GELOVEN BUITEN DE KERK?
Er is toch „iets"
Met dit opschrift kan ik alle kanten op. Ieder mens heeft een ingeschapen Gods-kennis (Room. 2 : 14 - 15); het besef dat er iets hoigers is dat invloed op je leven heeft, dat alles bestuurt. Iets onbekends dat je niet grijpen kunt, maar wel angsten geeft. In de zeventiger jaren, die we net afgesloten hebben, is er een grote religieuze opleving gaande geweest. Aan het begin van die jaren heeft de Jezus-beweging veel jongeren in de greep gehad. De zonden, zoals drugs en vrije seks zijn in de meeste gevallen niet meer „beoefend", Jezus zou dé oplossing zijn én geven. De welvaart geeft heel wat mogelijkheden om het leven te vergemakkelijken, maar geeft niet de tevredenheid, de zin in het leven, het welzijn, waardoor de mens volop genieten kan. Maar in de loop van de' zeventiger jaren zijn weer veel jongeren teruggevallen (en dan meestal intenser!) in de vorige „zonden". De zin in én van het leven is verdwenen, de eenzaamheid trekt de één na de ander in de afgrond, naar de plaats waar „wening en gekners van tanden" zal zijn.
Daarnaast is de aandacht voor het hogere buiten en boven ons toegenomen. Ik denk dan aan de invloed van allerlei mystieke bewegingen. Met het aksent op de zelfverlossing om zodoende de ontvluchting van de werkelijkheid te bereiken. Allerlei okkulte verschijnselen, zoals: magie, horoscoop, satanskultus verheugen zich in een verhoogde belangstelling. Berichten uit Rusland en China geven aan, dat er ook in deze landen veel interesse .is bij de jongeren voor het niet-(be)grijpbare, het transcedente. De mens-mens-relatie geeft niet die bevrediging die gezocht wordt. Wie kan dan wel (en hoe dan? ) de ware rust schenken?
De kerk ?
De kerk heeft, in het algemeen gesproken, in de genoemde jaren, de jaren van de matheid, veel terrein verloren. Daar zijn heel wat faktoren voor aan te wijzen. Het moderne levensbesef dringt ook in kerkelijke kringen binnen. Er wordt gedaan (met ds mond wordt er mogelijk iets anders beweerd) alsof we niet sterven moeten, alsof .er geen leven na dit leven is, alsof er geen God meer is. De verwereldlijking neemt igrove vormen aan; het heidendom. krijgt weer ruim baan. Veel mensen zijn door het christendom „heengezakt" en hebben hun „anker" op een andere bodem uitgegooid. Gevolg: anti-christelijkheid, wetteloosheid, liefdeloosheid!
De mensen willen niet teveel bindingen en plichten hebben; ze zien allerlei instituten, o.a. de kerk, niet meer zitten. De vrijheidsroes, door het emancipatie-denken aangewakkerd, geeft de houding van: ik zie, ik doe, ik weiger... Kortom: het egoïsme viert hoogtij! En intussen heeft de kerk weinig werfkracht. Het is vaak in-en uitpraten. Vlees noch vis! Aan de ene kant lijkt alles gericht te zijn op de verbetering van de posities van minderheidsgroepen, zoals gastarbeiders, zigeuners en met. het oog op de gehele wereld: de armen, de verdrukten en
gediskrimineerden. Aan de andere kant doet de kerk of er niets aan de hand is en kiest geen partij in allerlei theologische en levensvragen. Heeft het behoren tot de kerk dan geen gevolgen voor het staan in het leven?
Waar is dan de echte vreugde en blijdschap, de gemeenschap der heiligen, de Zijn de sekten dan toch de onbetaalde rekeningen van de kerk? Waar is de geloofwaardigheid in het dagelijks leven van degenen, die zondag aan zondag in de kerk komen, van maandag tot zaterdag te bespeuren?
En de kerk clan ?
De bewegingen die naast de kerk (en) ontstaan en vèel jongeren in hun greep hebben, roepen terug tot het lezen van de Bijbel en het gebed, tot het klaar staan voor elkaar en het getuigen.
De kerk staat „op de tocht". De Heilige Geest zou zich niet binden aan Zijn (eigen) Woord, maar zich opnieuw „openbaren" en zodoende de Bijbel aanvullen. De eerste christengemeente zou model moeten staan voor onze tijd. De huisgemeente zou te verkiezen zijn boven de kerk als instituut. De ambten worden niet meer gezien als door God ingesteld, maar als instellingen uit de periode van de kerk, toen de apostelen allemaal overleden waren en de kerk in de verwarring dreigde terecht te komen. De waarde van de sacramenten wordt gebagatelliseerd. De kinderdoop roept zoveel vragen op, dat er al heel wat dominees en voorgangers zijn, die weigeren om te dopen en de herdoop propageren. Het Heilig Avondmaal wordt teruggebracht tot een „liefdemaaltijd" met het hele gezin. Op deze manier worden heel wat zaken, die onder ons volkomen zekerheid hebben tot op deze dag, in een ander (denkkader geplaatst en van een andere „vulling" voorzien.
Uit vele gesprekken wordt duidelijk, dat degene, die niet (meer) tot een kerk behoort, zegt, ik ben wel religieus, ik geloof wel hoor maar verder?
De onderlinge bijeenkomsten van de gemeente worden gemeden en de zondag, als de dag van afzondering, wordt op een andere wijze gevuld.
Uit kerkelijke ouders geboren, wat een zegen !
Wat moeten we met het bovenstaande aan?
Het is een grote genade dat we geboren zijn uit ouders die bij een kerk behoren. Dat we door het teken van de doop, zonder dat we dat allemaal begrijpen én beamen, aangewezen worden als zondaar en heengewezen worden naar het Lam Gods dat de zonde van de wereld weggedragen heeft.
