HET IS GOED OM TE WETEN . . . over alkohol
Ik heb eens het stervensverhaal gelezen van een jonge vrouw, die met een alkoholist getrouwd was. Had ze het maar van tevoren geweten. Haar leven was kort, maar lang genoeg om een heel dik boek té schrijven, en als het moest met deze wanhopige titel er op: „De geheimen van de binnenkamer". Ze kon sterven, want ze kende een Borg voor haar ziel en een God voor haar hart in al haar levensleed en stervenssmart. De dood komt daarom voor haar als een verlosser. En toch is het sterven voor haar moeilijk uit bezorgdheid voor haar enig kind, dat moederloos (en erger hier dan vaderloos) in de wereld zal achterblijven. Op haar sterfbed pleit ze met haar man, of hij het kind toch lief wil hebben na haar dood. Die liefde moet hij bewijzen door een schoon blad in zijn levensboek op te slaan. Tot tranen toe is hij nu bewogen; hij neemt haar stervende hand in zijn trillende vuist en doet de vaste belofte aan zijn stervende vrouw: „Geen glas drink ik meer of ik moest het uit jouw hand ontvangen". Dan valt haar hoofd in het kussen en zij sterft. Maar luister! Diezelfde nacht neemt hij de jeneverfles en vult een glas. Hij zal zijn woord echter niet breken, nee, wees daar gerust op, hij zal zijn gedane belofte niet schenden! Want hij treedt het doodsvertrek binnen en nadert het doodsbed waarop zijn vrouw ligt; hij slaat de lakens opzij, drukt haar het glas tussen de verstijfde vingers, en zie, dan neemt hij het uit haar hand, zoals hij haar gezegd had.
Drankellende
De drankellende is in veel gezinnen groot en bitter en is de oorzaak van meer verborgen verdriet en kruis dan we denken. Verslaving en overmatig gebruik maakt de sterke drank tot een dief. Hij haalt ons he: t geld uit. de zak, het verstand uit het hoofd, de liefde uit het hart. Hij rooft de vrede uit ons gezin, de kracht uit onze wil, verbreekt onderlinge banden. Hij is de oorzaak van menige echtelijke twist, verbreekt de band in het huwelijk. En bovendien is deze verslaving een zware slagboom tussen de Heere en onze ziel, waardoor ons gebed verhinderd wordt.
Het overmatig gebruik van alkohol met al zijn gevaren is een verschijnsel van deze tijd met alle overdaad en welvaart, een tijd waarin bijna alles binnen handbereik ligt van de moderne mens. Een tijd waarin party-shops-en drankwinkels goede zwier maken.
Wat zei de Heere Jezus?
Merkwaardig is in dit opzicht het stilzwijgen van de Heere Jezus, waarop men zich wel eens beroept om het drankgebruik te verdedigen. Hijzelf wilde immers op de bruiloft te Kana water in wijn veranderen. De Heere Jezus ontzag zich niet de toenmalige volkszonden met name te noemen. Evenals de profeten vroeger elk kwaad dat algemeen was en daardoor het volksbestaan ondermijnde, met name noemden, en hun machtige stem verhieven tegen oneerlijke handel, bedroig in maten of gewichten, woeker, weelde, ombuigen van het recht, omkoopbaarheid, zo trof ook het ontzaglijke wee van de Heere Jezus de nationale zonden van Zijn tijd. Met buitengewone strengheid trad Hij op tegen de geestelijke hoogmoed van de Farizeeën met hun brede gedenkcedels, tegen de manier waarop ze hun liefdegaven schonken, tegen het onrecht dat de weduwe werd aangedaan, enz. Maar het drankkwaad droeg in Jezus dagen zo weinig het karakter van een volkszonde, dat Hij geen bijzondere aanleiding vond het opzettelijk te vermelden.
Wat zegt de Bijbel over alkohol?
Wij zijn als christelijke natie echter bezig te verdrinken in de alkohol, die zijn honderdduizenden a.1 heeft verslaigen. Deze verslaving gaat ook het z.g. christelijke huisgezin niet voorbij. Het, zijn sterke benen die die weelde kunnen dragen en die die matigheid in alles kunnen betrachten welke Gods Woord ons in alles voorhoudt. En ook hier geildt de regel: „Goed voorbeeld doet goed volgen".
Ieder die met de inhoud van de Bijbel op de hoogte is, weet d!at daarin op veel plaatsen over wijn gesproken wordt.
