JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

OPNIEUW AANDACHT VOOR ZUID-OOST-AZIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPNIEUW AANDACHT VOOR ZUID-OOST-AZIE

Vraaggesprek met ir. M. Burggraaf W. Büdgen

10 minuten leestijd

Meerdere malen hebben we in ons blad aandacht besteed aan de hulp aan vluchtelingen in Zuid-Oost-Azië. Onlangs hebben de heren W. Büdgen uit Moerkapelle en de heer M. Burggraaf uit Rotterdam een visitatiereis gemaakt door Zuid-Oost-Azië. De heer Burggraaf vertegenwoordigde daarbij het Deputaatschap tot hulpverlening in bijzondere noden van onze gemeenten, terwijl de heer Büdgen namens de Stichting Zuid-Oost-Azië (ZOA) de reis maakte. Beide heren zijn reeds aan het woord geweest in Daniël voordat ze op reis gingen. Daarom leek het ons goed om ze ook te vragen iets te vertellen over de ervaringen.

Daarvoor hadden we een gesprek in De Driestar.

In de eerste plaats zouden we graag iets willen horen over het doel van uw• reis. Waarom bent u samen gegaan? Is er een bepaale samenwerking tussen het deputaatschap en ZOA?

Burggraaf: Bij het hulpverleningswerk van het deputaatschap maken we soms gegebruik van kanalen en projekten van organisaties die in een bepaald gebied werkzaam zijn en hun bestaansrecht hebben bewezen. Daarbij onderzoeken we natuurlijk zo nauwkeurig mogelijk of deze projekten passen binnen de gedachtengang in de Gereformeerde Gemeenten.

Voor de hulpverlening aan vluchtelingen in Zuid-Oost-Azië hebben we een flink bedrag voor voedsel en medicijnen ter beschikking kunnen stellen, waarbij we gebruik gemaakt hebben van de kanalen die ZOA in die landen had. Daarop heeft ZOA gevraagd of een van de deputat'en mee wilde gaan op een reis door Zuid-Oost-Azië. We zijn toen samen op reis gegaan, maar we hadden wel ieder onze eigen verantwoordelijkheid. Van samenwerking is dus eigenlijk geen sprake. We maken alleen gebruik van de kanalen van ZOA. Het deputaatschap blijft haar eigen verantwoordelijkheid behouden.

Kunt u ons iets vertellen over de toestand in de vluchtelingenkampen zocht hebt?

Büdgen: We hebben kampen in Indonesië, Hongkong, Macao en Thailand bezocht. Ook hebben we een bezoek gebracht aan Cambodja. De situatie in de georganiseerde kampen waar een aantal jaren gewerkt is, viel ons niet tegen. Het grootste probleem is de voedselvoorziening. De vluchtelingen krijgen alleen rijst. Alles wat ze daarnaast nodig hebben moeten ze kopen, hoewel er bijna geen mogelijkheden zijn om iets te verdienen. In alle kampen heerst malaria en tbc. Ook de psychische nood geeft veel zorgen. Deze mensen zijn gevlucht en moeten soms wel vijf jaar wachten voor ze een nieuwe bestemming hebben. Ze wonen in barakken waar geen privéleven mogelijk is. Meerdere gezinnen leven in één ruimte zonder tussenschot.

Vorig jaar waren er berichten die spraken over zo'n 500.000 vluchtelingen. veel zijn het er nu?

Büdgen: Er waren in oktober 1979 een miljoen bootvluchtelingen, dat is dus twee keer zoveel als in januari 1979. Hieronder zijn niet die bootvluchtelingen die in andere landen zijn opgenomen. Daarnaast verblijven er nog. zo'n 750.000 Cambodjaanse vluchtelingen in Thailand en waarschijnlijk verblijft hetzelfde aantal in ongeorganiseerde kampen in Cambodja zelf. Deze aantallen bewijzen wel hoe groot de problemen zijn.

U hebt verschillende kampen bezocht. Hebt u nog gesprekken gehad waaruit bleek waarom deze mensen gevlucht zijn?

Büdgen: De algemene reden is de angst. De psychische nood is heel hoog. Een Vietnamees die twee weken weg was uit Vietnam vertelde me dat het eerste wat de kommunisten na de machtsovername deden, was het onderwijs in handen nemen. Kleine kinderen werd stelselmatig bijgebracht dat het kommunisme het heil op aarde is. Dé liefde tot het kommunisme werd gesteld boven de liefde tot de ouders. Kinderen gingen hun eigen ouders aangeven als die zich negatief tegenover de staat uitlieten. Daardoor was er geen enkel vertrouwen in elkaar mogelijk. De angst werd zo groot dat het risiko van te sterven op zee, genomen werd bij het vluchten naar een andere omgeving. De genoemde Vietnamees was officier geweest in het zuidvietnamese leger. Verdacht van aktiviteiten voor de amerikaanse inlichtingen dienst (CIA) werd hij in de gevangenis gezet en later in een heropvoedingskamp geplaatst. Zijn vrouw mocht hem iedere maand tien minuten bezoeken, maar moest daarvoor een week reizen. Ze moest al haar bezittingen verkopen o, m aan geld te komen. Tenslotte schreef ze dat ze niet meer kon komen omdat ze geen geld had en niets meer had om te verkopen. Toen nam de. Vietnamees het besluit om te vluchten.

