JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

APPèL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

APPèL

5 minuten leestijd

Appèl houdt in militaire dienst zoiets in als gewassen, geschoren en gekleed op de afgesproken plaats en tijd present zijn. Indien nodig zelfs met ransel en wapen. Gereed om de bevelen op te volgen.

In geheel ander opzicht zouden wij kunnen zeggen, dat het begin van een nieuw jaar dat wij zopas weer mochten beginnen, ook een appèl is. Bestuursleden en voorzitters moeten ook in 1980 weer aantreden. Natuurlijk ook gewassen, geschoren en gekleed, oftewel goed verzorgd. Uiterlijk geeft dat onder ons gelukkig geen problemen. Maar in geestelijk opzicht stelt het ons voor een indringende vraag. Zijn wij als leidinggevenden in de breedste zin van het woord inderdaad gewassen en. geschoren aangetreden? Het moge bekend zijn wat de Bijbel verstaat onder „gewassen" of „gereinigd". Dat beeld wordt ons voorgehouden als wij (nog onbewust) in de doop het teken (het water) van de betekenende zaak (het bloed van Christus) op ons voorhoofd gesprengd krijgen. Een vraag die wij elkaar willen stellen. Kennen wij persoonlijk iets van die wassing? Geen kleine zaak! Maar beseffen wij ook wel voor welke taak wij weer gesteld worden?

Ons beeld van Jan Soldaat is niet profaan bedoeld. Al geven wij toe dat „geschoren" nou niet direkt met geestelijke zaken te maken heeft. Mogen wij er dit niet van zeggen: zijn wij datgene kwijtgeraakt wat van nature op onze akker groeit? Wat dagelijks weer opkomt en steeds weer om bestrijding vraagt? Wie van deze twee zaken iets kent, weet dat als wij onszelf wassen en scheren, wij alleen maar vuiler en ruiger worden. Die weet daardoor tegelijk dat het eigenmachtig wieden en „oren wassen" onder de jeugd die aan zijn zo-rgen zijn toebetrouwd evenmin enig nut heeft. Die weet voor zichzelf en voor anderen dat het nodig is, dat de Heere Zelf in ons leven komt.

De geestelijke wapenrusting

De soldaat moet ook nog gekleed en gewapend aantreden.

Een gedachte, die ons heenwijst naar Efeize 6, waar ons de geestelijke wapenrusting beschreven wordt.

Zie je ze daar staan, onze landverdedigers? Tot in die puntjes verzorgd. Want er mag niets aan mankeren!

En nu wij. Hoe kunnen wij aantreden als het nieuwe jaar weer begint? Is er dan niemand die het hoofd zonder schaamte op durft heffen? Moet je in gescheurde klederen aantreden zonder enige kracht van jouw kant? Zou je misschien liever weg willen vluchten? Hebben wij die nood wel eens gevoeld: te moeten en in het minst niet te kunnen? Of doen wij jaar in jaar uit ons werk met en voor d; e jongeren en vergeten wij onszelf? Moeten zulke mensen jullie begeleiden op weg naar de volwassenheid, jongelui? Valt daar iets van te verwachten? Of verwachten onze jongens en meisjes iets van de Heere voor dit nieuwe jaar? Als dat zo is, dan zullen zij genoegen nemen met de leiding die eigenlijk niet waard is op het appèl te verschijnen. Dan zullen zij ook iet's meevoelen van de nood die het voor hen kan betekenen. Dan komen leden en bestuursleden precies op dezelfde plaats terecht. Dan heeft memand van zichzelf meer enige verwachting.

Dat wordt dan wel een hopeloos jaar!

Zonder verwachting de toekomst tegemoet: heeft het vergaderen dan nog wel enige zin? Gezien vanuit de leden van onze verenigingen niet. Vanuit de besturen en de voorzitters evenmin.

Is er nog toekomst ?

Maar we mogen niet bij die konstatering blijven staan. We hebben immers pas de herdenking van de komst van Gods Zoon in het vlees herdacht? En die komst moet tevens een begin betekenen ook voor dit nieuwe jaar. Wanneer dan de kerstdagen ons als leiding en leden met de herders aan de kribbe gebracht hebben; wanneer wij samen op dezelfde lage plaats gekomen zijn, dan mag daar ook dat gezamenlijke begin zijn, met de blik in de kribbe.

En als wij dat persoonlijk niet hebben mogen beleven, dan kan er toch misschien zelfs na deze dagen een advent, een verwachting zijn. De verwachting dat ooik in 1980 alleen de geboren koning der Joden zin kan geven aan ons vergaderen.

Zouden wij als besturen en voorzitters dan toch weer maar niet onze gaven ten nutte van onze jeugd aanwenden en hen op die enige weg wijzen? Wat zou het daarbij dan groot, ja onmisbaar zijn, als dat voor onszelf geen onbekende weg is. Dan wordt het, wat wij in Ps. 119 vers 7 zingen:

„ 'k Heb andren al de rechten van Uw mond Met lust verteld, hen vlijtig' onderwezen. Uit al den schat van 't grote wereldrond Is nooit die vreugd in mijn gemoed gerezen, Die 'k steeds in Uw getuigenissen vond,

Door mij betracht, en andren onderwezen."

Als dat leeft dan wordt dat door onze jongens en meisjes bemerkt. Dan heeft het Woord wervingskracht. Zouden wij als leden van de diverse verenigingen dan toch weer maar niet ijverig bezig zijn in het verenigingswerk en vooral in het onderzoek der Schriften? Want die zijn het, die van Hem getuigen. Moge dit daartoe een appèl zijn. Op dat appèl volgt dan wel de strijd. Een strijd tegen de duivel, de zonden en ons eigen vlees. Weet dan echter één ding. Wat onmogelijk is in een aardse oorlog, is in deze strijd van tevoren bekend : de strijd is al gestreden en de overwinning is zeker!

Sommelsdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1980

Daniel | 28 Pagina's

APPèL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1980

Daniel | 28 Pagina's