JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEMEENTELEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEMEENTELEVEN

BIJBELSTUDIE OVER I TIMOTHEUS 2

7 minuten leestijd

Vs, 1 - 7. De noodzaak van liet gebed

In het voorgaande hoofdstuk wekt de' apostel Paulus Timotheüs op de goede strijd te strijden. Nu komt hij tot de wijze waarop gestreden moet worden. Hierop wijzen de verschillende voorschriften, die vooral het leven van de gemeente betreffen. De goede strijd wordt kennelijk door de dienaren van het Woord voor een belangrijk deel gestreden in de eredienst. En dat geldt ook voor de gemeente zelf: de samenkomst van de gemeente is het centrum van waaruit strijd geleverd wordt met de vijanden van Gods Kerk. Denk ook aan de biddende gemeente van Jeruzalem. Op het gebed werd Petrus verlost uit de gevangenis.

Zo blijkt ook hier het gebed voorop te gaan. De voorganger moet zorgen dat gedaan v/orden: smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen voor alle mensen. Een gebed, ook een ambtelijk gebed bestaat uit vele beden. Verschillende beden bij elkaar noemt Gods Woord een gebed. Denk ook aan het Onze Vader. Daarbij mag de dankzegging niet ontbreken.

Het gebed is voor de noden en de personen in de gemeente, die hulp behoeven. Maar ook voor hen die buiten zijn: voor alle mensen, ja voor allerlei mensen. Ook voor overheidspersonen. Zo'n gebed is Gode aangenaam. Want de Heere wil dat alle mensen zalig worden. Laten de gebeden van de gemeente dan dit voornemen van God dienen.

Dit is niet in tegenspraak met de leer dat God zalig maakt die Hij daartoe van eeuwigheid verkoren heeft. Het zegt niet dat God ieder mens, hoofd voor hoofd, wil zalig maken, maar dat Hij „al wat mens heet", wie het ook zij, wil zaligen. De Heere maakt geen onderscheid in ras of stand. Niemand kan dan ook zeggen, dat hij door God wordt buitengesloten.

Dit zalig maken gaat niet buiten het Evangelie om. Dus bij het gebed van de gemeente komt de opdracht: predikt het Evangelie. Daardoor brengt de Heere de Zijnen tot de kennis der waarheid.

Dat geldt voor Joden en heidenen. God is de enige ware God en Hij gaf Zijn Zoon niet aan één volk, maar aan allerlei mensen uit allerlei volken. Van deze Zaligmaker, de Heere Jezus Christus, getuigt Paulus dat Hij Zijn leven gaf tot een losprijs, om daarmee Zijn gemeente vrij te kopen van de macht van zonde en dood en haar zo het leven te hergeven.

Paulus is door God Zelf geroepen om dit getuigenis te brengen aan Joden en heidenen (Hand. 26 : 15 - 18). Hij spreekt dus in Naam van zijn Zender. Dat geeft het gezag aan zijn woorden: ij liegt niet (vs. 7).

Het gebed is het wapen van de gemeente dat ook gehanteerd moet worden voor de uitbreiding van Gods koninkrijk. En wel in het besef dat alles aan de Heere is onderworpen. Hij is machtig door het Evangelie alle tegenstand te doorbreken. En een gebed naar Zijn wil wordt door Hem gehoord (1 Joh. 5 : 14 - 15).

Hoe gebeden moet worden vs. 8

Nu geeft de apostel aan op welke wijze het gebed behoort te geschieden. Het. gaat hier over de bidders. We zien in de brieven dat de apostel telkens zorg draagt voor de wijze waarop de gemeenteleden zich moeten gedragen. Zo> hebben o.a. de zaken van het huwelijk en van de kleding zijn aandacht.

Hier schrijft hij vóór, dat de mannen bidden in alle plaatsen, niet alleen thuis, maar ook in de bijeenkomsten van de gemeente. En wel met opgeheven handen. Dit symboliseert het ontvangen van boven. Het getuigt: zonder U, die in de hemel zijt, zijn en kunnen we niets.

Maar ook met heilige handen dat wil zeggen niet, bezoedeld door toorn of twist. Want zulke zaken verontreinigen een mens en we kunnen dan ook zo niet voor Gods aangezicht verschijnen. Twist en toorn verhinderen het gebed, ze maken het krachteloos. Eerst is verzoening nodig anders is er geen zegen te verwachten.

