VAN KERKLID TOT SYNODE
DE ORDENINGEN IN GODS KERK; ÏN DIT VERBAND SPECIFIEK IN DE GEREFORMEERDE GEMEENTEN
De Heere Jezus Christus, als Hoofd van Zijn gemeente bekleedt het ambt van profeet, priester en koning. Hij heeft beloofd Zijn kerk nimmermeer te verlaten, maar om altijd met Zijn kerk te zijn. De ambten van Christus zullen daarom ook altijd in Gods kerk him funktie hebben. Alhoewel Christus de grootste en hoogste Ambtsdrager is, heeft het Hem toch goedgedacht om Zijn ambten ook te laten afschaduwen door deze op mensenschouders te leggen. Dit uitgangspunt is zeer belangrijk, vandaar dat wij dit ook voor alles stellen.
Vanuit de ambten van Christiis kunnen we de volgende indeling maken:
PROFEET: predikanten (herders en leraars), evangelisten, ook wel ouderlingen PRIESTER: o.a. diakenen en ouderlingen
KONING: ouderlingen, (predikanten) en de mann, leden der gemeente.
Ook mogen we wel stellen dat alle ambtsdragers betrokken zijn bij de drie ambten van Christus, alhoewel het onderscheid tO'Ch wel aan te tonen is en ieder ambt zijn eigen karakter heeft.
In het Nieuwe Testament wordt al spoedig gesproken over aparte plaatselijke gemeenten, die ieder hun eigen kerkeraad hebben (1 Tim. 4 en 5). Deze kerkeraad wordt gevormd door de plaatselijke predikant (en), de ouderlingen en de diakenen. De ouderlingen en de diakenen worden gekozen uit duibbeltallen die van te voren aan de gemeente zijn bekend gemaakt. Daarop volgend wordt een vergadering gehouden van de mannelijke leden, die dan op deze vergaderingen hun stem uitbrengen op één der beide kandidaten; of beter gezegd op de helft van de kandidaten. Hier funktioneert het ambt van Christus als Koning aangezien de leden hierin mee kunnen regeren in de kerk. Degene die^ gekozen zijn (door de .gemeente, mitsdien van God) en hun benoeming of verkiezing aannemen, mogen niet eerder in het ambt bevestigd worden, voordat twee zondagen hun namen in de gemeente zijn afgelezen. De gemeente krijgt daarbij de gelegenheid eventuele wettige bezwaren tegen de verkozene in te brengen. Dit zullen bezwaren moeten zijn van dien aard dat de verkozene geen ambtsdrager zou kunnen zijn, ook tegen de wijze van verkiezing kan bezwaar worden gemaakt. Hier weer een st.ukje meeregeren van de gemeente des Heeren. Wanneer er geen wettige bezwaren zijn ingebracht, vindt meestal op de eersitvolgende zondag de bevestiging plaats.
Een predikant wordt ook door de ledenvergadering gekozen uit een door de kerkeraad gesteld tweetal; soms wei drietal.
Wanneer dit een kandidaat is, heeft de gemeente ook het recht van approbatie (goedkeuring), Dit recht hebben niet alleen de marmelijke leden, maar ook de vrouwen en de doopleden.
De predikant wordt voor onbepaalde tijd in het ambt bevestigd, tei*wijl de ouderlingen en diakenen die voor een bepaalde tijd zijn.
Onder ons is het de gewoonte geworden dat zij om de twee a drie jaar weer verkozen kunnen worden. Ook is het in de Geref. Gemeente geen gewoonte dat ambtsdragers na een aantal jaren te hebben gediend voor een jaar of soms langer niet verkozen kunnen worden. Wanneer na een bepaalde periode ambtsdragers aftreden, kunnen zij opnieuw kandidaat worden gesteld, echter heeft de kerkeraad wel de plicht om naast hen „gelijkwaardige" kandidaten te stellen. In feite heeft: de betrokkene zelf daar niets in te zeggen. Wanneer men wel eens hoort „broeder X heeft om bepaalde reden zich niet herkiesbaar gesteld" dan is dit uit praktische overweging dat hij geen kandidaat is, omdat men van te voren wist, dat als hij gekozen was, toch zou bedanken. Met elkaar vormt men dus de kerkeraad met iedere „groep" zijn eigen taak. Voor de predikant is dit als leraar: preken, catechiseren, Sakramenten bedienen, begrafenissen leiden en huwelijken bevestigen.
