UIT DE BIJBEL VERTELLEN AAN MOSLIMKINDEREN
„Ik geloof dat niet! Het is niet waar!"
Cetin, een turks jongetje, staat met felle ogen voor één van de jufs van de kinderklub in Antwerpen.
Al jaren komt hij naar de klub. Heel vaak heeft hij stil, met grote aandacht geluisterd naar de bijbelvertelling. Cetin heeft veel gehoord, erover gedacht en er natuurlijk thuis over gepraat.
En wat zeggen ze daar? „Laat die jufs en meesters maar praten. Wat onze profeet Mohammed zegt, dat is waar...!"
Nu komt Cetin elke zaterdag even naar binnen, maar is zo weer verdwenen.
Ismaël zegt: „Jezus bestaat niet, Mohammed wel".
Zodra er onder het vertellen over de Heere Jezus gepraat wordt, begint hij er doorheen te mompelen: „Dat geloof ik niet!" En in het turks zit hij dit luid aan zijn turkse klubgenootjes uit te leggen. Aan het eind van d.e klub zegt hij: „Ik denk, dat ze allebei niet bestaan. Niemand weet het..."
Is Ismaël toch aan het twijfelen geraakt over Mohammed? Heeft hij er toch iets van gevoeld, hoe waar de woorden van God zijn?
Een meisje uit een streng moslimgezin zei het weer anders: „Och juffrouw, het is allemaal hetzelfde".
Eigenlijk schrokken we hier een beetje van. Want het is niét hetzelfde. Had ze het nog nooit goed begrepen...?
Sinds Nadje een kinderbijbel heeft gekregen, zit ze met gespitste oren naar het begin van de vertelling te luisteren. Heel vaak weet ze na een paar zinnen de rest van het verhaal. Ze leest thuis erg veel.
Op de klub doet ze niet mee met het knutselen, maar gaat stilletjes ergens zitten en bijbelverhalen lezen. Op een keer zei ze tegen me: „Dat van de Heere Jezus, dat leren wij thuis niet...!"
Begrijp je een beetje hoe moeilijk het allemaal voor deze kinderen is? Wat is nou waar en wat is niet waar?
Thuis wordt geleerd: Adam, Noach, Abraham, Mozes en Jezus zijn grote profeten. Maar de allergrootste profeet is Mohammed.
Ze noemen Allah hun „God". Hij heeft alles geschapen en er kan niets gebeuren zonder zijn wil.
Allah heeft een heleboel gezegd tegen Mohammed en al die woorden zijn opgeschreven in een boek. Dat
is de Koran. Ze vinden de Koran veel belangrijker dan de Bijbel.
En nu komen deze kinderen op een bijbelklub, waar heel andere dingen gezegd worden. Hier wordt gezegd dat de Heere Jezus de Zoon van God is. Dat je alleen door het geloof in Hem zalig kunt worden!
Jullie kennen vast wel de volgende tekst uit Johannes 3 vers 16: „Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn. eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
Dit moeten de moslimkinderen ook weten! Als ze in Turkije of waar dan ook zijn, is het veel moeilijker om hen uit de Bijbel te vertellen. De mensen zijn daar erg streng in hun godsdienst.
In Nederland of België leven ze ook wel heel apart, maar het is toch anders. Hier mogen de kinderen vaak wel naar een bijbelklub komen. De moeders vinden het lekker rustig; alle kinderen even weg. Of de kinderen lopen toch hele dagen (en avonden) op straat. Het kan de ouders weinig schelen, als ze maar geen last van hen hebben.
Ik denk, dat dit in Marokko: of Turkije heel wat moeilijker zou gaan! Nu wonen deze kinderen dicht bij ons.
Ook zij kunnen de boodschap van de Bijbel horen (in plaats van: er is geen God dan Allah en Mohammed is zijn profeet).
Het is niet alleen moeilijk voor de kinderen. Het is ook moeilijk voor de jufs en meesters, die er naar toe gaan.
„Hoe kun je het beste vertellen? " „Welke antwoorden moet je geven? "
Want als ze zo hard roepen: „Ik geloof het niet", bedoelen ze eigenlijk: „Juf, leg het toch eens duidelijk uit! Hoe zit' het nou precies? "
Nog iets moeilijks is het bidden met deze kinderen. De moslimkinderen mogen niet bidden tot God. Soms doen ze vlug hun handen wijd uit elkaar. Of ze praten er doorheen. Ze vinden het zo vreemd!
Dat kun jij je allemaal moeilijk voorstellen, denk ik. Voor jou is het heel gewoon. Jij bent het gewend vanaf de tijd, dat je nog heel klein was. Dank je daar de Heere steeds voor, dat je zoveel over Hem mag. horen? Nadja, het meisje waar ik net over vertelde, zou ook heel graag een vader en moeder hebben, die haar van de Heere Jezus vertellen
Gelukkig hoeven de meesters en jufs dit werk niet alleen te doen. Dat zouden ze nooit kunnen. Dan stopten we er vandaag nog mee. Maar we weten, dat de Heere ons wil helpen en dat Hij dit werk wil zegenen.
Wij kunnen denken: hoe moet het toch verder met deze kinderen...? Maar God weet, hoe het verder kan. Hij is machtig. Bij Iiem kan alles!
Wil jij ook meehelpen in dit werk? Nee, je kunt nog niet mee gaan doen. Daar zijn de meesten van jullie nog te jong voor. Je mag er wel elke dag voor bidden.
Zullen jullie dat doen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1980
Daniel | 28 Pagina's