JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE VADEREN ZIJN NIET MEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VADEREN ZIJN NIET MEER

7 minuten leestijd

Onder deze alarmerende titel bundelde de bekende jeugidkundige Gerard C. de^ Haas een aantal artikelen over „de sociale en religieuze identiteitsproblematiek in onze vaderloze cultuur" (zoals de ondertitel luidt).

Al eerder vroegen we aandacht in dit blad voor een geschrift van. de Haas, nl. Die jeugd van tegenwoordig. Daarin werd door de schrijver een uitvoerig commentaar gegeven op de resultaten die verkregen werden via een groots opgezette enquête onder de Nederlandse jeugd.

In dat boekje heeft de schrijver de verandering van de doorsnee-jeugd min of meer objectief weergegeven. Verandering t.a.v. de beleving van het gezag, het gezin, de sexualiteit, de kerk, om enkele relaties te noemen.

Het nu te bespreken boekje heeft een geheel andere opzet; het is nl. een bundeling van artikelen geworden, meestentijds door de schrijver al eerder gepubliceerd, die uiteraard wel met elkaar te maken hebben maar overigens geen strenge samenhang kennen. Het boekje is tevens anders omdat De Haas nu wel heel duidelijk zijn eigen visie vertolkt, een visie die tegelijkertijd een scherp oordeel over de houding van de kerk tegenover .de jeugd inhoudt.

Ik begin maar met direkt te zeggen dat ik met een aantal van de beschouwingen die de auteur naar voren brengt, grote moeite heb. Het is d-uidelijk dat de visie van De Haas en die van bv. onze Jeugdbond op een aantal essentiële zaken haaks op elkaar staan.

Waarom dan toch aandacht gevraagd voor dit boekje? Omdat er, ondanks de vele dingen die om een wéérwoord vragen, kwesties aan de orde gesteld worden die ook voor ónze jeugd en voor ónze gezinnen gelden.

Dan kunnen we hoofdstukken waarin over Elvis Presley, of over de wonderbaarlijke carrière van de Beatles, of over de harde wereld van" " de Punk-rock gesproken wordt, (misschien!) overslaan, maar dat geldt beslist niet voor volgende hoofdstukken waarin de tijdsbesteding der jongeren ter sprake komt en waarin een trefzekere

analyse gegeven wordt van het algelopen decennium onder de titel , 1-1 et grote balen van de zeventiger jaren".

Het grote balen

Wat verstaat De Haas onder dit laatste? We geven hemzelf het woord: „Terwijl in de zestiger jaren de jonge generatie vod optimisme en zelfs overmoedig de maatschappij provoceerde tot verandering en vernieuwing, laat zij het in de zeventiger jaren afweten. Tien jaar geleden ging het om emancipatie en mondigheid., nu zien we verveling, twijfel en so-ms wanhoop". De economische situatie heeft met dit „halen" ongetwijfeld ook te maken. Vijftien tot tien jaar geleden leek de toekomst nog een gewonnen zaak. Nu is de horizon versomberd. De grootste werkloosheid sinds de Tweede Wereldoorlog. Jongeren worden massaal weggestopt in het voortgezet onderwijs. „De emancipatie van de zestiger jaren is verkeerd; in de stagnatie van de zeventiger jaren". Aldus in enkele zinnen van De Haas. de situatie waarin onze jongeren leven.

Daarom is het goed zijn waarschuwing ter harte te nemen, dat degenen die meent dat de jeugd weer normaal aan het worden is, .zich vergist. Hij „miskent de angst en de onzekerheid die achter de fa gade van het normale gedrag schuilgaan".

De gevallen vaders

Een kernhoofdstuk acht ik het zesde, De gevallen vaders. Hiermee bedoelt de auteur dat de vaders lang niet meer de centrale, gezaghebbende rol spelen in het gezin als vroeger. In dit boekje constatéért hij het gewoonweg, het. is zo: de vaders zijn verdwenen. Daarentegen krijgen de moeders een. steeds belangrijker rol in de opvoeding. De leermeester van De I-Iaas, prof. dr. N. Beet's, heeft daar jaren geleden ook al de nadruk op gelegd. Hij sprak van de matrificatie, de vermoeder!ijking van de opvoedkundige situaties, bv. in het onderwijs.

Hierdoor blijven de problemen niet uit, integendeel. Jonge mensen hebben het vaderlijk gezag nodig. Er is nl. dan pas sprake van echte groei, wanneer die tegen de „verdrukking" van het mannelijk gezag ingaat. In zijn vorige publikatie stelde De Haas dat de jeugd een identificatiemodel nodig heeft. Zowel de jongens als de meisjes krijgen nu een verkéérd model in resp. hun vader en hun moeder. Het is dan ook goed te begrijpen dat De Haas in een volgend hoofdstukje spreekt van De beteuterde jongens.