De eerste plaats is al Genesis 9 : 21 waar van Noach gezegd wordt, da.t hij dronk van de wijn, die hij gewonnen had uit de door hem geplante wijngaard.
Meer dan honderd maal komt het woord, „wijn" voor. Naast die wijn wordt 21 maal in het Oude en één miaal in het Nieuwe Testament gesproken over „sterke drank".
Een andere zaak die ons opvalt bij het lezen van Godis Woord is, dat over wijn en sterke drank nooit gesproken wordt als over iets, dat in zichzelf verkeerd is en waarvan een matig gebruik verboden wordt. Er wordt zelfs over wijn gesproken als over een goede gave Gods. Neem je Bijbel en lees maar wat de Heere zegt in Deut. 14 : 26 en Ps. 104 : 14-15. En zowel in Zijn bedreigingen zoals in Zefanja 1:13 als wel in Zijn beloften zoals in Jes. 65 : 21 gebruikten de profeten de beeldende taal van de wijnoogst. Maar de waarschuwende vinger Gods gaat ook omhoog, zodra wij Zijn goede gaven misbruiken door verslaving en misbruik en een zegen van de Heere in een vloek veranderen. Terecht spreekt dan de volksmond van „hellevocht" en van de „vloeibare duivel", die de: orzaak is van veel stille armoede, huwelijksverdriet en vaak onbarmhartige huiselijke tuchtoefening door ongeremde driftuitbarstingen. En het allerergst is dat dan de drankzucht voor duizenden in hun geestelijke leven is als d'e steen voor Lazarus graf, , die de dode van de Levende scheidt. Met bijzondere ernst en nadruk heeft de Heere de droeve geschiedenis van Noachs dronkenschap laten optekenen, evenals de bittere gevolgen die het overmatig drankgebruik voor Lot en zijn kinderen heeft gehad.
En neem maar weer je Bijbel en lees zelf de waarschuwende woorden van de wijze spreukendichter Salomo in Spreuken 20 : 1 en vooral ook Spreuken 23 : 29-35 en 31 : 4-5! Voor Zijn heilige dienst geeft de Heere zelfs aparte voorschriften zoals wij kunnen lezen in Leviticus 10 : 8-11. Het is zeer opmerkelijk dat deze voorschriften door de Heere gegeven werdlen juist na het droeve gebeuren met Nadab en Abihu, die door de Heere gedood werden omdat zij vreemd vuur brachten voor het Aangezicht des Heeren. Er is door sommige schriftverklaarders wel eens verband gelegd tussen de voorschriften in Leviticus 10 : 8-11 en mogelijke dronkenschap van Nadab en Abihu.
Wie mochten geen alkohol gebruiken?
De Israëlieten mochten voor het Aangezicht des Heeren hun feesten vieren met wijn en sterke drank, maar het was op straffe des doods aan de priesters verboden om bij het ingaan tot hun heilig dienstwerk wijn of sterke drank te gebruiken. Ook bij het nazireeërsohap, zoals bij Simson en Johannes de Doper, hoorde volledige onthouding van alle alkoholische dranken om daardoor een leven van volledige, tedere toewijding aan de dienst des Heeren voor te staan.
Van de Rechabieten weten we uit Jeremia 35 dat het geheelonthouders waren en door de Heere geprezen werden om hun trouw aan het gebod van hun voorvader Rechab. Paulus geeft echter zijn geestelijke zoon Timotheüs de vaderlijke raad niet alleen water, maar ook een weinig wijn te gebruiken „om "Uw maag en menigvuldige zwakheden". In onze hedendaagse samenleving heeft het drankgebruik een zodanige plaats ingenomen, dat wij leven in een land waarin de drankzonde ontzaglijke afmetingen heeft aangenomen die tot steeds grotere zorg leidt.
Paulus geeft ons een beschamende, leefregel mee in 1 Kor. 10 : 31: Hetzij dian .dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods".
Goed voorbeeld geven in matigheid.
Wie staat voor deze reine spiegel, die gericht is op Gods eer dan niet schuldig tegenover de I-Ieere, die eist diat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest; maar wie staat hier ook niet schuldig tegenover zijn zwakke naaste?
