HELPEN IN NOOD
VRAAGGESPREK MET Ds. K. DE GIER. EN Ir. M. BURGGRAAF
Zaterdagmorgen 9 februari werden we op de theologische school in Rotterdam hartelijk ontvangen door de voorzitter van het deputaatschap tot hulpverlening in bijzondere noden, ds. K. de Gier en de secretaris, de heer M. Burggraaf. Met hen hadden we een heel gesprek over de hulpverlening, die vanuit onze gemeenten verricht wordt.
Kunt U iets vertellen over het ontstaan en het doel van uvo deputaatschap?
Ons werk is eigenlijk uit de nood geboren. Direkt na de oorlog was het vanzelfsprekend dat de nood van oorlogsslachtoffers en verwoeste kerken vroeg om een zekere koördinatie. Er werd toen een kommissie benoemd die koliekten organiseerde en hulp verleende. Ook de watersnood in 1953 noodzaakte ons allerlei aktiviteiten te ontplooien.
De nood van geloofsgenoten in Hongarije, ten gevolge van de russisclie inval in 1956, bracht ons ertoe om ook in het buitenland hulp te bieden,
Door de media werden we steeds meer gekonfronteerd met rampen en noodsituaties in de wereld. De Generale Synode van 1971 benadrukte daarom, de hulpverlening ook te brengen buiten eigen land, vooral daar waar geestelijk verwantschap met ons bestaat. Dit betekende dat de nadruk van ons werk nu vooral op buitenlandse hulpverlening kwam te liggen, zonder overigens de nood in eigen land te vergeten. Dit laatste ko.mt bijvoorbeeld uit in hulp die geboden wordt aan polio-patiënten.
Ook het deputaatschap voor de zending doet toel aan hulpverlening en maatschappelijk werk. Waarin verschilt deze hulpverlening met die van u?
Wij spelen in op noodsituaties waar dan ook ter wereld. Bij de zending staat de verkondiging van het Evangelie voorop en bovendien richt zij zich op bepaalde gebieden.
Mogen we ten aanzien van uw hulpverlening spreken van een soort werelddiakonaat?
Hulpverlening is duidelijk een diakonale taak. Primair moet deze zich richten op de eigen gemeenten. Daarnaast aan anderen, in het bijzonder aan „de huisgenoten des geloofs" die zich ook in het buitenland bevinden. Wij staan echter wat huiverig tegenover de term „werelddiakonaat", omdat het teveel gedachten oproept aan de Wereldraad van Kerken. Binnen deze organisatie heeft het woord „werelddiakonaat" een volledig horizontale vulling gekregen. Haar keuze voor hulpverlening blijkt bepaald
te worden door politieke motieven, gezien het feit dat zij vooral allerlei linkse bevrijdingsbewegingen steunt.
Een eigen zendingsorganisatie spreekt vanzelf, maar was hei op hulpverleningsterrein ook nodig om tot een eigen organisatie te komen?
Voor alle duidelijkheid stellen we dat ons deputaatschap al dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog. Allerlei organisaties zijn pas later ontstaan. Samenwerking met andere organisaties heeft voor-en nadelen. Bij bepaalde nood is het nodig kanalen te vinden waarlangs hulp verleend kan worden. Indien andere organisaties déze kanalen hebben, is het mogelijk daar dankbaar gebruik van te maken. Als wij via deze kanalen een bepaald projekt voor onze rekening kunnen nemen, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, is hier tegen geen bezwaar. Zo hebben we bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de mogelijkheden van Z.O.A. om. hulp te bieden aan de vluchtelingen uit Cambodja en Vietnam..
Deze wijze van werken biedt ons inziens de voorkeur boven het geheel opgaan in een interkerkelijke organisatie. Een volledige samenwerking kan gemakkelijk aanleiding geven tot het verlies van eigen identiteit.
Als deputaten blijven we bovendien verantwoordelijk voor de besteding van de ons toevertrouwde gelden. Het kan, daarom nodig zijn dat deputaten zich ter plaatse op de hoogte stellen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd ten aanzien van Guatemala.
Welke kriteria hanteert u om in aktie te komen?
Het is moeilijk om dat precies aan te geven. Het gebeurt dat vanuit de gemeenten spontaan een kollekte gehouden wordt voor een bepaalde nood..
