HEEFT DE S.G.P. WEL EEN BETEKENIS ?
Uit de Heilige Schrift blijkt overduidelijk dat regeren geen tweederangs bezigheid is. In de Bijbel zijn tal van voorbeelden te vinden van mensen die geroepen worden om te regeren: ls koning; stadhouder; richter of in „de Poort". Ook het Nieuwe Testam.ent leert ons heel nadrukkelijk dat de {regeer)macht een ordening Gods is, en dat er geen machten zijn dan die door God geordineerd zijn. In 1 Tim. 2 : 2 is dan ook een heel duidelijke oproep tot voorbede voor de regeerders te vinden.
Het is vooral de Reformatie geweest die vanuit de Heilige Schrift weer zicht gaf op het héle leven. Daarom had en heeft de reformatie ook zo'n grote politieke betekenis. Staatkunde is geen terrein dat de christen moet mijden, zo houdt de reformatie ons voor. Fel is door haar bestreden de diepgewortelde en wijd verspreide mening, dat de beoefening van de staatkunde wel aan de wereld en de ongelovigen kan worden overgelaten.
Het is ook voor nu nog bijzonder aktueel dat de Reformatie heel duidelijk heeft uit laten komen in woord en, geschrift, dat de staat niet beschouwd mag worden als een uitvinding van mensen, maar dat zij een instelling van God is, die deze wil gebruiken om in een zondige samenleving recht en gerechtigheid te handhaven. In dat spoor zijn de mannen van de Nadere Reformatie voortgegaan.
Wel regeert de overheid bij de gratie Gods, maar daarin ligt dan ook terdege opgesloten, zo blijkt uit hun geschriften, dat zij Plem dan ook de meest volledige gehoorzaamheid en verantwoording schuldig is.
Politieke partijen
Georganiseerde politieke partijen zijn in onze tijd zo vanzelfsprekend dat wij ons waarschijnlijk niet zullen realiseren dat nog maar zo'n honderd jaar geleden in ons land de eerste politieke partij ontstond. Onder het begrip politieke partij moeten we dan verstaan een georganiseerde groep geestverwante personen, die verenigd op de grondslag van een staatkundig program, gemeenschappelijke politieke doeleinden nastreven. Politieke programma's in landelijke vergaderingen vastgesteld en door partijleden aanvaard, kende men vroeger niet.
Politieke richtingen waren er, zo kende men de anti-revolutionaire, de konservatieve en de liberale richting. Het woord „partij" had een negatieve klank. Zelfs de liberale staatsman Mr. Thorbecke zei in 1849: „Behoorden ze (de kamerleden) tot een partij, dan zouden ze niet meer beoordeeld worden naar hun zeggen, denken en doen, maar volgens de maatstaf van partij-begrip, waarin men ze zou lüillen rangschikken".
In liet konfessionele kamp kwam een geheel andere ontwikkeling op gang. Mr. Groen van Prinsterer verbond juist het tot een partij behoren met vastheid van overtuiging, met het leven naar beginselen. Zijn vrees was juist, dat het niet aanwezig zijn van partijen gemakkelijk zou kunnen leiden tot onderling gekuip en gekonkel, zonder het hanteren van de maatstaf van beginselen. In 1862 drukte hij zich zo uit in de Tweede Kamer: „Men heeft gezegd „ik ben geen partijman"; ik v)el. In den strijd der beginselen, die Europa en Nederland verdelen, heb ik een keus gedaan, aan beginselen heb ik mijn leven gewijd".
Hij had een afkeer van persoonsbestrijding in het politieke leven, beginselen, niet personen moesten het voorwerp zijn van lof en blaam. Vele politici uit onze tijd zouden maar eens bij Groen, in de leer moeten.
Het volk ten baat
Van Groen is ook de bekende uitdrukking: „In ons isolement ligt onze kracht". Ook nu nog wordt deze uitdrukking vaak gebruikt en naar mijn mening niet altijd op de juiste wijze. Het is daarom wellicht van belang te zien hoe hij zelf deze uitdrukking nader heeft omschreven: „of wil je liever een Hollands woord: in onze zelfstandigheid in onze beginselvastheid ligt onze kracht", en verder: „zelfstandigheid die, het heterogene afstotend, al wat homogeen is aantrekt; die, zelf onwrikbaar, ter aansluiting bereidvaardig de hand reikt".
Deze woorden van Groen zijn ook van belang bij de oprichting van de S.G.P. op 27 april 1918 te Middelburg.
Ds. Kersten en de zijnen dachten hierbij niet kerkelijk, maar de partij zou duidelijk interkerkelijk zijn. Deze lijn is tot nu toe konsekwent doorgetrokken.
Het is begrijpelijk dat d.e vraag werd gesteld: was het nu wel nodig een eigen politieke partij te stichten? En ook nu nog klinkt hier en daar de vraag: heeft de S.G.P. nog wel zin?
