PINKSTERFEEST
JEUGDFEEST
Maar dit is het, wat gesproken is door de profeet Joël: n het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien. (Handelingen 2 : 16—17).
Maar dit is het, wat gesproken is door de profeet Joël: n het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien. (Handelingen 2 : 16-17).
Het pinksterfeest is de kroon op de andere christelijke feesten. Nu immers wordt die Geest uitgestort, die het werk van Christus naar het welbehagen des Vaders gaat deelachtig maken aan heiwaardige zondaren.
Het volle heil Goids is nu geopenbaard. God de Vader heeft Zijn Zoon gegeven, en die Zoon heeft Zijn leven gegeven, en de Vader en de Zoon hebben de PI. Geest gegeven. De weg der zaligheid is gebaand. De H. Geest wordt nu uitgestort op alle vlees.
De Geest nsiet meer beperkt tot de ambtsdragers iii Israël
Onder het Oude Verbond bleef de H. Geest beperkt tot de ambtsdragers, met name de profeten. Doch met pinksteren wordt die Geest der profetie op alle vlees uitgestort. Nu mag een ieder, die door de H. Geest wordt bearbeid, in deze gave delen.
Ook de werkingen van die Geest betroffen maar één. volk, namelijk het volk van Israël. Dat wordt met de pinkstertijd anders. Nu wordt de H. Geest uitgestort op alle vlees. Dat wil zeggen, dat nu elk, hoofd voor hoofd, de H. Geest en Zijn gaven zal ontvangen, want van verreweg de meeste m.ensen moet gezegd worden, dat het mensen zijn, de Geest niet hebbende. Judas : 19.
Op alle vlees, betekent op allerlei mensen, jong en oud, klein en groot. Niemand wordt uitgesloten. Hoe rijk toch is de pinkstergenade. Zelfs de slechtste is niet te slecht.
Op alle vlees
Op alle vlees heeft nog een andere betekenis. Want er staat niet op alle mensen, maar op alle vlees. De mens wordt vlees genoemd. Door de zonde is de mens vlees geworden. Toen God de mens schiep, schiep Hij hem tot een levende geest. Doch door de zonde werd hij vleselijk. De apostel Paulus zegt er van: ..Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde". De Heilige Geest zal een aanval doen op het vlees, op de mens, die in de zonde leeft. En welk een geweldige aanval is dat. Als die Geest op het vlees wordt uitgestort ontstaat er een strijd, die buitengewoon fel is, maar waarvan de uitkomst niet twijfelachtig is. Want hoe machtig dat vlees der zonde ook is, hoe fel het zich verzet, het moet in die strijd het onderspit delven, het wordt van de troon afgestoten, en de H. Geest neemt de heerschappij over. O, welk een ommekeer is dat; en die ommekeer vindt plaats in de wedergeboorte.
Zeker, dat vlees geeft zich zo spoedig niet gewonnen, want het blijft begeren tegen de Geest.
Die strijd duurt voort tot de laatste ademtocht. Maar dan is het met de macht van het vlees voor goed gedaan. Dan is Gods kerk voor eeuwig van het lichaam der zonde en des doods verlost.
De Heilige Geest blijft niet onopgemerkt
Als die Geest dus uitgestort wordt op het vlees, dan blijft dat niet onopgemerkt. „En uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien".
Wat in het Oude Testament aan slechts enkelen ten deel viel, dat zal nu aan zeer velen gegeven worden, aan mensen van allerlei rang en stand, aan jongeren en ouderen. In de bedeling des Geest'es wordt de leeftijdsgrens geheel opgeheven. Welk een kostelijk vooruitzicht opent de Heere hier voor de jeugd. Ook jonge mensen wil die Geest aangrijpen. „Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen". Wat een voorrecht, jonge mensen! Ook jullie wil Hij wijs maken tot zaligheid. Hij wil in jullie hart werken waarachtige Godskennis, zelfkennis en Christuskennis. Wat er dan gebeurt? Dan gaan zulken profeteren. Neen, dat wil niet zeggen, dat ze dan de toekomst gaan voorspellen, maar ingeleid in de verborgenheden des heils, gaan ze goed van God spreken en slecht van zichzelf.
