JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DWALEN OVER „EIK EN DUINEN”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DWALEN OVER „EIK EN DUINEN”

6 minuten leestijd

„Aan de weg naar Loosduinen, zó ver, dat de stad in haar sterkste groei er bij lange na niet zou kunnen reiken, lag „Eik en Duinen" met het graf van Maurits van Hall. Het was iets, niet heel veel, dat Suze bond aan Den Haag. Een eind liep ze de hoofdweg op, tot waar links een paadje afbuigt' naar een wijd grevenveld. Hier moest het zijn... Zij zocht het grafnummer, veertien, en las het opschrift van de klein liggende steen, klassiek eenvoudig zoals papa Van Hall had gewild: Mr. Anne Maurits Cornelis van Hall, obiit die XV M. Augusti Ao. MDCCCXXXVIII (overleden 15 augustus 1838).

Haar kleine jongen zag er een mooi laag bankje in en ging zitten op de zerk; huilend schudde ze neen en nam hem weg. Maar zijn korte beentjes waren moe. Toen liet ze hem begaan. Hoe dicht waren ze nu met z'n drieën bij elkaar en hoe onbereikbaar die één! Ze verlangde hem niet terug. „Papa is oneindig veel gelukkiger dan wij hem zouden kunnen maken", zei ze meer tegen zichzelf dan tegen het kind. Het graf viel weg.

Zij moest nu gaan. Tijden zouden er verlopen eer ze hier terug kwam. De! plaats goed in zich opnemen; die platte zerk met de ronde lettervorm. Haar kastanje boven het graf stond nog zo ijl; een heel jong boompje.

Op een ogenblik werd het leven haar te zwaar. Haar afscheid van Maurits' graf werd een gebed."

Het bovenstaande is een citaat uit het boek: „Brandende harten" van Gera Kraanvan den Burg, waarin zij de levensgeschiedenis van Maurits en Suze van Hall beschrijft. Maurits van Hall (1808 - 1838), afkomstig uit een voorname familie, kwam tot bekering en ging in 1836 met zijn jonge vrouw over naar de Afgescheiden Gemeenten. Als advocaat pleitte hij zelfs voor de vervolgde afgescheidenen. Helaas had hij een zwakke gezondheid. Zijn huwelijk met Suze van Schermbeek heeft, maar vier jaar geduurd; toen bleef zij als weduwe van 22 jaar met drie kleine kinderen achter. Ze verhuisde van Den Haag naar haar geboorteplaats Utrecht, waar zij zelf op 27 januari 1844 op de leeftijd van bijna 28 jaar is overleden.

De levensgeschiedenis van deze jonge mensen heeft me altijd geboeid, ook omdat zij leefden in de tijd van Afscheiding en Réveil. Zij hadden omgang met mensen als Da Costa, De Clercq, Koenen, Capadose, Groen van Prinsterer, ds. Scholte, ds. Budding, die ons uit de (kerk)geschiedenis bekend zijn.

Al vaak had ik me afgevraagd of het graf van Maurits van Hall nog te vinden zou zijn. De omgeving van de begraafplaats was me wel bekend'. Vlak naast „Eik en Duinen", meer naar de kant van de stad toe, werd in 1890 nóg een kerkhof aangelegd, „Nieuw Eik en Duinen", Over de weg tussen de beide begraafplaatsen liep ik vroeger met anderen naar de school aan de Escamplaan.