Voor de predikant als herder: zieken, bejaarden, verenigingen bezoeken, enz. en met de ouderlingen meeregeren over de stoffelijike en geestelijke belangen der gemeente. Ook behoort tot hun taak: de regeling van de Dienst des Woords, de regeling van de
catechisaties, de uitoefening van de tucht, de regeling van het huisbeizoek en het opzicht over de mede-ambtsdragers.
Tot specifieke taak der diakenen héhoort:
1. De zorg voor de armen en behoeftigen.
2. Het verzamelen van de gaven.
3. Het steunen van stichtingen en verenigingen van liefdadigheid en barmhartigheid, met welks doel de kerk zich kan verenigen.
4. Het stichten van bejaarden-centra en inrichtingen van barmhartigheid, tevens advies geven tot en helpen bij opname hierin.
5. Het verlenen van hulp van maatschappelijke aard. Bovendien mogen de diakenen, vooral in kleine kerkeraden aangemerkt worden als hulp-ouderlingen.
Tot taak van de gehele kerkeraad behoort dan:
1. Het opmaken van dubbeltallen voor verkiezing van ambtsdragers en/of predikant.
2. Het opstellen, beoordelen en goedkeuren van attestaties van inkomende en vertrekkende leden.
3. Het kopen en verkopen van gebouwen; het beheer van de kerkelijke inkomsten en het regelen van de collecten.
4. Het vaststellen van de traktementen.
5. Het goedkeuren van beleid en administratie van de diakonie.
6. De Censura Morum
7. Het deelnemen aan de kerkvisitatie.
De Censura Morum wordt geh, ouden vóórdat het Heilig Avondmaal wordt gevierd. Dan wordt iedere ambtsdrager persoonlijk gevraagd of hij iets tegen een broeder in de kerkeraad of in d; e gemeente heeft, hetgeen de viering van het Heilig Avondmaal in de weg zou kunnen staan, Zou dit wel het geval zijn, dan moet niet het Heilig Avondmaal uitgesteld worden, maar de onenigheid worden opgelost. In sommige gemeenten wordt van de kansel af bekend gemaakt wanneer het Censura Morum is; dit is echter niet verplicht, aangezien het alleen onder de kerkeraadsleden gehouden wordt.
Kerkvisitatie wordt gehouden, meestal door twee classispredikanten, maar ook wel door ouderlingen. Dit is het onderzoek dat uit hoofde van de classis gedaan wordt naar het goed funktioneren van de ambten in de gemeente des Heeren. Naar het wel en wee van de stoffelijke belangen der gemeente, naar de aktiviteiten betreffende het jeugdwerk, evangelisatie, zending e.d. maar vooral ook informatie betreffende de vruchten der gemeente in geestelijk opzicht. Dus of er nog mensen bekeerd worden en of de bediening van Woord en Sakrament tot voeding en troost van de kinderen des Heeren mag zijn. De kerkvisitatie behoort éénmaal per jaar te gebeuren, maar in de Geref. Gemeenten wordt het meestal wanneer er geen bijzonderheden zijn, eens in de twee of drie jaar gedaan.
Behalve dat de kerkeraad in de eerste plaats verantwoording is verschuldigd aan de Hoogste Ambtsdrager, de Heere Jezus Christus, zagen we dat ook via de kerkvisitatie dit ook is tegenover de classis. Maar niet te vergeten ook aan hun eigen leden, en dat bijzonder wat de stoffelijke belangen der gemeente betreft. Inmmers éénmaal per
jaar wordt op een ledenvergadering van manslidmaten uitvoerig overzicht gegeven van het beleid van de kerkeraad en speciaal wat de financiën betreft. Over de diakonie wordt alleen in de grote lijnen overzicht gegeven, aangezien het. werk van de diakonie wat betreft de verzorging van de armen, nooit publiek gemaakt mag worden. Dus op de jaarlijkse ledenvergadering mogen en kunnen de leden der gemeente hun inbreng hebben in het beleid van de kerkeraad.
De meerdere vergaderingen
Ons kerkverband, telt 155 gemeenten (met evenveel kerkeraden), 12 classes, 4 partikuliere synoden en 1 generale synode.
