WEINIG EN TOCH VEEL
Weinig moeite kost het mevr. A. om dagelijks even op bezoek te gaan in het tehuis waar de heer X. al jaren wordt verpleegd. Ongeveer half één stapt ze binnen. Ze leest dan een hoofdstuk uit de Bijbel, aangezien de heer X. er zelf niet toe in staat is. Soms schrijft ze een brief of een kaart; vaak praat ze alleen een kwartiertje en gaat dan weer naar huis. Voor haar is het weinig moeite en een prettitge onderbreking van de lange dag, maar voor de heer X. betekent het heel veel. Hij krijgt weinig bezoek van familie. Een vrouw heeft hij niet meer en zijn dochter woont ver weg. Bovendien heeft het bijbellezen een grote betekenis voor hem gekregen omdat het Gods Woord is en hij daar alleen troost uit kan putten.
De familie L. vindt het weinig wat zij doet voor Theoi. Maar de jongen is erg blij met zijn pleeggezin, dat hem uit zijn isolement heeft gehaald. Hij krijgt nu regelmatig bezoek en soms gaat hij er logeren. Toen hij klein was, is hij al naar het grote huis gegaan, waar nog honderden andere jongens en meisjes wonen, die net als hij niet kunnen leren. Eerst kwamen zijn ouders nog wel eens, maar dat is al lang geelden. Het is heerlijk om bezoek te krijgen, en er zijn er zoveel voor wie nooit iemand komt. Nu heeft hij weer familie: een vader en moeder en broers en een zusje. Nu heeft Theo weer iets om naar uit te zien. Nu wordt er weer voor en met hem gebeden.
Heel veel van deze verhalen zouden er te vertellen zijn, maar veel meer nog over hen voor wie nooit iemand komt, over hen die er zo'n behoefte aan hebben dat er eens iemand' met hen gaat rijden in het park, of over degenen die het verleerd zijn om naar de kerk te gaan, aanvankelijk omdat ze opstandig waren en later, toen de scherpe kantjes er wat afgesleten waren, omdat niemand meer aanbood hen op te halen. Er zou ook verteld kunnen worden over hen die het bidden verleerd zijn en over hen die het nooit geleerd hebben. Wellicht kan het veel, ja alles, voor hen betekenen, wanneer er eens iemand kwam die, wellicht met weinig woorden, hen de weg wees naar de enige Weg, de Waarheid en het Leven, Wiens komst in het vlees we nog maar zo kort geleden hebben herdacht.
In zondag 32 van de Heidelbergse Catechismus staat: „Opdat onze naaste door onze wandel zou gewonnen worden". Het voorleven is vaak nog veel belangrijker, dan de woorden die we gebruiken. Is het in ons leven zichtbaar dat we christenen zijn? Ook al durven we dat woord niet met een hoofdletter te schrijven wat onszelf betreft. De wereld verwacht van ons, dde lid zijn van een christelijke kerk dat we ons als christenen gedragen. En hoe weinig komt dat in ons leven openbaar! Het „ga heen en wordt warm" is geen antwoord van een christen. Wij hebben immers als kind al geleerd onze naaste lief te hebben als onszelf. Dat we daar niéts van terecht brengen is alleen onze eigen schuld. Zegt de I-Ieere niet in Zijn Woord 1 : „Indien iemand iets ontbreekt, dat hij het van Mij begere". Die mildelijk geeft en niet verwijt? Hoe vaak hebben we de Heere nodig op dit terrein? Kruipen we niet veel gemakkelijker weg achter onze onmacht, terwijl het in wezen onwil is?
Maar gelukkig weten we dat er veel gedaan wordt. En wellicht hebt U er nooit bij stil gestaan dat er zo'n behoefte aan is. Daarom zijn we van mening dat het goed is u wat voorbeelden te geven ter navolging.
Is er in uw woonplaats een verpleegtehuis, een zwakzinnigeninrichting of een bejaardentehuis? Informeer dan eens of er soms mensen worden verpleegd of verzorgd die nooit bezoek krijgen.