U hebt het nu gehad over de bootvhtchtelingen uit Vietnam, maar waarom vluchten de Cambodjanen?

Büdgen: In Cambodja is een burgeroorlog, terwijl vorig jaar Vietnam het land binnengevallen is. In 1974 waren er ongeveer 7 miljoen Cambodjanen. Dat aantal is nu bijna gehalveerd. En de verhalen die je daarover hoort zijn verschrikkelijk. Jonge militairen — kinderen van 13 - 15 jaar kregen mitrailleurs in handen gestopt. Ze werden gedrild en ze werd meegegeven dat je pas een goed soldaat was als je een paar moorden gepleegd had. Daarbij ging het vooral tegen intellektuelen. Als reaktie ontstonden verzetsgroepen. Toen vielen ook nog de Vietnamezen het land binnen. En dat alles vecht en vecht. Er wordt niet meer geoogst. Er is geen voedsel. Daardoor kwam in oktober en november 1979 de vluchtelingenstroom naar Thailand op gang.

Een 17-jarige Cambodjaanse jongen vertelde me een verhaal dat ik wil doorgeven. Hij was alleen overgebleven met zijn moeder en zusje. De anderen waren vermoord. Ze hadden afgesproken dat ze bij de volgende razzia zouden zeggen dat hij timmerman was. Z'n moeder zou zeggen dat ze huisvrouw was en z'n zus dat ze dienstmeisje was.. Toen kwam de inval. Het waren jonge knapen van een jaar of veertien. De drie werden tegen de muur gezet. Het verhoor begon. Je bent timmerman? Dat is goed. Huisvrouw? Ook goed. Toen vroegen ze naar het beroep van het meisje. De Cambod-

jaan vertelde dat hij nooit zou vergeten met welke blik in haar ogen ze hem aankeek. In het engels zei ze: „Ik kan niet liegen. Ik kan niet liegen. Ik kan niet " Je moet liegen, anders kost het je leven. Ik kan het niet. En toen vertelde ze dat ze studente was. Het meisje is ter plaatse op een verschrikkelijke manier afgemaakt.

De laatste weken waren er geruchten dat hulpverlening niet meer zo noodzakelijk zou zijn. Is dat juist?

Burggraaf: Vergeet niet dat deze vluchtelingen die op een grote hoop gejaagd zijn, niet meer in staat zijn hun normale werk te .doen. Ze kunnen onmogelijk in hun eigen levensbehoeften voorzien. Hulp blijft nodig.

Büdgen: Er zijn enkele medische teams teruggekomen die zeiden dat er voor hen niets te doen was, omdat er voldoende medische voorzieningen waren. Dat is wel gemakkelijk gezegd als je zelf overbodig geworden bent. Toen het team van. ZOA begin mei terugkwam moest het wel degelijk vervangen worden. Er moet ontzettend hard gewerkt worden om de zaak in de hand te houden, vooral ook omdat er gevaar is voor het uitbreken van een cholera-epidemie.

Er was vorig jaar sprake van opname van grote aantallen vluchtelingen in allerlei westerse landen. Is daar iets van gekomen?

Büdgen: Frankrijk heeft zo'n 250.000 vluchtelingen opgenomen en Amerika 500.000. De andere westeuropese landen ieder zo'n 2000 a 5000. Nederland zit met bijna 3000 daarbij aan de lage kant.

IS het eigenlijk wel verstandig dat die vluchtelingen hierheen komen? Is het niet beter ze in hun eigen kuituur een nieuw bestaan te verschaffen?

Burggraaf: Natuurlijk zou het beter zijn dat ze een nieuw bestaan vinden in hun eigen kuituur en omgeving. Denk er maar eens aan hoe wij ons zouden voelen als we zelf overgeplaatst zouden worden naar een land met heel andere verhoudingen, instellingen en kuituur. Helaas maken de politieke verhoudingen in Zuid-Oost-Azië dat onmogelijk. Ik heb tijdens een van mijn vorige bezoeken aan dit' gebied wel eens tegen een journalist van de Bangkok Post, die mij een interview afnam, gezegd dat het van het grootste belang is dat er naar een oplossing voor deze mensen wordt gezocht. Je kunt wel een groot aantal vluchtelingen in kampen plaatsen, maar als ze er niet uitmogen, ook niet om te werken, is dat een hoogst ongewenste situatie. De enige oplossing is dan een bestaan voor ze te zoeken in andere landen, opdat er weer een normaal gezinsleven mogelijk is.