Meer dan ooit is het nu in onze tijd nodig, in ons gezin, maar ook naar buiten het goede voorbeeld te geven in matigheid en soberheid 1 . Juist als we ervaren dat ons hart open ligt voor bepaalde zonden, hebben wij biddende de gesel van zelftucht te hanteren. De Heere Jezus geeft goddelijk onderwijs in de bergrede: „Indien dan Uw rechteroog U ergert, trek het uit, en werp het van U; want het is U nut, .dat een uwer leden verga., en niet Uw gehele lichaam in de hel geworpen worde."
En wat moet het ons aanvliegen met schuldgevoelens, wanneer wij bijvoorbeeld als vader door onze zondige drinkgewoonten voor onze kinderen of voor anderen de oorzaak zijn geweest van hun verslaving en drankmisbruik.
De Heere Jezus leerde Zijn kerk bidden: „En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze".
Veel „problemen" worden dagelijks weggedronken, althans dat denken we, want onder de bedwelmende macht van die drank zullen we straks stikken. Het is op de duur bij de alkoiholist als bij een wanhopige man in een boot bij aflopend getij, die door de machtige oceaan al verder en verdier van het strand weggezogen wordt. Eerst ziet hij alles nog op het veilige strand; vervolgens is het de kustlijn met d.e hogere punten; eindelijk zijn het nog de torens van de stad en dan is er ten slotte niets meer dan een graf in de golven.
Dorsten naar de levensbron
Het grootste „probleem" dat het radeloze zondaarshart bezet, kan niet worden weggedronken met wijn of sterke drank, want dat doet ons dorsten naar die Grote Levensbron. De zondaar die in de eenzaamheid zijn zondesmart doorleeft, omdat het een goedertieren God smarten heeft aangedaan, kan alleen troost en lafenis vinden aan de voeten van I-Iem, Die .zondaren nodigt tot de wateren des Levens om niet. Voor die ten dode wankelen onder hun onbetaalde schuld tegenover een heilig en. rechtvaardig God, is Hij de allesverza.dig.ende Fontein van levend, water. I-Iet is Gods nederbuigende liefde tot het verlorene, Die aan zondesla ven laat prediken: „De. goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot die HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldxglijk".
Door de trekkende kracht van Zijn eeuwige liefde, worden ons de zonden tot een bittere liefdesmart en gaat het verlangen in ons leven heilig voor Hem te leven. En alleen in een dagelijkse worsteling wordt door Zijn kracht het, vlees gekruisigd met zijn begeerlijkheden en rijst steeds meer de bede: „O Zoon, maak ons U beeld gelijk."
Gods Woord zegt: „Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien".
Als we ons steeds meer overgeven aan onze zondige .drinkgewoonten, zijn we als een man, die temidden van een sneeuwstorm: op reis' is. Hij is ver van zijn huis en ver van een schuilplaats. Bij ieder stap zinkt hij dieper in de opeengehoopte sneeuw. Een ongekende gevoelloosheid bevangt hem. Zelfs de dood heeft voor hem zijn schrik verloren. Naarmate zijn gevaar toeneemt, vermindert zijn vrees. Een grote afmatting maakt zich van hem meester, zodat hij neerzinkt om gerust te slapen., maar... om nimmer te ontwaken.
Het vernederende besef, dat wij ook .door o.ns overmatig drinken van wat de Heere als een gave schonik, doelmissers zijn geworden, moet ons als een doodschuldige zondaar brengen aan de voeten van Hem, Die in Zijn stervensklacht aan het gevloekte kruishout heeft uitgeroepen: „Mij dorst", opdat Hij dorstende zondaren naar Zijn gerechtigheid zou laven uit de bronnen der zaligheid. Wat worden daar onze zonden als schulden bitter en smartelijk, als we Hem daar als de gezegende van de Vader zien hangen in Zijn volkomen heiligheid en onschuld. Toen. Hij, Die geen zonde gekend noch gedaan had, dorstte gaf men Hem gemirrede wijn te drinken. En het is nog: in die gezegende Naam, dat de eeuwige God. laat prediken aan armen en ellendigen:
„Zo iemand: dorst, die kome tot Mij en drinke". Alleen in die Naam is de volheid van vrede, troost, blijdschap, levens-en stervensgenade.
En de ware zielevreugde ligt alleen in Hem, Die uit eeuwige liefdie dorst naar een arm zondaarsvolk, dat buiten Hem de eeuwige dood heelt leren sterven, maar dat Hij nodigt tot Zijn gemeenschap aan Zijn tafel; en tot wie Hij roept tot hun onuitsprekelijke troost: „Mijn bloed is waarlijk drank".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1980
Daniel | 27 Pagina's