Het is beslist niet zo dat de S.G.P. is ontstaan uit zucht tot scheuring.
Ds. Kersten zegt er zelf van: „Nooit is het mijn bedoeling geweest, en ik zeg dat met volle overtuiging, scheuring en scheiding te weeg te brengen, maar de scheiding lag er, en met dat feit hadden we rekening te houden".
Hij wilde immers een aantal mensen politiek onderdak bieden die vooral in Zeeland sympatiseerden met het liberalisme. Ook had hij ernstige bezwaren tegen de antirevolutionaire partij, die in coalitie met de roomskatholieken optrok.
Het is goed, lijkt me, om het nog eens nadrukkelijk te stellen dat de S.G.P. niet is ontstaan als een afsplitsing van een bestaande partij. Waar mogelijk werd de samenwerking met o.a. de A.R.P. gezocht. Het is van belang om te konstateren dat met de oprichting en met de strijd die de S.G.P. moest voeren het. niet om groepsbelang ging en gaat, maar om het staatkundig en maatschappelijk leven te richten en te sturen zoals Gods Woord ons die aangeeft.
Wij mensen hebben altijd de neiging rekensommen te maken, wij stellen vaak centraal de vraag: Wat heeft het opgeleverd? Dat is in de politiek ook heel erg gebruikelijk. Zelf ben ik van mening dat wij niet juist bezig zijn als wij hier ook aan meedoen. Er is een bijbelse opdracht om politiek bezig te zijn en dan moeten we niet in de eerste plaats vragen naar het netto-resultaat. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ons de uitkomst onverschillig mag zijn. Dankbaar mogen wij konstateren dat toen en nu de invloed merkbaar was en nog is.
Van nachtwacht tot komputermaeht
Toen de S.G.P. als politieke partij op landelijk, regionaal en plaatselijk niveau daadwerkelijk ging funktioneren was de techniek van het besturen nog vrij overzichtelijk. Voor een groot deel kunnen we dit toeschrijven aan de visie op de taak van de overheid. Jarenlang overheerste de mening dat de overheid, slechts een beschermende, toezichthoudende taak toekwam. Men zag in de staat de sterke arm, die de bescherming van de openbare orde, de veiligheid binnenslands en indien nodig in internationaal verband, de volksgezondheid en de zedelijkheid tot taak had; die de onderdanen hun vrijheden moest waarborgen en de bescherming van hun persoon en goed. Daartoe was er een politie-apparaat, een leger en een rechterlijke macht. Een belastingdienst moest er voor zorgen dat het benodigde geld — om het beschermende apparaat op peil te houden — binnenkwam. Dit geld was uiteraard ook nodig om de nodige ambte-
naren te betalen, wat openbare gebouwen te zetten op bescheiden schaal, wegen, waterkeringen, bruggen aan te leggen en onderhouden.
We kunnen stellen dat het overheidsapparaat alleen handelend optrad wanneer er iets te beschermen viel, wanneer de veiligheid of de openbare orde verstoord' dreigden te worden.
Het laat zich verstaan dat het terrein van de wetgeving nog van geringe omvang was, en nog goed te overzien. Het is ook nu nog zo dat schokkende gebeurtenissen het overheidshandelen onder druk zetten. Het gevolg is dan vaak dat de overheid tot handelen wordt „gedwongen".
Zo ook in de beginjaren van de S.G.P. Als voorbeeld noem ik de ekonomische krisis in de jaren, voorafgaande aan de tweede wereldoorlog. Het staatsingrijpen in het kader van de landbouwkrisispolitiek, gericht op ekonomische sanering is hiervan een duidelijk voorbeeld. We zien dan dat de staatsonthouding verdwijnt en de overheid steeds meer betrokken geraakt bij het sociale en ekonomische gebeuren. Tenslotte zien we dat door middel van subsidiëring ook in andere sektoren, zoals het onderwijs, de staatstaak steeds meer uitbreidt.
De tijd dat; de overheid de funktie van, „nachtwacht" vervulde, is definitief voorbij. De veranderde visie op de taak van de overheid die in de loop der jaren veld heeft gewonnen en die in onze tijd jammer genoeg door de grootste meerderheid van de politieke partijen is aanvaard, vindt zijn voedingsbodem in de beginselen van de Franse Revolutie. De leuzen, vrijheid, gelijkheid en broederschap, hebben hun invloed helaas niet gemist. Na de tweede wereldoorlog zien we een steeds verdere vervlechting van overheid en samenleving. Het besturen van ons land, de provincie en de gemeenten is hierdoor erg ingewikkeld en onoverzichtelijk geworden. Een van de gevolgen hiervan is dat de overheid zoekt naar allerlei technische hulpmiddelen, de komputer deed zijn intrede.