Dat we deel uitmaken van de zichtbare kerk, die door Christus Zelf ingesteld is, is ook een grote zegen. Want alle elementen die de zichtbare kerk vormen, zijn door Christus gegeven: de prediking van het Evangelie, de instelling en de bediening van de sacramenten, de ambten en de kerkelijke tucht. De zichtbare kerk is zo het gewaad waarin de onzichtbare kerk, dus de bruid van Christus, hier op aarde wandelt.
Die bruid mag niet zonder het gewaad, dat Christus haar gegeven heeft, over de wereld gaan. Geloven buiten de kerk, dat is ten diepste ongehoorzaamheid aan de Koning van de Kerk, de Heere Jezus Christus.
In de Bijbel wordt de kerk onze moeder genoemd. Nou, van je moeder houd je, voor haar spring je op de ketting. Laten we dan ons goed realiseren dat het heel wat betekent als je de instelling van God de rug toekeert! En je mogelijk terecht komt in een geloofsklimaat, waarin je alles zelf kunt verdienen én vasthouden, je aangezet wordt tot een stuk aktivisme dat verwordt tot wetticisme. In dit klimaat moet je altijd op de hoogtepunten van het geloof verkeren, want de geloofs-volmaaktheid bereik je in dit leven, en daardoor wordt je ten diepste toch weer op je zelf teruggeworpen. Alles draait niet om de geloofsvrijheid, als geschenk van de Heilige Geest, maar om de vrome christen die zijn stand op moet houden, want ongeloof en twijfel zijn uit het woordenboek geschrapt.
Ja maar, ....
De tegenwerpingen liggen voor het oprapen:
Ja maar, over welke kerk heb je het nu eigenlijk? En zijn er nogal wat! Dat is zo, waar is de verootmoediging?
Ja maar, in de kerk zijn ze zwaar in de leer, maar pas op voor het leven van deze mensen. Daar moet je erg voorzichtig mee zijn. Een farizeese houding is altijd erg gevaarlijk.
Ja maar, in hun mond zijn. ze erg orthodox, maar wee je gebeente als ze gaan praten. Wagens vol kritiek op de kerk en op iedereen die er mee betrokken is. Ze bevuilen dan hun eigen nest, wat is dat onvruchtbaar! Ja maar
De mens die zelf tot die kerk (die jammer genoeg zo erg verdeeld is, terwijl de smart over die verdeeldheid zo weinig echt is) behoort, weet als gevolg van het ontdekkende werk van de Heilige Geest, dat hij of zij de genade niet verdient. De Heere Zelf is de eerste én de laatste! Hij Zelf houdt Zijn Kerk in stand. Hij rust toe en doet ons ook onze verantwoordelijkheid beseffen.
Ik weet ook dat de verwarring in vele kerken in ons land groot is. Veel belangrijke geloofszaken zijn in diskussie genomen en veroorzaken veel problemen in de betreffende kerken. De mensen die altijd trouw naar de kerk gegaan hebben, kunnen niet meer...
De Schrift wordt losgelaten, de inhoud van de belijdenis voldoet niet meer voor onze tijd. Er worden huisgemeenten gevormd of mensen zwerven van kerk tot kerk, van plaats tot plaats of gaan alleen als er een goede predikant is (tussen haakjes: wie bepaalt dat? , welke kriteria worden daarbij gebruikt? ).
Een plaats van de Heere gekregen
De Heere heeft ons een plaats gegeven in de zichtbare kerk; de eerdergenoemde doopbeloften zijn aan je voorhoofd verzegeld. Acht deze zaken niet klein én geef je niet over aan allerlei vormen van gemeentetheologie, waarin je van de instellingen van God losweekt en daarna in de greep van het individualisme terechtkomt.
De Heere bindt zich aan de middelen, die Hijzelf gegeven heeft. Het verbreken en minachten van deze instellingen resulteert in het bedroeven en het uitblussen van de Heilige Geest.
Ga niet als toeschouwer onder de prediking zitten; bidt voor jezelf en voor degene die spreekt of een preek leest. Als er een afhankelijke instelling zou zijn; als er een besef van eigen onwaarde is, dan kan de Heilige Geest de belofte van vergeving en genade, van dood en leven toepassen aan het zondaarshart.
De kerk schoonpraten dat kan niet, want het zijn in de kerk ook maar mensen. Daarom blijft bij je gemeente!
Dat is de smederij van de Heilige Geest. Dat laatste is niet aanmatigend bedoeld, maar ik wil je er op wijzen vanuit het diepe besef dat we zo niet sterven kunnen zoals we geboren zijn. En die boodschap van genade en vergeving werd al de eeuwen door verkondigd en deze verkondiging zal doorgang blijven vinden tot het einde van de wereld. De Heere zelf zorgt ook voor de kerk „hoewel zij somwijlen een tijd lang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen".
God geve dat je in de kerk, in het bijzonder op de zondag, een klein beginsel van de eeuwige sabbatsrust ontvangen en in de praktijk beoefenen mag.
Dat je in de kerk, waardoor de scheiding loopt van leven en dood, met elkaar één gemeenschap vormt.
De Heere heeft immers beloofd, dat waar twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn, Hij in het midden zal zijn!
Hij houdt van Zijn wandelingen en klopt ook op jouw en mijn hart: „Mijn zoon, mijn dochter het is nu nog genadetijd; beken dan heden wie je dienen zult"! Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Acht de voorrechten niet klein waarin je mag delen. Ze zullen toch niet tegen je getuigen op de dag van het oordeel? Haast en spoed is geboden, want we komen steeds dichter bij dé Dag waarop de Redder als Rechter zal verschijnen op de wolken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1980
Daniel | 28 Pagina's