DE VREEMDELING
ONS VERVOLGVERHAAL (2)
Als Jarè dicht bij de vrouwen gekomen is, zien die dat Jarè een vreemde is. „Wah, wat kom jij hier doen? Wie ben je? Waar kom je zo alleen vandaan? " Jarè vertelt snel haar moeilijkheden en de vrouwen luisteren met grote ogen en soms gaan hun monden zelfs open van verbazing.
„Wat ben jij flink Jarè, jij die zelfs niet kan zeggen wie je bent. Kom vlug mee. Misschien kan de zuster je wel helpen".
Het wordt een moeilijke beslissing voor de hoofdmannen en de zuster. De hoofdmannen die niet mogen weten wie Jarè is, willen dat de vrouw weer vertrekt. Maar de zuster denkt er anders over. „Weet je, over enkele weken moet Jarè maar weer vertrekken en we houden haar zoon hier. De mensen van Jarè's dorp zullen denken dat het kind in Sora is. Jaren zal het hier veilig zijn. Daarvoor kan ik zorgen en dat wil ik graag doen".
Na veel heen en weer gepraat valt het besluit dat het kind in Wichoe blijft. Een paar weken later moet Jarè weer vertrekken. Wat heeft ze veel gezien en gehoord in deze tijd. Maar ja, ze moet weer terug naar haar eigen dorp. Hagabak kan anders op zoek gaan naar zijn vrouw, en dat mag niet.
Terug in het dorp vertelt Jarè niets van haar vreemde tocht. Stil bewaart ze het geheim en denkt veel na over alles wat ze meemaakte in het vreemde dorp.
Hagabak is blij dat Jarè weer terug is. Er wacht haar weer veel werk in zijn grote tuin. Over het kind wordt niet gesproken. Hagabak vraagt alleen of alles goed verlopen is. Jarè knikt hierop en vertelt verder niets, alleen maar dat er jaren niet gesproken mag worden over dit vreemde kind. En dat begrijpt Hagabak wel.
Met het kleine kind gaat het goed. De zuster vindt een pleegmoeder die dagelijks voor hem zorgt. Het jongetje leert lopen en als het een flink kereltje geworden is, krijgt het van de Wichoemensen een naam. „Goeson" noemen de mensen hem. „Vreemdeling" betekent dat. De mensen vinden Goeson een leuk ventje, maar toch blijft hij een vreemde voor hen. Dit komt niet alleen omdat ze niet weten wie hij is, maar ook omdat zijn vel licht van kleur is.
Goeson komt bij het groter worden steeds meer bij de zuster. Hij leert veel van haar en zij leert veel van hem. Goeson leert lezen en ook hoort hij uit het woord van God. In het dorp blijft Goeson een vreemde, hij hoort wèl en niet bij het volk.
Jaren gaan voorbij. Vaak denkt Hagabak aan zijn zoon die in Sora is. Eindelijk komt de tijd dat hij groot moet zijn. In Hagabaks dorp komen de grote feesten. Jongens zullen mannen zijn. Niet langer zullen ze in de vrouwenhutten blijven. Ze zullen mannen worden en mee mogen doen in de strijd. In het dorp wordt het feest. Wilde dansen worden ter ere van de jongens en
geesten xiitgevoerd Hagabak maakt bekend dat nu ook zijn zoon terug zal keren. „Zorg dat alles klaar is, wanneer ik terugkom", beveelt de hoofdman. Hagabak vertrekt. Alleen, niemand mag met de hoofdman mee. Hagabak loopt snel. Hij is nog flink en sterk. Snel snel naar Sora.
In Sora kennen de mensen Hagabak wel. Het is lang geleden dat ze de hoofdman hebben gezien. Maar dan krijgt flagabak vreemd© dingen te horen. „Een kind, hier al heel lang geleden gebracht? " Een kind, waar niemand over spreken mocht? " Niets weet men hiervan, ook de medicijnman niet. Na veel gepraat begrijpt Hagabak dat Jarè hem bedrogen heeft. Maar waar, waar is zijnz oon?
Dan wordt Hagabak kwaad. Hij denkt, dat hij het misschien al weet. Hoe durfde ze, die Jarè, denkt hij. Snel vertrekt Hagabak weer uit het dorp. Hij moet verder, naar het volgende dorp.
Otterlo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1980
Daniel | 28 Pagina's