Droom en werkelijkheid
Heeft het nog zin om als kleine partij mee te doen aan het bedrijven van staatkunde? Kunnen en mogen we nog bestuursverantwoordelijkheid dragen? Is het nog mogelijk om als S.G.P. invloed uit te oefenen? Wellicht is het aantal vragen nog uit te breiden. Om politiek van enige betekenis te zijn moet men macht hebben, zo wordt ons vaak voor de voeten geworpen. We leven immers niet in een droomwereld maar we staan midden in de harde werkelijkheid. Wie niet werelds maar bijbels mag denken en leven, die weet dat er geen sterkere macht in de wereld is dan de macht van. Gods Woord. Dat moeten we als S.G.P. centraal stellen. Het gaat niet in de eerste plaats om het getal, om de mooi klinkende woorden, waarmee men nu eens principieel, dan weer onprincipieel uit berekening tracht binnen te halen wat mogelijk is. Hiervan mogen en kunnen we niets verwachten. Het is onze dure roeping om van andere, betere dingen te „getuigen" in de politieke rang. Dat is één aspekt van christelijke politiek. Maar er zal ook een koppeling moeten zijn tussen het getuigen en het dragen van bestuursverantwoordelijkheid. Door een kleine partij kunnen belangrijke dingen worden gedaan. Een grote partij behoeft niet waardevoller te zijn dan een kleine. Kwaliteit en kwantiteit moeten we niet verwarren! In deze technokratische tijd is het dan ook nodig om over „deskundigen" te kunnen beschikken. Het getuigt dan ook van een wijs beleid dat met name de tweede kamerfraktie van de S.G.P. kan terugvallen op goede fraktieassistenten. Belangrijk is ook het werk van het studiecentrum.
De laatste jaren zijn via het studiecentrum, studies verschenen; onder meer op het gebied van de grondpolitiek, over de achtergronden en tendenzen van mechanisering en automarisering. Ik noem dit even, omdat verantwoorde ruggesteun onontbeerlijk is. Dit geldt voor de kamerleden, omdat het in eerste instantie de taak van het parlement is, de hoofdlijnen van het regeringsbeleid te beoordelen. Hierbij wil ik wel aantekenen dat de tweede kamerfraktie het hierbij niet laat, zonodig dient zij ook wetsvoorstellen in, soms samen met andere partijen. Met voldoening mogen wij ook konstateren dat één van onze tweede kamerleden een wet op zijn naam heeft staan. Ik heb de aandacht gevestigd op het studiecentrum, omdat genoemd centrum ook een belangrijke taak heeft voor de bestuurders binnen de S.G.P. De belangstelling van velen is gericht op de ak-
tiviteiten van dé eerste en tweede kamerfrakties. Vaak wordt dan vergeten dat de S.G.P. vanouds bestuursverantwoordelijkheid heeft willen dragen, daar waar mogelijk was en is. Hierbij wijs ik op de vele raadsleden die vaak in stilte heel veel werk verrichten als bestuurder van gemeenten. Voorts noem ik de wethouders en de burgemeesters in een behoorlijk aantal gemeenten, de statenleden in tal van provincies. Met dankbaarheid mogen we ook vermelden dat we een gedeputeerde hebben in de provincie Zeeland,
Onze invloed is veel groter aan vaak zichtbaar wordt. Ook hebben een aantal S.G.P.-ers zitting in belangrijke, door de regering ingestelde, advieskolleges; dit is werk dat niet de voorpagina's van de kranten haalt, maar wat toch erg belangrijk is.
Tenslotte wil ik het landelijk verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen nog noemen. Iiet L.V.S.G.S. is de jongeren-organisatie van de S.G.P.
In tegenstelling tot andere vergelijkbare organisaties ligt bij het L.V.S.G.S. de nadruk op studie en politieke vorming.
Hierbij zijn de laatste tijd zéér aktuele-zaken aan de orde-gesteld. Ik noem er enkele: kernbewapening - kernenergie - Israël - Palestijnen. Om geen vertekend beeld te geven; ook vele andere onderwerpen krijgen er de aandacht.
Aan het eind van dit artikel wil ik graag nog enkele opmerkingen maken. We leven niet in een droomwereld. Er zijn. mensen in onze kringen, die dit veronderstellen, maar dat is niet de werkelijkheid. De werkelijkheid is totaal anders. De ontkerstening is verschrikkelijk. De wetteloosheid dreigt te triomferen. Het is onze taak, jouw en mijn taak om niet werelds te denken, maar verzet te bieden; op school, tijdens je werk, waar we ook gesteld zijn.
Radikaal revolutionaire groepen trachten met veel luidruchtige akties hun wil op te leggen. We leven in een tijd waarin de verwarring en de onzekerheid toenemen. Het is meer dan tijd om weerstand te bieden. „Tegen de revolutie, het Evangelie".
Dat was de strijdleus van Groen van Prinsterer, maar ook van de S.G.P. Is het ook de jouwe?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1980
Daniel | 28 Pagina's