DOOD WAAT IS DAT?
Heel bekend is de uitdrukking: Oude mensen moeten sterven, jonge mensen sterven. kunnen
De waarheid van .dit gezegde horen en lezen we dagelijks. Als we de advertenties doornemen, lezen we van sterfgevallen op alle leeftijden; van doodgeboren kindertjes of tot mensen, die een zeer hoge leeftijd mochten bereiken, toe. Met de dood komen we bijna iedere dag in aanraking.
En toch ....
We praten er liever maar niet over; en als het in onze gedachten opkomt, proberen we die gedachte gauw weg te werken door over vrolijke dingen te gaan denken.
Maar toch ....
De dood kan ook ons overvallen en wat dan?
Denk jij wel eens aan de dood? Ja natuurlijk, zal je me antwoorden.
Denk jij wel eens aan je eigen dood? Ja... nee, eigenlijk kan iedereen plotseling sterven, maar ik, nee, dat geloof ik niet.
Moet ik je eens wat zeggen? Jij denkt, dat je nog ouder dan Methusalem zal worden en die werd 969 jaar. Ja, de mens denkt dat hij (zij) hier altijd zal blijven.
En toch ....
De Bijbel zegt ons duidelijk en het wordt iedere dag bevestigd: ioe hebben hier geen blijvende stad, d.w.z. we moeten eenmaal sterven. En dan wordt er dikwijls, heel terecht, aan toegevoegd: en sterven is ... . God ontmoeten.
Zullen we samen eens even over dit belangrijke onderwerp nadenken?
Dood .... sterven!
Waar lees je voor het eerst hierover in de Bijbel?
Juist, dat weet je wel. In Genesis 2. We moeten naar het paradijs terug. Daar heeft de almachtige God eens een verbond met Adam gesloten. Het' verbond der werken.
In dat verbond eiste God van de mens volmaakte gehoorzaamheid en beloofde Hij het eeuwige leven. Op ongehoorzaamheid werd de straf bedreigd, want ten dage als ge daarvan eet zult ge de dood sterven.
In het Paradijs was geen kerkhof en God heeft de dood niet geschapen. Door ongehoorzaamheid is de dood in deze wereld gekomen, want Adam heeft wel gegeten. Paulus schrijft in de Romeinenbrief: de bezoldiging der zonde is de dood. In onze taal wil dat zeggen: het loon op de zonde is de dood.
Dood, wat is dat?
Dood is dus in de eerste plaats straf.
Ja, maar wat gebeurt er dan?
Je weet toch dat de mens bestaat uit ziel en lichaam. De ziel is die onsterfelijke geest, waardoor wij leven en rede gebruiken. Iiet lichaam wordt na de dood begraven en keert dan tot de aarde weder. Je kent toch die bekende tekst wel: „Want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren"?
Nu zijn er veel mensen die zeggen: dood is dood.
Als een mens gestorven is, is alles afgelopen, net als bij de dieren. Is dit dan niet zo? Lees eens wat er in Prediker 3 staat. Salomo spreekt hier over het sterven: wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?
Zo voor het oog, zegt Salomo, is er geen verschil te zien tussen het sterven van mens en dier. Maar er is wel verschil. Want Salomo zegt in Prediker 12: „En. de geest (hier de ziel) weder tot God keert, die Hem gegeven heeft".
Bij het sterven komt er nu een scheiding tussen lichaam en ziel. Het lichaam wordt begraven, maar de ziel gaat bij het sterven direkt naar zijn eeuwige bestemming.
Weet je waar dat zo mooi beschreven wordt? In de catechismus. In het antwoord op vraag 57 staat zo heel eenvoudig: „Dat niet alleen mijn ziel na dit leven van stonde aan tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden " Gods kinderen mogen weten dat hun ziel bij het sterven direkt naar de hemel zal gaan.
Maar als je nu geen genade kent, of heel eenvoudig gezegd, als je nu geen nieuw hart hebt, wat dan? Ja, dan gaat de ziel ook direkt naar zijn eeuwige bestemming, en dat is de hel, het eeuwige vuur
De Heere Jezus heeft ons dat heel duidelijk geleerd in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16 : 19 - 31). De rijke arme Lazarus werd gedragen in Abrahams schoot en de arme rijke man hief zijn ogen op in de hel, zijnde in de pijn. Ja, heus, er zijn maar twee wegen: emel of hel; eeuwig gelukkig of eeuwig ongelukkig. We zingen in Psalm 49: e dood maait ook dier kinderen leven of. Dat gebeurt dikwijls; dat kan ook jou overkomen.
Ben je bang om te sterven? Ja, dat is vragen naar de bekende weg, zul je wel zeggen. Natuurlijk ben ik bang. Iedereen haakt toch naar het leven. Zelfs de dieren.
Iedereen wil blijven leven. Is dat waar?
We zijn geschapen om te leven en we worden geboren om te sterven. Dat is erg. Bij ieder sterfgeval worden we weer herinnerd aan de ongehoorzaamheid. We zijn bang om te sterven, want dan moeten we voor de Heere verschijnen, de rechtvaardige Rechter, en dat kunnen we niet en de eeuwigheid duurt zo lang.
De apostel Paulus was niet bang om te sterven. We lezen dn de Bijbel dat hij er naar verlangde. Dat lezen we ook van andere mensen in de Bijbel. Gelukkig mogen we dat zo nu en dan ook nu nog wel eens vernemen. Maar geldt dat nu ook voor jongens en meisjes van jullie leeftijd? Ja, dat weet ik uit ervaring.
Ik heb eens een jongen van 11 jaar .in mijn klas gehad, die helemaal niet bang was om te sterven, maar die er juist naar verlangde. Hij was ongeneeslijk ziek en hij wist, dat hij niet meer beter kon worden, maar dat wilde hij ook niet meer. Als ik hem dan vroeg of hij dan toch liever maar niet bij ons wilde blijven dan schudde hij zijn hoofd en zei hij: „Nee, want dan ga ik toch weer zondigen en dat is de Heere verdriet aandoen. Ik ga liever naar de hemel, want dan mag ik zonder .zonde altijd bij de Heere zijn".
Enkele jaren geleden mocht ik datzelfde ervaren met een meisje van diezelfde leeftijd. Ook zij kon niet meer beter worden. In het begin van haar ziekte was ze ook zo bang om te sterven, want dat kon ze niet. Later was die vrees weg en was er een stille overgave aan de Heere, omdat zij wist, .dat haar zonden vergeven waren in het offer van een Ander.
Weet je wat deze beide kinderen kenden?
Een droefheid, en wel een droefheid naar de Heere. Paulus zegt, dat deze droefheid éen onberouwelijke bekering tot de zaligheid werkt. Deze droefheid schenkt de Heere in de wedergeboorte en om .deze droefheid moet je maar veel vragen, want op deze droefheid volgt een eeuwige-blijdschap.
Dan behoef je niet meer bang te zijn voor de dood, want dan is de dood een afsterven van de zonde en een doorgaan tot het eeuwige leven.
Wat voor al Gods kinderen geldt, geldt ook voor de jong gestorvenen: „En God zal alle tranen van hun ogen afwissen".
Dood . . . wat is dat? Dat is voor een ieder die onbekeerd sterft een eeuwige rampzaligheid.
Dood . . . wat is dat? Dat is voor een ieder die een nieuw hart gekregen heeft een eeuwige gelukzaligheid en dat wil dus zeggen: bij de Heere te zijn eindeloos, zondeloos en storeloos.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1980
Daniel | 28 Pagina's