Onze taak is dan om koördinerend op te treden. Om het geld zo goed mogelijk te besteden is het nodig deze akties te bundelen. De middelen zijn beperkt, dus moet er wèl gekozen worden voor bepaalde projekt en.
Elk jaar gaat er van ons een schrijven uit naar de gemeenten om in het najaar een kollekte te houden voor ons werk. Daarnaast wordt er een extra beroep gedaan in plotseling optredende noodsituaties, zoals nu gebeurd is ten aanzien van dei bootvluchtelingen.
Richt u zich op leniging van de ergste nood of ook op langerdurende projekt en, zoals bijvoorbeeld een organisatie als Woord en Daad doet?
Primair richten wij ons op akute noodsituaties. Dit betekent vaak hulpverlening in de vorm van voedsel, kleding en medikamenten.
Bij het probleem van de bootvluchtelingen doet zich echter de vraag voor of het niet zinvol is, zolang hulp te blijven verlenen totdat deze mensen weer in staat zijn een eigen bestaan op te bouwen.
In het geval van de poliopatiënten is onze hulpverlening er in eerste instantie op gericht bij te staan in de ergste nood. In enkele gevallen betekent dit dat er een aangepaste woning gebouwd moet worden.
Bij langduriger hulpverlening is overleg met andere deputaatschappen, in dit geval het deputaatschap Gezins-en bejaardenzorg, waarschijnlijk aan te bevelen.
Wat deed u besluiten tot de uitgave van uw blaadje „De Noodklok"?
Wij vonden het nuttig de gemeenten meer informatie te geven over ons werk, dat zich in deze welvaartstijd steeds meer uitbreidt. Het ligt in de bedoeling „De Noodklok" zo'n twee keer per jaar via de plaatselijke gemeenten te laten verspreiden.
Denkt u nog aan andere middelen om meer bekendheid te geven aan het werk van uw deputaatschap?
Alle classes zijn aangeschreven om. een diaken aan te wijzen die namens de gemeenten overleg pleegt met het deputaatschap. Op deze wijze is het beter mogelijk om gezamenlijk bepaalde projekten. aan te pakken. Bovendien blijft er zo ook bet kontakt met de gemeenten waardoor we op de hoogte blijven wat er binnen haar leeft. Ook verschijnen er regelmatig mededelingen in de Saambinder.
Hoeveel heeft de aktie naar aanleiding van de eerste uitgave van „De Noodklok" tot nu toe ongeveer opgebracht?
Naast de gebruikelijke jaarlijkse najaarskollekte is er voor de aktie ongeveer een half miljoen gulden binnen gekomen. Dit grote' bedrag stemt ons tot blijdschap.
Hebt u dit geld, of gedeelten ervan, reeds besteed en waaraan?
Voor de poliopatiënten kwam er zo'n 115.000 gulden binnen. De bedoeling is om twee aangepaste huizen te bouwen, één in Terneuzen en één in 's-Gravenpolder. Voor de bootvluchtelingen be'droeg: dit ongeveer 350.000 gulden. Dit geld! is voor een groot deel reeds besteed, o.a. voor de aankoop van 100 ton rijst voor vluchtelingen uit Cambodja. Een waarschijnlijk langerlopend projekt wordt de steun aan zo'n vierhonderd christenen uit Vietnam, die zich bevinden op de Anambus-eilanden.
Voor de zending zijn jongeren van onze gemeenten op verschillende manieren aktief. Ziet u mogelijkheden in deze richting ten opzichte van uw dejmtaatschap?
Wij staan zeker open voor initiatieven vanuit de gemeenten, ook van onze jongeren. We juichen dat zelfs toe. Hoe dit zich allemaal zal ontwikkelen kunnen we nog niet. overzien. Er moet een klankbodem voor zijn in de gemeenten. Het is bijvoorbeeld denkbaar dia-avonden te houden, maar dat vereist wel de inzet van diverse gemeenteleden.
Een andere mogelijkheid is dat één of meerdere jeugdverenigingen kontakt zoeken met ons deputaatschap, om zo gelden in te zamelen voor een bepaald projekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980
Daniel | 28 Pagina's