Ook de vrouwen vs. 9 en 10

Heeft Paulus bij de mannen gewezen op de noodzaak van zuiverheid in het gebed, die zuiverheid moet er ook bij de vrouwen zijn. Ligt de zonde voor de man eerder in de verkeerde diaad, voor de vrouw al gauw in het verkeerde sieraad. De christenvrouwen dreigden beïnvloed te worden door de wijze waarop de wereldse vrouwen zich kleedden en opmaakten. Daarmee raakte de echte waardigheid in het' geding. Want niet in het uiterlijk vertoon maar in de goede werken ligt het waxe sieraad voor de vrouw, in een heilige levenswandel in geloof en liefde. De vraag is dus niet in de eerste plaats: hoe zie ik er uit, maar: wat ben ik, wat doe ik en waarom doe ik het? Waarbij natuurlijk het uiterlijk geen onverschillige zaak is: stijlloosheid, zeker ook in de gemeente, is een afkeurenswaardige zaak. De zondagse jurk en hoed zijn ook nu geen achterhaalde attributen.

De vrouw in de gemeente vs. 11 - 15

In de laatste verzen gaat de apostel in op de plaats, die de vrouw in de gemeentevergadering inneemt. Van veel zijden wordt, ontkend, d.a.t Paulus 1 hier het oog had op de openbare samenkomst van de gemeente. Zij stellen dat het hier geschrevene slechts enkele aanwijzingen geeft voor de verhouding tutssen man en vrouw in het persoonlijk leven;

Maar het verband van de brief wijst duidelijk anders uit. Ook dit hoofdstuk duidt de gemeente-samenkomst aan: ie vs. 1. In vs. 8 en 9 houdt Paulus dit verband vast, ook in deze verzen. Het wil zeggen, dat een vrouw in de gemeente geen ambt mag ontvangen, waardoor zij regeert en leert. Zie ook 1 Kor. 14 : 34 en 35.

En Paulus zegt ook waarom. Hij grijpt terug op de schepping, waarbij niet Eva, maar Adam het eerst is geschapen. Eva werd geschapen als een hulp, die tegenover hem was (Gen. 2 : 20). Daarin komt de afhankelijke positie van de vrouw tot. uiting. En de zondeval aksentueert dit nog meer. Zie daarvoor het huwelijksformulier. De scheppingsorde mag in de gemeente niet omgekeerd worden.

Prof. Smelik schrijft in „De wegen der Kerk": „De vrouw is in de christelijke gemeente van meetaf erkend als volwaardige persoonlijkheid; haar leven moet van binnenuit bepaald worden. De vrouw wordt door Paulus niet miskend, maar zij miskent in alle tijden zichzelf, wanneer zij juist in slaafse navolging van de man tracht te overheersen, althans gelijk te zijn, zoals de griekse hetaere, of in slaafse navolging van de mode haar uiterlijke verschijning uitermate aksentueert. Dan gaat haar wezen schuil onder de; onwezenlijke tooi en opschik. De schoonheid; der vrouw ligt in haar ingetOigen houding, in goede woorden., in zwijgen, in moederschap".

Het siert een vrouw als zij haar plaats kent. Daarin is, mits goed verstaan, zelfs haar zaligheid gelegen. „Zij zal zalig worden in kinderen te baren" (niet: door). Dat' wil zeggen, dat ze de zaligheid ontvangt, wanneer ze zich in geloof en liefde onderwerpt aan Gods wil met haar leven. En dat kan zijn, zoals hier genoemd, in het kinderen baren. Maar ook op andere wijzen.

Het kan moeilijk zijn, niet gehuwd te zijn. Of als gehuwde geen kinderen voort te brengen. Maar als we bedenken dat niet wij, maar God onze weg leidt, kan dat vrede geven in het hart. Ook op deze situaties is van toepassing: het zich in liefde en geloof onderwerpen aan Gods wil. En daartoe wil Hij geven, wat ons ontbreekt.

Vragen:

1. Waarom moeten we voor een overheid bidden? Moeten we dit ook doen voor een overheid, die een volk onderdrukt?

2. Wat zegt het woordje „rantsoen" over de verhouding tussen de Heere Jezus en Zijn gemeente?

3. Waarom zou Paulus een beroep doen op zijn apostelambt? (zie ook 2 Kor. 11 : 31 en Gal. 1 : 20). Lees ook:2 Kor. 10 : 1 - 11 en Gal. 2 : 6 - 10.

4. Welke gebedsverhoudingen vinden we in de Bijbel? Zie Lukas 18, 1 Kon. 8 : 54, Dan, 6 : 11, Joz. 7 : 6, 1 Kor. 11 : 4 - 6. Wat drukken ze uit?

5. Wat leert Paulus over de leefwijze van de vrouwen? vs. 9 en 10.

6. Wat leert Paulus over de plaats van de vrouw in de kerk?

7. Hoe moeten we denken over 't werk van Debora, Hulda (resp. Richt. 4 en 2 Kron. 34)?

8. Wat stelt Paulus over de positie van de vrouw in het algemeen? dB. H. Paul

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's

GEMEENTELEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's