Het is grotendeels waar wat d.e schrijver zegt: „Het leven van de jongens en meisjes wordt tegenwoordig niet zozeer verknoeid door een overmaat van patriarchaal bewind, alswel meer en meer dichtgemetseld door de bezorgdheid en affectie van hun moeder, terwijl zij juist ruimte en tegenspel nodig hebben".

Het is goed wanneer we deze dingen ook op óns laten indringen. Waar zijn ónze vaders? Aanwezig, maar geestelijk absent, weggedoken achter de krant? Of ook lijfelijk afwezig, van de ene vergadering, op weg naar de andere? Laat. de waarschuwing van De Haas wat deze dingen aangaat, voor ons niet tevergeefs zijn!

Laat de kerk de jongeren in de kou staan?

Niet met alles wat deze jeugdkundige te zeggen heeft ben ik echter even gelukkig. Dat geldt met name voor die hoofdstukken uit zijn boek waarin hij zijn' eigen terrein, dat van de psychologie van de jeugd, verlaat en als mondig lid. van de kerkelijke gemeenschap ook meent wat te moeten zeggen. Hij hangt daarbij het boetekleed van de profeet om en beschuldigt de kerk van een totaal verkeerde aanpak van het j eugdvraagstuk.

Volgens de schrijver is de kerk verburgerlijkt en aan haar eigen tradities gebonden. Zij liet volgens hem de jongeren in de kou staan, zowel in de zestiger jaren toen inspraak, democratisering en alternatieve levensstijl het één en het al was, als in de zeventiger jaren toen andere vragen opkwamen en de religiositeit onder jongeren met sprongen omhoog ging. De Haas ziet wel wat (zelfs veel!) in die religieuze beleving. Juist de jeugd, kent hierin een intensiteit waar de volwassene nooit meer aan toekomt. Het wordt echter oppassen wanneer de schrijver onbekommerd, kan spreken over de religieuze beleving van een moderne popgroep. Overal kan zich heilige geest (met kleine letters!) openbaren. Het lijkt wel alsof de schrijver daar waar enig verdiept enthousiasme is, van heilige geest wil spreken.

Zeer terecht heeft Ds. C. den Boer indertijd in „Ds Waarheidsvriend" een aantal art. aan deze materie gewijd. Hij schrijft dan n.a.v. het bovenstaande: „Het pleidooi voor de

religieuze beleving onder de noemer van de Heilige Geest gaat (dan) ten koste van wat God in Zijn Woord openbaart over Christus. Je hebt dan misschien de moderne jeugd de arm om de schouder gelegd. Maar daarmee heb je ze nog niet aan de voeten van Jezus gebracht".

En juist het beeld van Jezus, zoals De Haas dit tekent, is door en door verkeerd. Hij tekent Hem als een rondzwervend e on maa tsch appelij ke, heilige dwaas die een armoedebeweging op touw zette en de zelfgenoegzame samenleving hiermee in de war bracht en irriteerde. Deze Jezus, zegt de schrijver, kon wel veel dichter bij de jeugd van tegenwoordig staan dan bij de nette, , burgerlijke kerkmens. En daarom moeten we de jeugd geestelijke vrijheid en ruimte schenken. Na het verzet zal dan op zekere leeftijd (maar zeker niet vóór het dertigste levensjaar) de innerlijke aanvaarding, de „verzoening" plaatsvinden, zoals een Paulus, een Maarten Luther die vonden.

We kunnen de schrijver absoluut niet meer volgen. Hij perst Paulus en Luther wel in een heel vreemde jas, om van het afschuwelijke beeld van Jezus maar in 't geheel niet verder te spreken. Terecht spreekt Ds. Den Boer in één van de zojuist bedoelde artikelen van een verpsychologiseerd Jezus-beeld, dat helemaal past in het schema van verzet en verzoening dat De Haas hanteert.

De Bijbel spreekt echter anders over Jezus, Gods Zoon. Hij spreekt ook anders over de jeugd, van welke tijd die ook is. Geen woord bij De Haas over zonde en schuld. Geen woord over de ernst van Gods heilige Wet die door Jezus moest worden vervuld tot het uiterste van de dood op Golgotha om in deze weg van het recht Gods Borg te zijn voor Zijn kinderen.

Wee de kerk die de jeugd begeleidt op een manier waarbij niets van de grondwaarheden der Schrift overeind blijft. Zij is dan op een weg die niets anders is dan een dwaalspoor. Zo laat dit boekje tenslotte een zeer onbevredigende indruk bij me achter.

Zelden las ik een boek waarbij het toestemmen en prijzen zó snel en zó radikaal moest veranderen in afwijzen en misprijzen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's

DE VADEREN ZIJN NIET MEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's