigen kracht verder gaan. Als de tweewieler bijna stilstaat trapt hij lusteloos verder. Wat maken die paar minuten ook uit. Hij is toch te laat.
Thuisgekomen, ziet hij bij het openduwen van het tuinhekje moeders bezorgde gezicht voor het raam. Met een onverschillig gebaar steekt hij zijn hand op en bij binnenkomst zegt hij stug: „Hoj". Ziet met één oogopslag dat moeder en de zusjes al gegeten hebben. Een hoekje van de tafel is voor hem gedekt. Moeder vraagt niets, zegt alleen: „De buurvrouw komt Wieke en Janneke straks naar bed 1 brengen. Ik ga naar papa". Hidde knikt, bijt op zijn lip. Waarom doet moeder zo? Waarom vraagt ze niet waarom hij zo laat is? Waarom valt ze niet kwaad uit?
Dan zou hij z'n antwoord wel klaar hebben. In plaats daarvan alleen de mededeling dat ze naar vader gaat.
Half verscholen achter het gordijn kijkt hij haar na. Balt zijn handen tot vuisten. Vader! Het schreeuwt in zijn hart. Al enkele weken was vader niet in orde. Iiad soms veel pijn. Hij ging er slecht uitzien, werd mager. Toen moeder gisteravond tijdens een nieuwe pijnaanval de dokter belde, oordeelde deze het beter dat vader opgenomen werd in het ziekenhuis. En zo stond nog onverwacht, de ziekenauto-voor de deur. Vader was na een pijnstillende injektie half bewusteloos, merkte weinig van wat er met hem gebeurde. Moeder ging mee naar het ziekenhuis. Haar ogen vol zorg en angst, Hidde bleef ontredderd achter.
Vanochtend heeft Hidde het verhaal aan zijn vriend Piet van Koeveringe verteld. Piet, sinds enkele weken een nieuweling in de klas, was meteen Hiddes vriend. Hidde heeft thuis wel verteld over de nieuwe vriendschap, maar heeft Piet nog niet meegenomen naar hu-is. Wat weerhoudt hem daarvan? Begrijpt hij dat zijn ouders Piet niet zullen mogen? Vaders ziekte, het. excuus om z'n nieuwe vriend nog niet mee te nemen naar huis, werd aanvaard. Zowel door Piet als door Hiddes ouders. Toch voelt Hidde zich niet helemaal rustig. Waarom neemt hij Piet niet mee? 't Is waar, Piet kijkt je nooit open en eerlijk aan. Maar verder is 't een joviale vent.
Heeft altijd geld op zak. Hidde voelt het; als een eer dat Piet hem tot zijn beste vriend rekent. Hidde komt wel bij Piet thuis. Piet heeft op zijn kamer een dure stereoinstallatie waar Hidde met jaloerse ogen naar kijkt. Bovendien een verzameling platen om u tegen te zeggen. En wat voor platen! Wat ongelovig heeft Hidde de eerste keer gevraagd: „Mag je zulke platen van je ouders hebben? " Piet had grijnslachend zijn schouders opgehaald. „Denk je dat ze ooit kijken wat voor platen en boeken ik op m'n kamer heb? Ze zijn allang blij dat ik zondags meega naar de kerk als een braaf jongetje. Nou ja en voor wat hoort, wat hé". I-Iidde voelde zich na die woorden onrustig.
Maar hij voelde zich kwaad en beledigd toen Piet hem vanmorgen na de mededeling dat zijn vader in 't ziekenhuis opgenomen was, zei: „Nou, da's fijn. Heb jij de vrije hand. Je vader is toch nogal streng? "
Hij was kwaad en beledigd ja, maar niet alleen op Piet, óók op zichzelf. Want hij moest eerlijk bekennen dat de-woorden door Piet uitgesproken, ook door zijn gedachten waren gegaan. Vrij zijn! Hoe kan dat toch! Angst om z'n vader en tevens een gevoel van opluchting. En dat laatste was vooral om omdat hij nu niet meer hoeft te luisteren naar vaders gebed. — Heere, bewaar ons voor de zonden en verleidingen. Bekeer ons tot U —. Bij die woorden voelde hij zich, vooral de laatste weken, schuldig. Omdat hij wist, diep in zijn hart, dat hij op de verkeerde weg was. Met de tram mee zonder een kaartje te kopen. Met een groep jongens over straat slenteren en vreselijk veel lol hebben om schuine bakken. Het luisteren naar de platen bij Piet thuis. En toch... het trok, trok als een magneet, steeds sterker. En in zijn zak !
De zusjes trekken hem aan zijn arm, „Hidde, doe je een spelletje met ons? " Hij is blij als de buurvrouw komt. „Ik ga naar boven hoor, m'n huiswerk maken".
Ze knikt. „Vind je 't niet ongezellig zo-alleen? " „Welnee, ik heb voorlopig m'n werk wel". Maar van huiswerk maken komt niet veel! Boeken en schriften haalt hij uit zijn tas, legt ze op z'n bureau, maar dan haalt hij uit zijn zak een wat verfrommeld blaadje en vergeet alles om zich heen.
Hij schokt op als hij beneden een deur hoort. Moeder! Wat schichtig kijkt hij haar aan, als ze binnenkomt met een kop koffie en een glas fris. „Hoe was 't met vader? " Een korte vraag, waarin toch de spanning doorklinkt. Moeder vertelt. De eerste onderzoeken zijn niet onbevredigend verlopen. Daarna valt de stilte. Hidde doet alsof hij moeders onderzoekende blik niet opmerkt. Als ze weer naar beneden gaat, slaakt hij een zucht van verlichting. Het praathalfuurtje, de laatste jaren gewoonte geworden als vader 's avonds naar de zang was of andere verplichtingen had, is altijd fijn geweest. De laatste weken is het erbij ingeschoten omdat vader ziek was. Gelukkig, maar!