Op een zonnige februaridag ben ik er heen gegaan. Op het hek bij de ingang staat met gouden letters: Eik en Duinen. Dat is sinds de beginjaren van 1800 de officiële naam geweest, hoewel men tegenwoordig meestal over „Oud Eik en Duinen" spreekt. Ik loop de oprijlaan in, langs de aula, naar een gedeelte met hoge, oude bomen. Er liggen veel grote, groen-verweerde zerken dicht tegen elkaar aan. Je kunt er niet tussen door lopen en de namen zijn haast niet te lezen. Het terrein is hier niet helemaal vlak en ik kom wat lager. Daar zijn de grafzerken een beetje weggeizakt, met mos begroeid en half verborgen onder dorre bladeren, waartussen nog kastanjes liggen. Zou het hier zijn...? Even zoek ik nog en dan sta ik er ineens voor, voor het graf van Maurits van Hall. De platte zerk is iets afgebrokkeld, maar opmerkelijk goed onderhouden en duidelijk is het opschrift te lezen, zoals Suze het meer dan 140 jaar geleden

zag! De kastanjeboom staat er met wijdvertakte wortels en hoge stam vlak boven. De steen wordt half beschenen door de zon; een hoge zerk ernaast legt er gedeeltelijk een schaduw overheen. Het is voor mij een historisch plekje en een bijzondere gewaarwording om, daar te staan. Verleden en heden zijn werkelijkheid als ik denk aan het leven van Maurits. en Suze van Hall en tegelijkertijd de geluiden van het moderne verkeer hoor. Het leven is verder gegaan; het gaat altijd verder, ook als mensen aan het einde van hun reis gekomen zijn om rekenschap af te leggen van hun rentmeesterschap. De geschiedenis der mensheid, waarvan ook zij een onmisbaar onderdeel vormden, gaat voort naar het einde totdat er geen tijd. meer zal zijn. Dan ga ik ronddwalen over deze uitgestrekte plaats, twaalf ha groot, waar in de loop der tijden duizenden mensen zijn begraven, 't Is een onafzienbaar veld en uit alle jaren na 1838 zijn hier wel graven te vinden. Ze blijven in stand zolang een eigenaar ervan staat ingeschreven in de registers van de partikuliere vennootschap, die „Eik én Duinen" beheert. Veel goed onderhouden familiegraven zijn er, ook grote graftombes van adellijke personen. Op Sommige zerken staan wel acht namen vermeld. Nog steeds vinden er bijzettingen in familiegraven plaats, maar ook worden nieuwe graven gedolven, want „Eik en Duinen" is nog steeds niet vol

Uren dwaal ik er rond en lees honderden namen. Bekende, zoals van ds. A. Kuyper, maar nog veel meer onbekende; namen van oude en jonge mensen. Alleen hebben zij hun plaats in dit leven ingenomen en voor hun eigen omgeving of in brede kring iets betekend. Op sommige zerken is duidelijk te lezen hoezeer de overledenen werden betreurd ....

Toch is het leven doorgegaan. Ieder jaar zijn de bomen en heesters tussen de graven weer uitgelopen en ook nu bloeien al weer sneeuwklokjes en krokussen. Vinken en merels vliegen op of scharrelen tussen dorre bladeren. De zon schijnt; het wordt weer voorjaar op „Eik en Duinen".

Ik kom uiteindelijk weer terug bij het graf van Maurits van Hall. Het is haast een vertrouwd plekje voor me tussen al die graven van vreemden. Op den duur is het toch deprimerend om hier zolang alleen rond te: lopen.

Dan zie ik mensen komen, een klokje begint te klepperen en een rouwauto rijdt, bij de aula voor. Er wordt wéér iemand begraven. Ik dwaal nog wat rond en wacht tot de stoet naar het graf gaat, achter oude coniferen langs, naar het nieuwe gedeelte. Als ik langs de nog openstaande, nu lege aula loop, speelt het orgel het Lutherlied. Als vanzelf komen de regels in mijn gedachten: „Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken". Als dat uitzicht er niet was, wat zou dan een begraafplaats toch werkelijk troosteloos zijn.

Nu rusten er ook hier op „Eik en Duinen" — en God Zelf alleen weet hoevelen er dat zijn — die eenmaal op de jongste dag uit hun graven zullen opstaan om met ziel én lichaam eeuwig hun Heere te verheerlijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's

DWALEN OVER „EIK EN DUINEN”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980

Daniel | 28 Pagina's