JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

OVER OPZIENERS EN DIAKENEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER OPZIENERS EN DIAKENEN

BIJBELSSTUDIE OVER 1 TIMOTHEUS 3

7 minuten leestijd

Na Paulus' aanwijzingen over het gebed: in de dienst en over het gedrag van mannen en vrouwen daarbij, gaat hij nu verder met het geven van richtlijnen voor de opzieners (predikanten en ouderlingen) en de diakenen.

Paulus begint met op te merken, dat wat hij zegt ter harte moet worden genomen. Zo iemand het ambt van opziener begeert, die begeert een voortreffelijk werk.

Doorgaans zijn we niet zo-gesteld op mensen die zich aandienen voor een ambt. Maar hier wordt het een goede zaak genoemd. Het belangrijkste blijft wat het motief is, waarom men in een ambt wil dienen. Wanneer zelfverloochenende liefde iemand dringt, is het goed, maar als het om eigen eer of belang gaat. is dit verwerpelijk.

Ook toen waren aan het ambt grote bezwaren verbonden. Het bracht' veel last en gevaar met zich mee. Het was bepaald geen erebaantje. Die kanten zitten nog steeds aan het ambt. Al blijft het een „treffelijk werk", waarbij echter Christus woord ervaren wordt: „Zonder Mij kunt gij niets doen".

Onberispelijk

Uitvoerig gaat Paulus in op wat hij bedoelt met een opziener moet onberispelijk zijn. Zo moet de opziener het kwaad en de schijn van het kwaad mijden, opdat' zelfs kwaadwilligen geen vat op hem zullen hebben. De opziener moet de man zijn van één vrouw. Hij moet een goed huwelijk hebben. Al snijdt dit natuurlijk de weg niet af voor de ongehuwde man.

De opziener moet verder nuchter, waakzaam zijn. Goede: aandacht geven op wat in de gemeente geleerd wordt en hoe wordt geleefd. Daarbij moet hij de juiste maat. weten te houden, beschaafd optreden, waardig en niet opdringerig. Ook niet heersend, kortom een man van innerlijke beschaving.

Door een verkeerde aanpak kan, hoe goed bedoeld, veel bedorven worden. Hij moet ruim zijn voor een ander, ook in de letterlijke zin van het woord: dus gaarne herbergend. Dat was toen van bijzonder belang met name voor rondreizende apostelen en predikers. Maar nu geldt ook dat mensen in nood hartelijk ontvangen moeten worden. Hij moet ook in staat zijn de boodschap van het Woord over te brengen en begrijpelijk te maken. Daarom heeft hij zelf wijsheid en inzicht in de leer van het evangelie nodig, waarbij vooral „de vreze des I-Ieeren het beginsel van de wijsheid is". Maar bovendien is een gedegen onderzoek in het Woord en de belijdenis noodzakelijk. Ook nu! Vooral ook de Dordtse Leerregels bevatten veel over het geestelijk leven, dat zeer waardevol is voor het pastorale werk.

Een opziener van de gemeente mag geen opspraak verwekken. Dat zou kunnen gebeuren als hij genegen was tot de wijn. Wees niet vervult met wijn, maar met de Heilige Geest schrijft Paulus elders (Ef. 5 : 19).

Hij mag geen smijter of vechtjas zijn, letterlijk noch figuurlijk. En een geldgierige, die dus steeds op eigen voordeel uit is, is natuurlijk ongeschikt om. te dienen in het evangelie van vrije genade. Iemand die kwade winsten zoekt, kan moeilijk hoog aangeschreven staan als voorganger. Paulus verwacht, meer van mensen, die mild en vriendelijk zijn in geloof en liefde en niet vechtlustig of twistziek.

Eigen huis

Ook het gezin van de ambtsdrager telt. mee. Hij moet zijn eigen huis wél regeren, zijn kinderen in onderdanigheid houden met alle waardigheid. Vaak zijn het geen geringe zorgen voor ambtsdragers. Samuël had daarin ook zijn ervaringen.

Tevens moet gewaakt worden tegen het over het paard tillen van mensen.

Als een pasbekeerde of een nieuw ingekomene heel spoedig ambtsdrager wordt, is het gevaar van hoogmoed erg groot. Het ambt moet juist verootmoedigen. Van groot belang is ook hoe iemand buiten de kerk bekend staat in de wereld. Men dient respekt

voor hem te kunnen hebben. Het dagelijks leven is van groot belang voor de voortgang van het Evangelie. Daarom moet gewaakt', worden voor het geven van aanstoot. De duivel loert altijd en zet als „ervaren stroper" veel strikken op het pad.