Want nu kon hij moeder de deur wel uitkijken! En zeker na vanavond kan hij moeder niet meer recht in de ogen kijken. Hij hoort nog Piets smalende woorden die middag toen hij hem dat schuine blaadje in z'n handen stopte: „Durf je niet? Die meiden zijn niet echt hoor! Ze staan alleen maar op papier". En terwijl tot groot plezier van Piet een vlammend rood hem uitsloeg, had hij met een onbeheerste beweging het blaadje uit Piets hand gegrist. Daarna had hij doelloos door de stad gefietst. Om dat vuile blaadje dat hij verfoeide én begeerde!
Tot de klok van zes uur hem naar huis riep.
De volgende dag vraagt Piet: „Ga je vanavond mee naar de Dark Lights? Je ouwe is er toch niet". Hidde schrikt. „Dark Lights. Dat staat slecht bekend man!" Piet snuift: „Nou en... Doe niet zo kleinzielig. We gaan alleen een plaatje draaien en een biertje drinken en verder niks. Mag dat soms niet? " En zonder antwoord af te wachten: „Half acht bij mij thuis vanavond". Hidde mompelt iets dat lijkt op: „Zal nog wel zien", en haast zich naar huis. Half acht. 't Kan! Moeder is dan naar 't ziekenhuis en tegen de buurvrouw zegt hij wel dat hij naar z'n vriend gaat. Wat hij later tegen moeder zal zeggen, zal hij dan wel weer zien. Misschien wel gewoon dat ze samen huiswerk gemaakt hebben. Daar is toch niks op tegen? Enne, waarom zal hij niet gewoon zeggen dat ze samen nog even de stad in geweest zijn? Iets gedronken in een nette gelegenheid. Hij hoeft toch niet te zeggen dat ze bier gedronken hebben! Een
nette gelegenheid. Hij grinnikt. r t Is waar, het ziet er netjes uit. Alleen die naam! Maar och, verdere geruchten over het verhandelen van drugs en andere uitspattingen in de Dark Lights zullen tot moeder niet doordringen. En bovendien daar hebben Piet en hij niets mee te maken. Wat voor kwaad zit er nu in om daar eèn poosje te zitten? Hij gaat mee, natuurlijk gaat hij rn.ee.
Deze keer is hij met etenstijd wél op tijd. Ze gaan aan tafel. Moeder kijkt 1-Ii.dde even aan, zegt dan rustig: „Gisteren was jij er niet. Daarom vertel ik het jou nu. Vader is altijd gewend een vrij gebed te doen. Dat eh vind ik erg moeilijk en daarom bid ik het — Onze Vader — met jullie". Merkt moeder iets van het minachtende lachje dat om Hiddes mond kruipt? Makkelijke manier om je er vanaf te maken en zogenaamd toch je plicht te doen. Nou, zo kan hij het ook! Hij sluit z'n ogen, vouwt z'n handen, gewoontegetrouw, maar bidden? ? ?
Toch luistert hij naar moeders ernstige stem en onwillekeurig verdwijnt het spotlachje. — en leid ons niet in verzoeking — Die éne zin blijft hem bij. Leid ons niet in verzoeking. Leid mij niet in verzoeking! De vriendschap met Piet, de godslasterlijke platen, dat vuile blaadje, zoveel andere dingen en vanavond het bezoek aan de Dark Lights. Leid mij niet in verzoeking. Mooie woorden, maar Hij kan immers niet meer terug!
„Hidde, ik ben vanmiddag bij vader geweest en hij heeft gevraagd of jij vanavond komt". Met grote ogen kijkt Hidde zijn moeder aan. „Maar, maar dat was toch helemaal de bedoeling niet? Ik zou morgen toch gaan als papa zich goed zou voelen? "
„Ja, dat is waar, maar papa heeft veel minder pijn en als jij vanavond gaat, kunnen Wieke en Janneke morgen". Iiidde slikt. „Da's goed", mompelt hij. Zijn hart pompt wild. En leid mij niet in verzoeking. Kan hij niet meer terug? Of wordt hij door een Ander teruggestuurd?
Als moeder in de keuken bezig is aan de afwas, draait hij het telefoonnummer van Piet. Haastig, schruikelend over z'n woorden zegt hij: „Ik ga vanavond niet mee". „O nee? Waarom niet? " „Ik eh", hé wat is dat moeilijk, maar vlug zeggen dat hij naar z'n vader gaat? Zo is het toch! „Ik eh... het is niet goed en daarom ga ik niet mee". Met moeite komen de woorden. Een honende laoh is het antwoord. „Brave! Nou, voor jou. tien anderen hoor, halve zachte. Dan is onze vriendschap ook uit. Dat blaadje mag je wel houden. Kun je mee gaan slapen. Salut!" De verbinding is verbroken. Hidde voelt zich schuldig' en ontevreden, maar ook opgelucht. Hij loopt naar de keuken. Moeder staat met de rug naar hem toe. Zacht zegt hij: „Dank u voor dat bidden. Ik ga nu naar papa. Enne hebben we vanavond nog een praathalfuurtje? " Als moeder zich omdraait, is Hidde al verdwenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1980
Daniel | 28 Pagina's