Een classis wordt gevormd uit de vertegenwoordiging van tenminste 10 en ten hoogste 16 gemeenten in een bepaalde ressort. Een vergadering van een classis wordt minstens éénmaal per jaar gehouden en als er reden voor is (zgn. punten van behandeling) wordt er meermalen per jaar vergaderd; in de regel om de drie maanden. Iedere gemeente wordt op een classis-verga dering door haar kerkeraad vertegenwoordigd door haar predikant en een ouderling, twee ouderlingen of een ouderling en een diaken. Op zo'n vergadering worden zaken behandeld van gemeenschappelijke aard en/of zaken die op een kerkeraadsvergadering niet konden worden afgedaan. Daarnaast is het een beroèpinstantie voor leden (ook voor kerkeraadsleden) die menen bij hun eigen kerkeraad. niet het juiste gehoor te hebben gehad. Dit betreft: zowel bezwaren t.a.v. de leer, het leven en de tucht.
Ook is het de classis waaraan een predikant zich verbindt, middels zijn intrede in de gemeente m.a.w. een dominee kan nooit predikant van een gemeente worden, zonder dat hij dat het eerst van de classis geworden is. Dit geldt uiteraard ook voor de kandidaten. Door vrije stemmingen wordt uit deze classis een afvaardiging gekozen van vier predikanten en vier ouderlingen die naar de vergadering van de partikuliere synode gaan zullen. Deze P.S. wordt gevormd uit drie classes en vergadert éénmaal per jaar. Daar worden weer zaken behandeld die op de classis niet konden worden afgedaan.
Bij de P.S. kennen we al twee deputaatschappen n.1. artikel 48: onderlinge correspondentie en artikel 49: bijstand' in moeilijke zaken en bij peremptoir examen. Uit elke P.S. worden tien ambtsdragers; vijf predikanten en vijf ouderlingen naar de Generale Synode afgevaardigd. Volgens trapsgewijze verkiezing via classis en P.S. hebben de predikanten en de ouderlingen uit de kerkeraad zitting, in de generale synode.
De generale synode is de breedste kerkelijke vergadering; omdat de leden ervan uit de gehele kerk samenkomen.
Eenmaal per drie jaar komt de generale synode bijeen, meestal in Utrecht. De eerstvolgende G.S. komt D.V. in september 1980 weer bijeen.
Naast belangrijke zaken betreffende de leer en het leven van de gemeente des Heeren worden veel zaken opgedragen aan bepaalde kommissies oftewel deputaatschappen. Hun opdrachten worden nauwkeurig omschreven in de acla der Synode en duren nooit langer dan tot aan het tijdstip dat de volgende G.S. weer samenkomt, waarop dan verslag moet worden uitgebracht.
Vooral in de laatste 20 jaar is het aantal deputaatschappen nogal uitgebreid, vooral die van wat meer maatschappelijke aard. Zitting in deze deputaatschappen hebben veelal predikanten en ouderlingen. In de laatste jaren wordt steeds meer de behoefte gevoeld om predikanten van bepaalde deputaatschappen te vervangen door terzakekundige mensen (al of niet ambtsdrager).
In de Gereformeerde Gemeenten kennen wij de volgende deputaatschappen:
1. Curatorium Theologische School. 2. Hoge Overheid. 3. Buitenlandse kerken. 4. Uitwendige zending 5. Evangelisatie in Nederland en België. 6. Emerituskas. 7. Hulpverlening in. Bijzondere Noden. 8. Vertegenwoordiging en Voorlichting 9. Behartiging belangen van militairen. 10. Administratie van „De Saambinder". 11. Internaat voor Schipperskinderen. 12. Kerkelijke administratie. 13. Kindertehuis „De Berenbos". 14. Gezins-en Bejaardenzorg. 15. Jeugdzorg. 16. Hulpverlening kerkbouw. 17. Studerenden aan instellingen Voor universitair onderwijs, 18. Bijbelverspreiding.
Uiteraard zal het ene deputaatsehap „zwaarder" zijn dan het andere, moaar alles heelt zo zijn eigen plaats in ons kerkelijk leven. Alhoewel het een taak is van Gods Kerk en Gods knechten om de organisatie van en het leven in de gemeente des Heeren zo goed mogelijk te besturen, mag het altijd wel onze bede zijn: „Heere, bewaar en vermenigvuldig Uw gemeente",
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980
Daniel | 28 Pagina's