Büdgen: ZOA heeft altijd als doel gesteld de mensen in hun eigen kuituur te helpen of op te vangen in gebieden die aansluiten bij hun kuituur, klimaat en sociale omgeving. Maar in de praktijk blijkt dat bijzonder moeilijk te zijn, omdat arme gebieden er dan arme mensen bij krijgen. Dat gaat hun ekonomische draagkracht te boven.

U bent ongetwijfeld in aanraking gekomen met andere hulporganisaties. Is er verschil in werkwijze?

Burggraaf: Er is verschil tussen algemeen humanitaire en christelijke organisaties. Een christelijke organisatie zal niet alleen materiële hulp verlenen, maar ook het verkondigende element er bij betrekken. ZOA had reeds kontakt met zendelingen. Door de politieke situatie kwam het vluchtelingenprobleem naar voren en daardoor kwam de materiële hulp meer op de voorgrond. Omdat de hulp van ZOA via zendingsorganisaties liep, kon de verkondiging van het Woord doorgang vinden.

Büdgen: De grote hulporganisaties zoals het' Rode Kruis en Unicef verlenen hulp op grote schaal, waarbij niet zoveel aandacht is voor het individu. De kleine — meestal christelijke — partikuliere organisaties gaat het meer om individuele hulp, waarbij persoonlijke kontakten erg belangrijk zijn. Ik kreeg pas een brief van een amerikaanse zendeling uit een kamp dat vlak nadat wij het bezocht hadden, afgebrand is. Deze schreef dat juist in moeilijke omstandigheden als het afbranden van een kamp dat persoonlijk kont'akt zo belangrijk is.

Misschien zijn er lezers van ons blad die als ze dit gelezen hebben, ook wel iets zouden willen doen. Welke plannen en projekten kunnen uit uw reis voortvloeien?

Burggraaf: Uit de praktijk blijkt dat afgeronde hulp verleningspro jekten meer aanspreken bij het publiek. Verder kunnen we zeggen dat de bereidheid tot bijdragen voor hulpverlening de laatste jaren sterk toegenomen is. Binnen het deputaatschap zullen we gaan overleggen welke projekten we kunnen aanpakken. Er is grote nood. En we hopen dat de gemeenten en gemeenteleden hun steentje blijven bijdragen. Speciaal voor giften van partikulieren hebben we een girorekening opengesteld. Door middel van onze uitgave „De Noodklok" en de kontakten met de diakenen, hopen we de gemeenten steeds beter te kunnen voorlichten.

Büdgen: Tijdens ons verblijf heb ik met eigen ogen gezien dat o.a. door ZOA gefinancierde voedselvoorziening aan Cambodjanen goed funktioneerde. We zoeken naar meer mogelijkheden. Daarnaast heb ik besprekingen gevoerd over een groep vluchtelingen uit Laos die in Thailand zit. Er zijn vergevorderde plannen voor een definitieve oplossing .door herhuisvesting in Guyana, een buurland van Suriname. De omstandigheden zijn daarvoor uitstekend geschikt. Helaas is er door de staatsgreep in Suriname ernstige vertraging in de plannen opgetreden. Hopelijk komt dit' projekt toch van de grond. Het is een miljoenenprojekt.

Er wordt gelukkig heel wat aan hulpverlening gedaan. Tenslotte zouden we u willen vragen waarom het deputaatschap en ZOA deze hulp verlenen?

Burggraaf: e kunnen helaas niet in alle noden hulp verlenen. Door onze beperkte mogelijkheden moeten we een selektie toepassen. We denken dan aan de reeds meer-! malen aangehaalde tekst uit Galaten 6 : 10: aat ons goed. doen aan allen, maar meest 'aan de huisgenoten des geloofs. Dat betekent niet dat we anderen niet willen helpen, maar wel proberen we onze hulpverlening zoveel mogelijk rechtstreeks aan leden van protestantse kerken of via christelijke organisaties te laten verlopen, zodat onze hulpverlening zoveel mogelijk gepaard gaat met de woordverkondiging.

Büdgen: Ik denk aan de opdracht' die Israël krijgt. In Leviticus 19 wordt opgeroepen om goed te zijn voor vreemdelingen omdat ze zelf ook vreemdelingen geweest zijn in Egypte. Die boodschap geldt ook. voor ons. Wel geloof ik dat christelijke barmhartigheid de hele mens op het oog heeft: ziel en lichaam. Ze is daarin, wezenlijk onderscheiden van neutrale humanitaire organisaties. Het is de opdracht van iedereen die iets gezien heeft van de barmhartigheid die er is in Christus in navolging van het offer van Christus barmhartigheid te bewijzen aan anderen.

We willen de heren Burggraaf en Büdgen hartelijk dankzeggen voor dit vraaggesprek. We hopen dat het een stimulans zal zijn voor het bijdragen aan de hulpverlening aan vluchtelingen in Zuid-Oost-Azië.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1980

Daniel | 28 Pagina's

OPNIEUW AANDACHT VOOR ZUID-OOST-AZIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1980

Daniel | 28 Pagina's