Wellicht is het mogelijk eens een gezellige avond te organiseren. Als vrouwenvereniging kunt u bijvoorbeeld, een broodmaaltijd verzorgen in die rekreatiezaal van het bejaardentehuis, waar uw predikant een meditatie houdt en u als vereniging een paar verzen zingt. Het zal zeker op prijs gesteld worden, ook al bent u niet geschoold. Vraag hierbij vooral ook de medewerking van de jeugdvereniging.
In een stad „ergens in ons land" wordt elke dinsdagavond een meditatiebandje afgedraaid in een verpleegtehuis, en de belangstelling daarvoor neemt steeds toe. Aan-
varikelijk waren er alleen leden van onze eigen gemeente uitgenodigd, maar er zijn anderen, zelfs onkerkelijken, die er graag naar komen luisteren. Er zijn enkele ambtsdragers die om beurten de leiding voor deze avonden op zich hebben genomen, terwijl één van hen er voor zorgt dat er voldoende meditaties zijn, die duidelijk zijn uitgesproken. Bovendien zijn er zo-'n 40 a 50 dames, die elk een of twee personen regelmatig bezoeken en indien mogelijk ook zorgen voor vervoer naar de kerk.
Ook per brief kan zo veel worden gedaan voor eenzamen in de tehuizen. Dit voor ons zo weinige betekent veel meer voor hen dan wij deniken. I-Iet betekent dat er iemand is die aan hen denkt, die de moeite neemt om een kaart of brief te sturen. Om dat enigszins te kuinnen begrijpen moeten we proberen ons te verplaatsen in de omstandigheden waarin zij verkeren. Slechts zelden zal een patiënt in een verpleegtehuis een één-persoons kamer hebben. Meestal zijn het vier-persoons kamers en ieder heeft dan een bed met nachtkastje en een smalle kast tot zijn of haar beschikking, Deze mensen zijn nooit of vrijwel nooit alleen. Zelfs als zij bezoek krijgen zijn er altijd anderen bij. Deze mensen zullen vaak terugdenken aan vroeger toen ook zij een gezellige woning hadden en wellicht zelf alles konden doen, terwijl zij nu afhankelijk zijn. Als u zover bent met uw gedachten, dan zult u er ook begrip voor hebben dat er wel eens gemopperd wordt. Juist dat afhankelijk zijn wil men immers niet. Wij net z.o min. Ons hoogmoedig hart wil niet geholpen worden. We leven in een zogenaamde prestatiemaatschappij, waarin de sterke, de grote, de rijke en .degene die hoge cijfers haalt naar de ogen wordt gekeken, terwijl er neergezien wordt op hem of haar die niet zo sterk is, die niet zo goed kan leren. Misschien zegt u: „nu diie tijd hebben we wel gehad, we kijken er niet meer op neer!" Maar als we heel eerlijk zijn, willen we er liever toch niet bij horen; willen we toch maar graag onszelf helpen. Dat is een vrucht uit het paradijs. En als we onszelf leren kennen als één brok hoogmoed, dan zullen we ook niet neerzien op iemand die het maar erg moeilijk heeft. Zal zo iemand dan niet blij zijn als hij of zij wordt geholpen? O ja, maar ze hebben het zo moeilijk dat ze geen dankbaarheid kunnen tonen. Daar mag het ons ook niet om gaan. Ons helpen is immers een „mogen helpen" omdat we onze gezondheid ook niét hebben verdiend. Wij hebben alleen de dood verdiend en ons leven, ook het geschonden leven, is nog genade. Daarom wordt het ook „genadetijd" genoemd: een uit genade ontvangen tijd om die te gebruiken om genade te mogen verkrijgen. Genade om. te leven en ook om te sterven. Ons helpen is dan ook geen verdienste van ons, maar een geschonken goed, wat alle roem van onze zijde uitsluit.