Zij, die door de H. Geest worden bearbeid, gaan bedenken, de dingen, die des Geestes Gods zijn. Hoe belijden ze hun schuld en verdoemelijkheid, waar zij zichzelf gesteld zien tegenover een heilig en rechtvaardig God. Hoe diep buigen ze voor Hem neer in 't stof, Hem smekend om de vreê.
Als die Geest Christus komt verheerlijken in het jonge hart, dan vloeit hun mond over van Gods eer. Dan profeteren zij. Dan horen wij hen spreken van de grote werken Gods, verheerlijkt in hun leven.
Gezichten zien
Als Gods Geest zo in onze harten werkt, worden er ook gezichten gezien. Dat wil niet zeggen, dat ze allerlei wonderlijke visioenen ontvangen. Onder dat gezichten zien hebben wij iets geheel anders te verstaan. Hun oog wordt verlicht, zodat ze krijgen te aanschouwen de wonderen van Gods wet. Zij krijgen ook voor de heerlijkheid Gods en de rijkdom van Gods genade en ontferming in Christus Jezus. Zulken krijgen de schoonheid der eeuwige dingen te zien.
Dan hebben ze geen oog meer voor de schatten der aarde, voor de ij dele dingen van deze wereld, waardoor het jonge hart zo : gemakkelijk bekoord wordt. Want wat al verbijsterende schoonheden kan de duivel de jongeren tonen. Hoe poogt' hij hen telkens weer mee te nemen op zijn hoogten, om hen te tonen de glinstering der zonde en de pracht der aardse dingen en dan roept hij hen toe: „Dit alles zal ik u geven, als gij mij wilt dienen". En menigeen laat zich verlokken en kiest de genieting der zonde boven de genieting van de gunst Gods. Hoe ongelukkig zijn zulken, want vroeg of laat komen ze er achter, dat zij zich hebben laten bedriegen. Plet was slechts klatergoud. IJdelheid der ijdelheden, het is al ij d elheid. Gelukkige jongeling en jonge dochter, die leerde bidden: „Wend, wend mijn oog van de ijdelheden af. Verlevendig mijn hart door Uwe wegen. Dat mij 't betreen d'ier paden vreugd verschaf". Jonge mensen, is dat ook jullie gebed? Worden bij jullie ook die vruchten des Geestes gevonden? Heb je ook wel eens zulke gezichten gezien? Heb je ook wel eens geprofeteerd? Gaat je hart ook uit naar de Heere en Zijn dienst? De Heere wil ook jonge harten vervullen met' Zijn Geest. „Uw zonen en uw dochteren zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien". Laat je toch niet door de duivel inpalmen. Hij belooft veel, maar geeft niet anders dan het eeuwig verderf. Neen, in de wereld zul je nooit vinden, wat je er zoekt. De wereld met alles wat zij biedt, laat het hart leeg. Maar bij de Heere is verzadiging van vreugde. Daarom smeek toch om de zegen des Geestes. Vraag of het woord van Joël ook waar mag worden in jullie leven. Loop de Heere toch aan als een waterstroom, totdat Hij je genadig zij. Wederstaat de H. Geest niet langer.
Val God te voet. Wat zou je gelukkig zijn, als de gave des Geestes je werd geschonken, als je ogen zouden zien de eeuwige dingen Gods, die nooit vergaan. Daarom, jaag er toch naar en laat de Heere door Zijn Geest in je hart werken. Dartel, jonge mensen, toch niet verder van God af. Neig je oor en geef acht op het woord des Heeren: „Jongeling, jongedochter, geef Mij uw hart".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1980
Daniel | 28 Pagina's