HET IK-TIJDPERK
We zijn met elkaar de tachtiger jaren binnengetreden. Het centrale thema voor die jaren moet worden: nog meer aandacht voor de mens-zelf, het ik-tijdperk. De zeventiger jaren, die net achter ons liggen, hebben de indruk van een grote matheid gegeven op velerlei terrein.
Maar nu gaat het weer komen...
De mens moet meer vertrouwen in en op zichzelf stellen. Wij maken zelf uit wat er moet gebeuren. Geen God en geen meester boven ons. Het als God willen zijn; het moedwillig ingaan tegen Gods geboden, zit ons in het bloed.
De zondeval, waarvan het begin ons in Genesis 3 beschreven wordt, werpt steeds meer bittere vruchten af. De wetteloosheid, op allerlei gebied! breidt zich als een olievlek uit en trekt zich niet. van kerkmuren en kerkgrenzen aan. Of moet ik het zo zeggen: et oordeel breekt zich juist baan vanuit de kerken? ! Het is in elk geval wel zo, dat alles wat er nu gebeurt, zal uitmonden in het openbaar-komen van de mens der zonde, - de antichrist (2 Thess. 2:3).
Om nu niet in de maalstroom van verwarring nog verder meegesleept te worden, is het nodig dat wij in het ik-tijdperk van harte (als antwoord op het onbegrijpelijke, wederbarende werk van de Heilige Geest in ons leven) met Petrus mogen belijden én beleven, op de vraag van de mensgeworden Zoon van God: „Wie zegt gij dat IK ben? "... „Gij zij.t de Christus, de Zoon van de levende God!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1980
Daniel | 27 Pagina's