Wie is tot deze dingen bekwaam? Die als Paulus mag getuigen: deze bekwaamheid is uit God, zal niet beschaamd worden. Hij alleen maakt er toe bekwaam.

De diakenen

In grote lijnen komen deze aanwijzingen met de vorige overeen. Maar bijzonder wordt er op gewezen dat zij niet met twee monden mogen spreken. De mensen moeten op hun woord aankunnen. Zij komen veel onder de mensen en het beheer van de financiën is hun toevertrouwd. Daar liggen dus grote gevaren. Ze moeten eerlijk met mensen en gaven omgaan. Bovenal echter is ook voor hen nodig: de verborgenheid van het geloof te houden in een rein geweten. En omdat wij nimmer door eigen vernuft tot zulke grote hoogte kunnen opklimmen, moeten wij ootmoedig God bidden dat; Hij ze ons door Zijn Geest opene (Calvijn).

De vrouwen

Hier worden enkele woorden gewijd aan de vrouwen. Sommigen denken hier aan vrouwelijke medewerksters, die de diakenen hielpen met hun werk. Maar de meesten, met Calvijn, denken aan de vrouwen van de diakenen. En dan geldt dit uiteraard ook voor de vrouwen van de opzieners. Aan hen wordende eisen gesteld van: waardigheid., niet kwaad spreken, nuchterheid en betrouwbaarheid. De vrouwen van de ambtsdragers hebben ook met het ambt te maken, zonder in het ambt te staan. Daarom zijn deze deugden voor hen van. groot belang.

Goede opgang

De diakenen, die wel gediend hebben, verkrijgen voor zichzelf een goede opgang en veel vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus. Dit houdt in: een goede achting en aanzien in Gods gemeente. Daardoor krijgen ze gemakkelijker toegang tot de harten van de gemeenteleden. Ze mogen dan met meer vrijmoedigheid bezig zijn in de dienst van de I-Ieere.

Hoop op weerzien

Paulus hoopt binnen niet al te lange tijd Timotheus persoonlijk te ontmoeten. De brief maakt duidelijk dat er veel te bespreken is in het belang van d.e gemeente van Christus. Maar zal die ontmoeting nog' plaats vinden? Paulus weet het niet.

Daarom schrijft hij uitvoerig over d'e gemeente en haar ambtsdragers. De Heere wil dat het in Zijn huis ordelijk toegaat, daar mag geen willekeur heersen. Zijn huis (gemeente) is de gemeente van de levende God. Hierin rust haar roeping maar ook haar voorrecht. Want I-lij leeft en werkt in Zijn huis. Heb jij dat' al ervaren? (Zie H.C. vr. 54). Paulus vergelijkt verder de gemeente bij een pilaar en fundament van die waarheid. Die waarheid heeft God: ijn gemeente opgelegd, ter bewaring gegeven. In de gemeente Gods moet de waarheid bewaard-blijven en zij moet haar uitdragen. Let op deze volgorde. Deze waarheid wordt aangegeven als de: erborgenheid der godzaligheid, het heilgeheim van de godsvrucht. Het gaat er om dat geheim in de ware vreze Gods te kennen. En die verborgenheid der godzaligheid is Christus. De zogenaamde godzaligheid, waarvan Christus niet het centrum is, is bedriegelijk. De waarheid heeft God geopenbaard in Christus, Die mens geworden is. Die ook door de Heilige Geest openbaar gemaakt is als de Zoon van God (Rom. 1 : 4). Die gezien is door de engelen (Efratha - hof van Jozef van Arimathea), gepredikt wordt onder de heidenen, geloofd in de wereld en opgenomen in heerlijkheid (hemelvaart).

VRAGEN:

1. Waarom is het ambt van een opziener een treffelijk werk?

2. Hoe geeft Paulus aan dat we ook rekening moeten houden met hen, die niet tot de kerk behoren en waarom is dat zo belangrijk?

3. Kun je uit Gods Woord aangeven welke van de hier genoemde plichten in het oosten hoog genoteerd stonden en door wie ze in praktijk gebracht zijn?

4. Met welke belofte besluit Paulus het gedeelte over de plichten van de ambtsdrager en wat houdt ze in?

5. In welk opzicht is het evangelie een verborgenheid?

6. In wil het zeggen, dat de Heere Jezus gerechtvaardigd is in de Geest?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's

OVER OPZIENERS EN DIAKENEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's