Ons helpen is ook een gebod: „Doet wel aan allen". Ook als we denken dat we het niet kunnen of niet goed zullen doen; toch maar doen. Het gebod' niet opvolgen is altijd verkeerd (ongehoorzaamheid). Bij de — met gebreken — gegeven hulp behoort dan ook altijd ons gebed of de Heere het wil zegenen en het verkeerde dat er in was wil vergeven, opdat het weinige wat we kunnen doen veel mag worden voor hen die zoveel moeten ontberen.
Van harte sterkte toegewenst! . . . .
Als bondsbestuur zouden we in onze „Pagina" regelmatig wat adressen kunnen vermelden, bijvoorbeeld met de verjaardagsdatum, van hen die langdurig worden verpleegd, zodat er door u aandacht aan besteed kan worden.
Vragenlijsten
Net als wij zult ook u wel nieuwsgierig, zijn naar de vragenlijsten. Daarom lijkt het ons goed u op de hoogte te houden.
De eerste die binnenkwam was uit Zoiutelande en de laatste? Die is er nog lang niet. Nou, nee dat durven we niet te schrijven. Het is nu we dit. schrijven 10 januari (de kopij moet nu eenmaal vroeg binnen zijn) maar het lijkt ons niet waarschijnlijk dat op 16 januari a.s. alle lijsten , zijn geretourneerd. We hebben niet te klagen over onze sekretaresses en bovendien hebben we er best begrip voor dat zo'n karweitje ten gevolge van de feestdagen wat onder op het stapeltje is gekomen. De helft is er nu e oh ter nog met!
Een van de eerste gegevens die door ons verwerkt wordt is het ledenaantal. Was er groei of verlies?
Ook als bondsbestuur zijn we blij als we zien dat „Kleine Kracht" uit Rhenen in 1978 nog 9 leden telde en nu 18. Van harte gefeliciteerd hoor! Toch hopen we dat u, ondanks de meerdere krachten, klein van kracht in uzelf mag zijn en uw hulp van de Heere zult verwachten.
Ook „Dorcas" in Genemuiden vertoont een stijgende lijn in het ledental. Waren er in 1975 nog slechts 15 leden, in 1979 waren het er 21 en nu zelfs 27.
„Bidt en Werkt" in Hardinxveld-Giessendam moest verleden jaar een verlies van 5 leden melden, maar mag nu weer een winst van 9 opgeven.
„Tryfosa" in Moerkapelle mocht een winst van 7 leden boeken en Goes ging van die 90 naar de 98 leden.
En dan de vraag over de huishoudelijke vergadering. Utrecht of Zeist? Wa.t dat betreft zijn de meningen heel erg verdeeld. Bijvoorbeeld: als reden van voorkeur wordt zowel voor Utrecht als voor Zeist opgegeven dat het uitstallen van de handwerken beter is, en wat de bereikbaarheid betreft wordt er voor Utrecht gekozen door hen die per openbaar vervoer komen. Zij die per auto komen, geven de voorkeur aan Zeist, mede in verband met de parkeerproblemen in de Domstad. Ook heit woord „gezelliger" wordt voor beide plaatsen genoemd. Zo te zien zal Utrecht, wel als. overwinnaar uit de bus komen.
Eén van onze verenigingen gaf als voorkeur „De Doelen" op. Uw hoofdbestuur heeft daar nog niet aan gedacht, maar een kerk lijkt ons gezelliger.
Vragen, wensen of opmerkingen zijn er meestal weinig. Een vand!aa: g binnengekomen wens willen we u vast meedelen: „Onze vereniging wenst zich bij dezen aan te sluiten bij de Bond". Graag ontvangen we nog meer van deze wensen!
Het deed ons ook goed als er een nieuwjaarswens was vermeld. Hoewel er reeds in onze brief van december aandacht aan besteed is, willen we u van deze plaats Gods onmisbare zegen toewensen. Hij stelle u tot een zegen, zowel in het verenigingsleven als persoonlijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1980
Daniel | 27 Pagina's