JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN BAAN VOOR MARTIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN BAAN VOOR MARTIE

VERHAAL

6 minuten leestijd

Martie knikt lachend naar twee bewoners van het bejaardentehuis die naar de lift lopen. Ze moesten eens weten! Nu is ze nog een vreemde voor hen. Binnenkort zal dat veranderen. Volgende maand komt ze hier werken. Eén dag per week, de zaterdag. Leuk hoor! De ruime hal met daarin grote groene planten, een volière, aquarium, handwerkvitrine en een zitje doen gezellig aan.

Aan het einde van de lange gang weet ze de keuken en koffiekamer. Daar zal ze de meeste uren van de dag daarbrengen. Maar ook het rondbrengen van de maaltijden behoort tot haar taak.

De kanaries zingen. Martie zou zo wel mee willen zingen!

Vol verlangen kijkt ze uit naar de eerste zaterdag van de nieuwe maand.

Moeder was eerst niet zo. voor het plan van die ene werkdag. Ze opperde nogal wat bezwaren. Was bang dat het ten koste van Marties studie zou gaan. Ze waarschuwde: „Doorzetten is moeilijker dan beginnen Martie!"

Vader zei rustig: „Arbeid zal je nooit berouwen, daarom handen uit de mouwen. Enne... je verdient er een mooi zakcentje mee."

Martie knikte. Toch was dat financiële extraatje niet de belangrijkste reden. De diepste drijfveer was moeilijk te verwoorden. Dat was: anderen helpen. Of met andere woorden, niet zo vaak meer in de spreektaal gebruikt: dienen, barmhartigheid betonen.

Als klein kind speelde Martie ziekenhuisje. „Als ik groot ben word ik zuster", riep ze al toen ze nog maar een kleuter was.

Maar de laatste jaren heeft die zekerheid plaats gemaakt voor - misschien - . „Misschien word ik verpleegkundige." Ze durft niet meer. Men spreekt over medemenselijkheid als het gaat over het beëindigen van beginnend leven en beeindigen van eindigend leven.

Medemenselijkheid, soms gebruikt men zelfs het woord barmhartigheid. Daar staat het woord - hart - in. Wat een tegenstrij digheid!

Het grootste gedeelte van de stad slaapt nog als Martie naar het bejaardentehuis fietst. Het is zaterdag, veel mensen slapen uit. De voorbijrijdende bus is zo goed als leeg. De zon houdt zich nog schuil. Maar een merel zingt!

Hoe zal het gaan straks? Zal het meeof tegenvallen? Ze ziet er toch wel tegenop. Hoe zullen haar kollega's zijn? En hoe de bewoners van het huis? Doorzetten is moeilijker dan beginnen Martie! Doorzetten? En ze is nog niet eens begonnen!

Vooruit, geen zorgen voor de tijd. Ze fietst wat sneller door. Maar als het hoge gebouw voor haar oprijst, matigt ze haar vaart toch weer, Eén van de bejaarden komt naar buiten, ziet haar en zegt vriendelijk: „Goeiemorgen". Een gemoedelijk knikje. Meteen is Martie over haar drempelvrees heen.

Met een resoluut gebaar duwt ze de deur open en loopt naar binnen.

Het went snel. Ze is' blij met haar nieuwe baan. Heeft een paar aardige kollega's. Vooral het kontakt met de bewoners vindt ze fijn. Soms stuiten haar goed bedoelde woorden af op een nors zwijgen. Maar vaak ook is er echt kontakt. Enkele woorden. Een praatje. Soms tintelt daar de humor door. Dan is ze rap in haar antwoorden en klinkt haar hoge lach op. Andere keren luistert ze naar stil verdriet. Wat is leven? Het uitnemendste is moeite en verdriet. Moeilijk te begrijpen als je jong bent en je leven nog vóór je hebt, maar de mensen vertellen het, Moeite en verdriet, dat begint niet altijd als je oud bent!

Het liefst komt ze bij mevrouw Gispen., die zo goed vertellen maar ook... luisteren kan!

Boven het ouderwetse dressoir hangt een foto-van een blanke, vrouw met een mager zwart kindje op haar arm. „M'n nichtje", zegt mevrouw van Gispen. „Ze werkt in Cambodja".

Met iets van verlangen in haar ogen kijkt Martie naar de foto. Daar is hulp nodig. Daar kun je echt dienen!

Wat aarzelend spreekt ze die gedachte uit. De oude mevrouw knikt. „Ja, , daar is hulp nodig. Er heerst een onvoorstelbare ellende. Maar lichamelijke nood lenigen, lief zijn, lief doen, is niet voldoende. Dat is geen waarachtige hulp. Nooit mag vergeten worden dat een mens niet alleen een lichaam heeft, maar ook een ziel".

De aansluipende schemer geeft Martie wat meer vrijmoedigheid. Ze vertelt over haar verlangen om in de verpleging te gaan.

„Maar ik vind het zo^ moeilijk. Je naaste liefhebben als jezelf. Onkerkelijken zijn daar vaak een beter voorbeeld van dan christenen. Ik ben er vaak jaloers op. Maar toch voel ik dat er iets aan ontbreekt."

Ze zoekt naar woorden. Wat: is het moeilijk om je gedachten duidelijk weer te geven.

„Iets voor je naaste over te hebben, dat probeer ik. Vaak mislukt het. Thuis, op school, hier.

Met liefde bereik je veel. Dat weet ik, dat merk ik.

Maar wat voor verschil is er tussen mij en iemand die nooit in de kerk komt? U zegt: lief zijn, lief doen is niet voldoende. Maar als de wens tot helpen er is, als die liefde uit je hart komt, dan eh... dan is het toch goed?

Ik wil m'n naaste helpen. Ik heb altijd al verpleegkundige willen worden. Maar abortus, euthanasiea Durf ik - néé -te zeggen? Met wat voor argumenten zullen ze me proberen te overtuigen? In de verpleging gaan? Ik wil graag, maar ik durf niet!

Ik wil helpen, dienen, maar... hoe kan ik dat? Ik ben zo vaak, eh... zonder God. Begrijpt u me? "

Even is het stil. Dan klinkt de stem van mevrouw van Gispen:

„Als die liefde uit je hart komt! Ware liefde komt niet allereerst van binnenuit. Ware liefde komt van buitenaf. Ware liefde wordt in het hart uitgestort door de werking van de Heilige Geest. En pas dan bereik je het hart van de ander die God op je levensweg heeft geplaatst."

„Maar hoe kan Ik...? " Hulpeloos blijft ze middenin de zin steken. Troostend en bemoedigend klinkt het antwoord: „Wentel je weg op de Heere. En speciaal wat je toekomstplannen betreft: - Indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worden door Jezus Christus. Hoor je Martie! Kracht, die God verleent opdat God geprezen wordt!" Martie knikt zwijgend. „Dank u", zegt ze zacht.

Dan haast ze zich verder. De kopjes en bekers op de serveerwagen rammelen.

Een klopje op de deur. „Meneer van Gooyen, wat wilt u drinken? Koffie, thee, melk, karnemelk? "

Een nors: „Melk, maar niet van die warme en ook niet zo koud hoor" is het antwoord dat haar vanuit de* kamer bereikt.

Ze verbijt een lachje. „Alstublieft, precies op temperatuur. Eet en drinkt u smakelijk, "

Volgende deur. De verloren minuten moeten ingehaald worden. Verloren minuten? Waardevolle minuten!

Goes

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's

EEN BAAN VOOR MARTIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980

Daniel | 28 Pagina's